<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Andrea+van+Boven</id>
	<title>encyclopedie van zeeland - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Andrea+van+Boven"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/Speciaal:Bijdragen/Andrea_van_Boven"/>
	<updated>2026-05-05T09:43:40Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.45.1</generator>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Abeele_(den_Grooten_en_den_Kleinen_Abeele,_Groot_Abeele,_Klein_Abeele_e.a.)&amp;diff=120885</id>
		<title>Abeele (den Grooten en den Kleinen Abeele, Groot Abeele, Klein Abeele e.a.)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Abeele_(den_Grooten_en_den_Kleinen_Abeele,_Groot_Abeele,_Klein_Abeele_e.a.)&amp;diff=120885"/>
		<updated>2026-03-24T14:50:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Abeele (den Grooten En Den Kleinen Abeele, Groot Abeele, Klein Abeele E.a.) hernoemd tot Abeele (den Grooten en den Kleinen Abeele, Groot Abeele, Klein Abeele e.a.) zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Abeele1.jpg|thumb|right|300px|Twee huizen in Groot-Abeele (Huize Abeele rechts, oude uitspanning/herberg La Belle Vue links). Foto: W. van Gorsel, 2021. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 187998]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Algemeen==&lt;br /&gt;
Groot-Abeele (Zeeuws: Groôt-Abeêle) is een buurtschap, vroeger grotendeels behorend tot de (voormalige) gemeente Oost- en West-Souburg, thans gemeente Vlissingen. Aanvankelijk afzonderlijke heerlijkheid, later deel van de heerlijkheid Oost- en West-Souburg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het buurtschap is gelegen ten noorden van [[Oost-Souburg]] en niet ver ten zuiden van de Middelburgse Erasmuswijk. Het bestaat uit een drietal straten, het bijna gelijknamige Grote Abeele, Abeelseweg Oost en de Abeelse Bongerd. In deze straten staan een paar huizen, waarvan sommige redelijk bezienswaardig zijn. Blikvanger is het negentiende-eeuwse herenhuis Huize Abeele, uit 1848. Het buurtschap Groot Abeele was voor de komst van de stoomtramverbinding tussen Middelburg en Vlissingen (1882) de pleisterplaats van de [[pietjeswagen]] (postwagen).  Er stonden drie herbergen, waarvan de Sevensterre en de Bellevue er twee waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Klein-Abeele was een nog kleiner gehucht, enkele honderden meters ten noorden van Groot-Abeele aan de Nieuwe Vlissingseweg. De laatste resten van dit gehucht zijn bij de inundatie van Walcheren in 1944 verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Naam==&lt;br /&gt;
De naam Groot-Abeele heeft de buurtschap hoogstwaarschijnlijk te danken aan de grote populieren die in de straat te vinden zijn. Een boom van deze soort wordt ook wel de grauwe abeel genoemd (Populus x canescens).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Kanaal door Walcheren==&lt;br /&gt;
Door het graven van het Kanaal door Walcheren omstreeks 1870, kwam een deel van de Abeelseweg aan de overzijde van het kanaal te liggen. Tegen het kanaal aan, langs de tramlijn Vlissingen - Middelburg, ontwikkelde zich een nieuwe buurtschap: Nieuwe Abeele (eertijds gemeente Oost- en West-Souburg, nu in de gemeente Middelburg). Behalve landarbeiders die werkten op de boerderijen aan en rond de Abeelseweg, kwamen ook arbeiders van de trammaatschappij in Nieuwe Abeele wonen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Wapen==&lt;br /&gt;
Het wapen van de heerlijkheid Abeele (en van het geslacht Van den Abeele) komt voor in 1696, in Smalleganges Nieuwe Cronyk van Zeeland; een dergelijke wapenfiguur heet een hameide, het is een gestileerde afbeelding van een hek of hamei.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J.A. Trimpe Burger, herzien W. van Gorsel (2025)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek. &lt;br /&gt;
*Van Beveren, Verdwenen kastelen, 44. &lt;br /&gt;
*Craandijk e.a., Wandelingen, 105-106. &lt;br /&gt;
*Ghijsen, Woordenboek, 715.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Vlissingen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-vossemeer&amp;diff=120884</id>
		<title>Oud-vossemeer</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-vossemeer&amp;diff=120884"/>
		<updated>2026-03-24T14:49:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Oud-vossemeer hernoemd tot Oud-Vossemeer&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Oud-Vossemeer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Vossemeer&amp;diff=120883</id>
		<title>Oud-Vossemeer</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Vossemeer&amp;diff=120883"/>
		<updated>2026-03-24T14:49:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Oud-vossemeer hernoemd tot Oud-Vossemeer&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Oud-Vossemeer-1.jpg|thumb|right|250px|Prentbriefkaart van Oud-Vossemeer. Foto: G. Heijboer, ca. 1980. Bron: ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 17408]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Het dorp: kenmerken==&lt;br /&gt;
(Vosmaer, Vosmaar). Dorp, oude heerlijkheid en voormalige gemeente (ca. 1364 ha) op het eiland Tholen; sedert 1 juli 1971 zijn alle gemeenten op Tholen samengevoegd tot één gemeente Tholen. Oud-Vossemeer telde op 1 januari 2021 2.730 inwoners. Een brug over de [[Eendracht]] verbindt sinds 1974 Oud-Vossemeer met het op de Brabantse wal gelegen Nieuw-Vossemeer, dat vroeger ook tot Zeeland behoorde; door de brugverbinding verdween het laatste ambachtsheerlijk overzetveer dat nog in de provincie in gebruik was.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Wapen==&lt;br /&gt;
Dit is het sprekend wapen van de heerlijkheid Vosmeer: een vos in een meer. Het komt voor op de wapenkaart van Smallegange (1696) en werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. In de 18e eeuw voerde de heerlijkheid dit wapen, gedekt met helm en dekkleden, met als schildhouders een leeuw en een vos. Van der Aa vermeldt een ander wapen met een lopende vos die een worst gestolen heeft en in het schildhoofd acht ruiten. Varia: Kermis op de tweede vrijdag en zaterdag na de eerste donderdag in juni. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Monumenten==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Oud-Vossemeer2.jpg|thumb|left|300px|Bezoek mevrouw Eleanor Roosevelt (bordes midden), echtgenote van de overleden Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. Foto: Nationaal Archief, 20 juni 1950. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 28105]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het Ambachtshuis (1767-1771) met zijn Lodewijk XV-gevel hangt het familiewapen van de Amerikaanse presidentenfamilie Roosevelt; Oud-Vossemeer zou de bakermat geweest zijn van deze familie, maar historici twijfelen sterk daaraan. In de voormalige rechtszaal van het Ambachtshuis (oud gemeentehuis) bevindt zich een fraaie schoorsteen waarvoor de Vlaamse beeldhouwer J.B. Xavery (1697-1742) het Justitia-beeld maakte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oud-Vossemeer telt zes kerken. De n.h. kerk is de oudste (15e-eeuwse kruiskerk). In de gevel van een oude smederij is een bezienswaardig smidsklokje (1789) aanwezig; het heeft een speelwerk en is versierd met bewegende figuurtjes. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Oud-Vossemeer ligt het Staatsnatuurreservaat Het Stinkgat (9 ha; kreek met oeverstroken in de Van Haaftenpolder; ornithologisch belangrijk voedselgebied en broedterrein).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Geschiedenis==&lt;br /&gt;
In de noord-oosthoek van Tholen lag in de middeleeuwen het Vossemeer met een uitgebreid geulen-, slikken- en schorrencomplex die de Vriezendijkse moeren werden genoemd. Graaf Willem VI verkocht op 3 november 1410 hiervan gronden ter bedijking aan zijn raadslieden. Hij verleende aan de bedijkers ambachtsrechten met ambachtsgevolgen, waaronder het recht op veren (de ambachtsheren van Vossemeer hebben eerst in 1494 gebruik gemaakt van hun [[veerrecht]] door middel van verpachting). In 1452 is er te Oud-Vossemeer sprake van een kapel die door Aegidius van Wissekerke was gebouwd. Deze kapel werd in het begin van de 16e eeuw tot parochiekerk verheven, als dochter van de O.L.V.-kerk te Tholen. De kerk van Oud-Vossemeer behoorde tot het bisdom Luik, dekenaat Hilvarenbeek, tot ze in 1559 werd gevoegd bij het bisdom Middelburg. In 1576 is de kerk, die aan Johannes de Doper gewijd was, door Staatse troepen verwoest. In 1595 werd ze herbouwd. Oud-Vossemeer kreeg zijn eerste predikant, Ephraim Dierkius in 1583. Oud- en Nieuw-Vossemeer vormden één heerlijkheid, die geheel tot het bisdom Middelburg werd gerekend en later tot de provincie Zeeland. Nieuw-Vossemeer is tot een zelfstandige gemeente geworden. Vanaf 1836 is er te Oud-Vossemeer een Geref. Kerk onder &#039;t Kruis, die in 1892 Geref. Kerk werd. In 1976 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen. Voorts is er te Oud-Vossemeer een Chr. Geref. Kerk, een Katholieke Kerk, een kerk van de Geref. Gem. in Nederland en een kerkgebouw van de apostolische zendingsgemeente.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*A. Delahaye, Vossemeer, land van 1000 heren. &lt;br /&gt;
*J. Ermerins, Eenige Zeeuwsche Oudheden. &lt;br /&gt;
*G.F. Sandberg, Overzetveren in Zeeland. &lt;br /&gt;
*Van Heussen van Rijn, Bisdom Middelburg. &lt;br /&gt;
*Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland. &lt;br /&gt;
*Juten, Nieuw- en Oud-Vossemeer.&lt;br /&gt;
*Bijdrage Bisdom Haarlem 1932. &lt;br /&gt;
*Veltenaar, Naamlijst van predikanten te Oud-Vossemeer.&lt;br /&gt;
*Navorscher 1931. &lt;br /&gt;
*J .W. te Water, Kort verhaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Tholen]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-vossemeer/EvZ1982-1984&amp;diff=120882</id>
		<title>Oud-vossemeer/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-vossemeer/EvZ1982-1984&amp;diff=120882"/>
		<updated>2026-03-24T14:49:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Oud-vossemeer/EvZ1982-1984 hernoemd tot Oud-Vossemeer/EvZ1982-1984&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Oud-Vossemeer/EvZ1982-1984]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Vossemeer/EvZ1982-1984&amp;diff=120881</id>
		<title>Oud-Vossemeer/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Vossemeer/EvZ1982-1984&amp;diff=120881"/>
		<updated>2026-03-24T14:49:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Oud-vossemeer/EvZ1982-1984 hernoemd tot Oud-Vossemeer/EvZ1982-1984&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Oud-vossemeer&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Het dorp: kenmerken==&lt;br /&gt;
(Vosmaer, Vosmaar). Dorp, oude heerlijkheid en voormalige gemeente (ca. 1364 ha) op het eiland Tholen; sedert 1 juli 1971 zijn alle gemeenten op Tholen samengevoegd tot één gemeente Tholen. De kern Oud-Vossemeer telt 2209 inwoners (1980). Een brug over de [[Eendracht]] verbindt sinds 1974 Oud-Vossemeer met het op de Brabantse wal gelegen Nieuw-Vossemeer, dat vroeger ook tot Zeeland behoorde; door de brugverbinding verdween het laatste ambachtsheerlijk overzetveer dat nog in de provincie in gebruik was. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Wapen==&lt;br /&gt;
Dit is het sprekend wapen van de heerlijkheid Vosmeer: een vos in een meer. Het komt voor op de wapenkaart van Smallegange (1696) en werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. In de 18e eeuw voerde de heerlijkheid dit wapen, gedekt met helm en dekkleden, met als schildhouders een leeuw en een vos. Van der Aa vermeldt een ander wapen met een lopende vos die een worst gestolen heeft en in het schildhoofd acht ruiten. Varia: Kermis op de tweede vrijdag en zaterdag na de eerste donderdag in juni. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Monumenten==&lt;br /&gt;
In het Ambachtshuis (1767-1771) met zijn Lodewijk XV-gevel hangt het familiewapen van de Amerikaanse presidentenfamilie [[Roosevelt]]; Oud-Vossemeer zou de bakermat geweest zijn van deze familie, maar historici twijfelen sterk daaraan. In de voormalige rechtszaal van het Ambachtshuis (oud gemeentehuis) bevindt zich een fraaie schoorsteen waarvoor de Vlaamse beeldhouwer J.B. Xavery (1697-1742) het Justitia-beeld maakte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oud-Vossemeer telt zes kerken. De n.h. kerk is de oudste (15e-eeuwse kruiskerk). In de gevel van een oude smederij is een bezienswaardig smidsklokje (1789) aanwezig; het heeft een speelwerk en is versierd met bewegende figuurtjes. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Oud-Vossemeer ligt het Staatsnatuurreservaat Het Stinkgat (9 ha; kreek met oeverstroken in de Van Haaftenpolder; ornithologisch belangrijk voedselgebied en broedterrein). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Geschiedenis==&lt;br /&gt;
In de noord-oosthoek van Tholen lag in de middeleeuwen het Vossemeer met een uitgebreid geulen-, slikken- en schorrencomplex die de Vriezendijkse moeren werden genoemd. Graaf Willem VI verkocht op 3 november 1410 hiervan gronden ter bedijking aan zijn raadslieden. Hij verleende aan de bedijkers ambachtsrechten met ambachtsgevolgen, waaronder het recht op veren (de ambachtsheren van Vossemeer hebben eerst in 1494 gebruik gemaakt van hun [[veerrecht]] door middel van verpachting). In 1452 is er te Oud-Vossemeer sprake van een kapel die door Aegidius van Wissekerke was gebouwd. Deze kapel werd in het begin van de 16e eeuw tot parochiekerk verheven, als dochter van de O.L.V.-kerk te Tholen. De kerk van Oud-Vossemeer behoorde tot het bisdom Luik, dekenaat Hilvarenbeek, tot ze in 1559 werd gevoegd bij het bisdom Middelburg. In 1576 is de kerk, die aan Johannes de Doper gewijd was, door Staatse troepen verwoest. In 1595 werd ze herbouwd. Oud-Vossemeer kreeg zijn eerste predikant, Ephraim Dierkius in 1583. Oud- en Nieuw-Vossemeer vormden één heerlijkheid, die geheel tot het bisdom Middelburg werd gerekend en later tot de provincie Zeeland. Nieuw-Vossemeer is tot een zelfstandige gemeente geworden. Vanaf 1836 is er te Oud-Vossemeer een Geref. Kerk onder &#039;t Kruis, die in 1892 Geref. Kerk werd. In 1976 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen. Voorts is er te Oud-Vossemeer een Chr. Geref. Kerk, een Katholieke Kerk, een kerk van de Geref. Gem. in Nederland en een kerkgebouw van de apostolische zendingsgemeente.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*A. Delahaye, Vossemeer, land van 1000 heren. &lt;br /&gt;
*J. Ermerins, Eenige Zeeuwsche Oudheden. &lt;br /&gt;
*G.F. Sandberg, Overzetveren in Zeeland. &lt;br /&gt;
*Van Heussen van Rijn, Bisdom Middelburg. &lt;br /&gt;
*Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland. &lt;br /&gt;
*Juten, Nieuw- en Oud-Vossemeer&lt;br /&gt;
*Bijdrage Bisdom Haarlem 1932. &lt;br /&gt;
*Veltenaar, Naamlijst van predikanten te Oud-Vossemeer.&lt;br /&gt;
*Navorscher 1931. &lt;br /&gt;
*J .W. te Water, Kort verhaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Tholen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Victor_Hugo&amp;diff=120880</id>
		<title>Victor Hugo</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Victor_Hugo&amp;diff=120880"/>
		<updated>2026-03-24T14:27:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Victor Hugo1.jpg|thumb|right|300px|Victor Hugo&#039;s Zeeuwse reize. Uitgegeven door G.W. den Boer in 1936. Bron: ZB]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Boekuitgave ==&lt;br /&gt;
Victor Hugo (Besançon 26 febr. 1802 - Parijs 22 mei 1885) was een Frans letterkundige. Hij bereisde in 1867 Zeeland met zijn beide zoons, waaraan de oudste zoon Charles Victor Hugo (1826-1871) het verhaal te boek heeft gesteld in [http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/091298237 &#039;&#039;Victor Hugo en Zélande&#039;&#039; (1868)]. S.S. Smeding heeft dit in het Nederlands bewerkt in [http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/089555023 &#039;&#039;Victor Hugo&#039;s Zeeuwse reize&#039;&#039; (1937).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
P.J. Meertens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Letterkunde]]&lt;br /&gt;
[[category:Kunst &amp;amp; cultuur]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:Hugo, Victor}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Victor_Hugo&amp;diff=120878</id>
		<title>Victor Hugo</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Victor_Hugo&amp;diff=120878"/>
		<updated>2026-03-24T14:24:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Victor Hugo&amp;#039;s Zeeuwse reize hernoemd tot Victor Hugo&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Victor Hugo1.jpg|thumb|right|300px|Victor Hugo&#039;s Zeeuwse reize. Uitgegeven door G.W. den Boer in 1936. Bron: ZB]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Boekuitgave ==&lt;br /&gt;
Victor Hugo (Besançon 26 febr. 1802 - Parijs 22 mei 1885) was een Frans letterkundige. Hij bereisde in 1867 Zeeland met zijn beide zoons, waaraan de oudste zoon Charles Victor Hugo (1826-1871) het verhaal te boek heeft gesteld in [http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/091298237 &#039;&#039;Victor Hugo en Zélande&#039;&#039; (1868)]. S.S. Smeding heeft dit in het Nederlands bewerkt in [http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/089555023 &#039;&#039;Victor Hugo&#039;s Zeeuwse reize&#039;&#039; (1937).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
P.J. Meertens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Letterkunde]]&lt;br /&gt;
[[category:Kunst &amp;amp; cultuur]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:Hugo, Victor}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Recxstoot&amp;diff=120877</id>
		<title>Recxstoot</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Recxstoot&amp;diff=120877"/>
		<updated>2026-03-24T14:10:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Recxstoot hernoemd tot Johan Pieter Recxstoot&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Johan Pieter Recxstoot]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Pieter_Recxstoot&amp;diff=120876</id>
		<title>Johan Pieter Recxstoot</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Pieter_Recxstoot&amp;diff=120876"/>
		<updated>2026-03-24T14:10:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Recxstoot hernoemd tot Johan Pieter Recxstoot&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = &lt;br /&gt;
| naam = Johan Pieter Recxstoot&lt;br /&gt;
| onderschrift = &lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[5 september]] [[1701]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Tholen &lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[31 januari]] [[1756]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats =  Middelburg &lt;br /&gt;
| beroep = Bestuurder&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/260974908 Johan Pieter Recxstoot]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Bestuurder. Stamde uit een aanzienlijk Thools geslacht, afkomstig uit Vlissingen, dat door de juiste huwelijken en de daaraan gekoppelde geheime &#039;contracten van correspondentie&#039; in het Zeeuwse de belangrijkste functies wist te bemachtigen. De carrière van Johan Pieter Recxstoot wordt wel eens aangehaald als representatief voor de wijze waarop dit oligarchische stelsel werkte. Als student moest hij overhaast uit Leiden worden teruggehaald, omdat hij met een actrice dreigde te trouwen, maar omdat een academische titel voor goed ambtelijk functioneren toch wel een vereiste was, werd deze voor hem gekocht in Harderwijk, waar men ze voor dergelijke gevallen te koop had. Aldus getooid werd hij schepen, raad en al spoedig burgemeester in zijn geboortestad; zo ook kon hij trouwen met Cornelia Jacoba de Beaufort (1725), wier moeder verwant was aan de Van Vrijberghes, wat hem uiteindelijk de ambachtsheerlijkheid van Vossemeer aanbracht. Niet alleen de families hadden contracten, de stemhebbende steden hadden ze ook en in 1735 werd Recxstoot secretaris van de Staten van Zeeland. Toen hoefde hij alleen nog maar te wachten op het aftreden of overlijden van de Raadpensionaris. In mei 1751 kwam deze functie vacant; Recxstoot werd eerste burger van Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J.H. Kluiver&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*www.biografischportaal.nl Johan Pieter Recxstoot.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:Recxstoot, Johan Pieter}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Recxstoot/EvZ1982-1984&amp;diff=120875</id>
		<title>Recxstoot/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Recxstoot/EvZ1982-1984&amp;diff=120875"/>
		<updated>2026-03-24T14:09:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Recxstoot/EvZ1982-1984 hernoemd tot Johan Pieter Recxstoot/EvZ1982-1984: Onjuist gespelde titel&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Johan Pieter Recxstoot/EvZ1982-1984]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Pieter_Recxstoot/EvZ1982-1984&amp;diff=120874</id>
		<title>Johan Pieter Recxstoot/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Pieter_Recxstoot/EvZ1982-1984&amp;diff=120874"/>
		<updated>2026-03-24T14:09:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft pagina Recxstoot/EvZ1982-1984 hernoemd tot Johan Pieter Recxstoot/EvZ1982-1984: Onjuist gespelde titel&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(Tholen 5 september 1701-Middelburg 31 januari 1756). Bestuurder. Stamde uit een aanzienlijk Thools geslacht, oorspronkelijk afkomstig uit Vlissingen, dat door de juiste huwelijken en de daaraan gekoppelde geheime &#039;contracten van correspondentie&#039; in het Zeeuwse de belangrijkste functies wist te bemachtigen. De carrière van Recxstoot wordt wel eens aangehaald als representatief voor de wijze waarop dit oligarchische stelsel werkte. Als student moest hij overhaast uit Leiden worden teruggehaald, omdat hij met een actrice dreigde te trouwen, maar omdat een academische titel voor goed ambtelijk functioneren toch wel een vereiste was, werd deze voor hem gekocht in Harderwijk, waar men ze voor dergelijke gevallen te koop had. Aldus getooid werd hij schepen, raad en al spoedig burgemeester in zijn geboortestad; zo ook kon hij trouwen met Cornelia Jacoba de Beaufort (1725), wier moeder verwant was aan de Van Vrijberghes, wat hem uiteindelijk de ambachtsheerlijkheid van Vossemeer aanbracht. Niet alleen de families hadden contracten, de stemhebbende steden hadden ze ook en in 1735 werd Recxstoot secretaris van de Staten van Zeeland. Toen hoefde hij alleen nog maar te wachten op het aftreden of overlijden van de Raadpensionaris. In mei 1751 kwam deze functie vacant; Recxstoot werd eerste burger van Zeeland.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Paul_Arntzenius&amp;diff=120811</id>
		<title>Paul Arntzenius</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Paul_Arntzenius&amp;diff=120811"/>
		<updated>2025-09-10T10:04:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:Arntzenius1.jpg|right|200px]]&lt;br /&gt;
| naam = Paul Arntzenius&lt;br /&gt;
| onderschrift = Paul Arntzenius&lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[20 mei]] [[1883]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Den Haag&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[4 januari]] [[1965]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Den Haag&lt;br /&gt;
| beroep = Schilder&lt;br /&gt;
| VIAF = [https://viaf.org/viaf/37987163 Paul Arntzenius]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
===Achtergrond===&lt;br /&gt;
Paul Arntzenius werd geboren als enig mannelijk kind van een drieling. Zijn moeder stierf kort na de geboorte van haar drie kinderen. De moederloze drieling vond bij de naast hen wonende kunstschilder Willem Bastiaan Tholen een tweede ouderlijk thuis.&lt;br /&gt;
De invloed van Willem Bastiaan Tholen op de geestelijke ontwikkeling van Paul Arntzenius is belangrijk geweest. Dit geldt ook voor zijn vader, Abraham Arntzenius, griffier van de Tweede Kamer, die een tweede huwelijk sloot met de zuster van kunstschilder Willem Witsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Opleiding===&lt;br /&gt;
Omdat zijn vader niet wilde dat zijn zoon kunstschilder zou worden volgde Paul Arntzenius de tuinbouwschool in Wageningen, waarvan hij op 17-jarige leeftijd zijn diploma haalde. Daarna, tussen 1901 en 1903, volgde Paul Arntzenius echter toch de Haagse Academie voor beeldende kunsten en ging hij  in de leer bij Willem Bastiaan Tholen. Met hem trok Paul Arntzenius vaak al schilderend Nederland door, onder andere naar Zeeland (Veere en Domburg). Op een van die tochten leerde hij zijn latere vrouw kennen, de dochter van de burgemeester van Veere, [[Christophorus Henricus Diedericus Buys Ballot|Buys Ballot]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kunststijl===&lt;br /&gt;
Paul Arntzenius had grote bewondering voor en liet zich inspireren door schilders als Millet, Daubigny, Corot, Boudin, Bovin en Fantin Latour. Hij schilderde vooral portretten, stillevens en landschappen. Verder aquarelleerde hij regelmatig. Een groot deel van zijn werken ging tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het bombardement van Bezuidenhout in 1945 verloren. Het werk van Paul Arntzenius werd diverse keren bekroond, onder andere met de Jacob Marisprijs in 1949.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Tentoonstellingen===&lt;br /&gt;
De werken van Paul Arntzenius werden ondertussen uitgebreid tentoongesteld. In Nederland, maar ook bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Momenteel (2023) zijn ze onder andere te zien in het Kunstmuseum Den Haag, Museum Gouda, het Singer Museum en in de Rijkscollectie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verzamelaar===&lt;br /&gt;
Naast schilder was Paul Artzenius ook een kunstverzamelaar, met name van werken uit de Haagse school en de Franse school van Barbison. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Prijzen/eretekens==&lt;br /&gt;
*Jacob Marisprijs, 1949, een kunstprijs die door de Haagse salon in de Pulchri Studio aan Haagse kunstenaars werd uitgereikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Bronnen ==&lt;br /&gt;
=== Literatuur ===&lt;br /&gt;
*[https://iguana.zebi.nl/iguana/www.main.cls?surl=catalogus#recordid=305407996&amp;amp;Index=Indexppn Paul Arntzenius (documentatiemap) (Middelburg: Zeeuws Documentatiecentrum, 2007).] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
-W. van Gorsel, 2023&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[Category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[Category:Beeldhouwkunst]]&lt;br /&gt;
[[Category:Kunst &amp;amp; cultuur]]&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Arntzenius, Paul}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Dunn%C3%A9polder,_Van&amp;diff=120093</id>
		<title>Dunnépolder, Van</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Dunn%C3%A9polder,_Van&amp;diff=120093"/>
		<updated>2025-08-19T14:20:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina DunnÉpolder, Van hernoemd tot Dunnépolder, Van zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Polder in de gemeente [[Oostburg]]; opgenomen in het [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis (opgericht 1942); opp. ca. 51 ha, hoogteligging ca. 1,8 m N.A.P.; behorend tot het afwateringsgebied Braakman  [[Braakmanpolder]]). Hij vormt de in 1907 tot stand gekomen bedijking van buitengronden tussen de [[Clara]] en [[Angelinapolder]] onder de v.m. gemeenten Biervliet en Philippine en is de jongste in poldering in West Zeeuws-Vlaanderen. De bedijking werd ontworpen en geleid door I.L. van Wuyckhuise (Van [[Wuyckhuisepolder]]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen IV.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Goessche_Polder&amp;diff=120092</id>
		<title>Goessche Polder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Goessche_Polder&amp;diff=120092"/>
		<updated>2025-08-19T14:19:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Goessche Polder (2) hernoemd tot Goessche Polder zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Polder in de gemeente [[Goes (ter Goes, Gos, Gois, Goys, Gous, Bijnaam Ganzestad)|Goes]]; opgenomen in het [[Waterschap]] de Brede Watering van Zuid-Beveland (opgericht 1959), thans [[Waterschap]] Noorden Zuid-Beveland; oppervlakte ca. 362 ha; hoogteligging gem. 0,5 m N.A.P. Het westelijk polderdeel behoort tot het afwateringsgebied van het gemaal Maelstede in de [[Heer]] Janszpolder. In de polder liggen een deel van [[Goes]] en van *&#039;s-Heer Hendrikskinderen; de oostelijke begrenzing wordt gevormd door het Goese havenkanaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Goesschepolder bestaat eigenlijk uit herdijkt oudland van vóór de stormvloed van 1134. De be- of herdijking langs de [[Schenge]] als Goesschepolder heeft waarschijnlijk plaatsgevonden in de laatste helft van de 13&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw (in ieder geval vóór 1331). De polder heeft een klein landverlies ondergaan; wanneer is niet bekend. Restanten van de Schenge zijn nog langs de oude zeedijk terug te vinden (Ooster-Schenge). Goesschepolder inundeerde in 1570 en 1808. Tot 1809, toen de [[Wilhelminapolder]] bedijkt werd, bestond er een veer tussen de polder en het eiland Wolphaartsdijk. Vóór de 16e eeuw werd de polder gezamenlijk bestuurd door de ambachtsheren van &#039;s-Heer Hendrikskinderen en Wissekerke en door de magistraat van Goes; pas vanaf 1534 is er sprake van een eigen dijkgraaf. De Goesschepolder heeft behoord tot de voormalige gemeenten Goes en *’s-Heer Arendskerke. Tot 1959 vormde hij met de [[Pieren Pinkspolder]], die onder één dijkage met de Goessche ligt, het waterschap Goes 4che c.a. (oppervlakte 387 ha).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Wilderom, Tussen afsluitdammen III. &lt;br /&gt;
*C. Dekker, Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
*Roessingh, Waterschap Goessche.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Geografie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Topografie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johanna-Mariapolder&amp;diff=120091</id>
		<title>Johanna-Mariapolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johanna-Mariapolder&amp;diff=120091"/>
		<updated>2025-08-19T14:18:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Johanna-mariapolder hernoemd tot Johanna-Mariapolder zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Polder in de gemeente [[Tholen]], aan de Krabbenkreek; opgenomen in het [[Waterschap]] Tholen (opgericht 1959); oppervlakte ca. 113 ha; hoogteligging gemiddeld 1,1 m N.A.P. De afwatering geschiedt via het gemaal de Noord aan de [[Noordpolder]]. De Johanna-Mariapolder kwam in 1860 tot stand op de schorren ten zuidoosten van St.-Annaland, welke voor een groot deel gevormd waren in de uitmonding van de afgedamde [[Pluimpot]]. De polder is genoemd naar Johanna Maria Pous, echtgenote van de bedijker Adriaan Tak te Middelburg. De oostelijke scheidingsdijk met de [[Sluispolder]] werd in 1961 bij de toenmalige herverkaveling afgegraven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
Wilderom, Tussen afsluitdammen II&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Groote_St.-Annapolder&amp;diff=120090</id>
		<title>Groote St.-Annapolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Groote_St.-Annapolder&amp;diff=120090"/>
		<updated>2025-08-19T14:17:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Groote St.-annapolder hernoemd tot Groote St.-Annapolder zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Polder in de gemeente [[Oostburg]]; opgenomen in het [[Waterschap]] Het Vrije van Sluis (opgericht 1942); opp. ca. 101 ha, hoogteligging ca. 1,4 m N.A.P.; behorend tot de hoofdafwateringsgebieden Cadzand  [[Kievittepolder]]) en Nieuwesluis  [[Jong-breskenspolder]]). In de polder ligt het grootste deel van Nieuwvliet. De noordwestelijke polderhoek wordt in beslag genomen door recreatieterrein. De smalle en langgerekte polder kwam in 1602 tot stand d.m.v. een afdamming van het [[Zwarte Gat]], door Anselmus Opitius Adornis. Hij overstroomde in 1682 en werd hetzelfde jaar herdijkt. De polder heeft behoord tot het waterschap Groote St.-Anna en Nieuwe hoven (193 ha), bestaande uit de twee gelijknamige polders, en viel binnen de v.m. gemeente Nieuwvliet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Wilderom, Tussen afsluitdammen IV. &lt;br /&gt;
*Roos, Woordenboek. &lt;br /&gt;
*De Hullu, Toevoegsels op Roos. &lt;br /&gt;
*Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Groote_Of_Oude_St.-Albertpolder&amp;diff=120089</id>
		<title>Groote Of Oude St.-Albertpolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Groote_Of_Oude_St.-Albertpolder&amp;diff=120089"/>
		<updated>2025-08-19T14:12:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Groote Of Oude St.-albertpolder hernoemd tot Groote Of Oude St.-Albertpolder zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Internationale polder; het Nederlands gedeelte is gelegen in de gemeente [[Sas]] van Gent en is opgenomen in het [[Waterschap]] De Verenigde Braakmanpolders (opgericht 1965); oppervlakte Nederlands deel ca. 463 ha, oppervlakte Belgisch deel ca. 480 ha. De polder behoort thans tot het afwateringsgebied Westelijke Rijkswaterleiding  [[Willemskerkepolder]]) en zal in de toekomst deels gaan behoren tot het afwateringsgebied Braakman [[Braakmanpolder]]). In het zuidoosten van de polder ligt een deel van Sas van Gent; ten westen daarvan, op de zuidwestelijke poldergrens, ligt de Belgische buurtschap Staak. Wateren in het Belgisch polderdeel zijn de Vlietbeek en de Grote Kil. De polder werd in 1611 op last van aartshertog Albertus van Oostenrijk bedijkt op de schorren en aanwassen van St.-Jan onder Asseneder Ambacht. Het betrof een herdijking van in 1285 bedijkt gebied, dat na eerder geïnundeerd te zijn in de 16e eeuw werdprijsgegeven. Hier heeft het in 1440 verdronken St.-Janscapelle gelegen, waarvan in 1979 resten zijn gevonden. De Groote of Oude St.-Albertpolder werd genoemd naar aartshertog Albertus; de toevoeging &#039;Sint&#039; kwam later. In 1672/73 onderging de polder militaire inundatie tijdens de oorlog met Frankrijk (1672/78). Bij een overstroming in 1808 gingen in het noordwesten (Nederlands deel) ca. 25 ha verloren, welke in 1848 in het [[Verdronken Poldertje Ten Zuidoosten Van Philippine]] werden herdijkt. Het Nederlands deel van de Groote of Oude St.-Albertpolder heeft ook tot de voormalige gemeente Sas van Gent behoord.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Wilderom, Tussen afsluitdammen IV. &lt;br /&gt;
*K.J.J. Brand, Oost Zeeuws-Vlaamse polderland. &lt;br /&gt;
*J.P.B. Zuurdeeg, Braakmanpolders. &lt;br /&gt;
*Coppejans-Desmedt, Sint Albert. &lt;br /&gt;
*De Stem, 6.11.1979.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Middelzant&amp;diff=120088</id>
		<title>Middelzant</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Middelzant&amp;diff=120088"/>
		<updated>2025-08-19T14:11:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Middelzant. hernoemd tot Middelzant zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zie: [[Wester Middelzand(polder)]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Geografie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Topografie]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Isaack_de_Rasi%C3%A8re&amp;diff=120056</id>
		<title>Isaack de Rasière</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Isaack_de_Rasi%C3%A8re&amp;diff=120056"/>
		<updated>2025-08-11T09:47:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Isaack de Rasière, hernoemd tot Isaack de Rasière zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:I de Rasiere.jpg|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Isaack de Rasière&lt;br /&gt;
| onderschrift =  Isaack de Rasière bezat in Brazilie tenminste drie suikermolens. Tekening: suikermolen op waterkracht in Nederlands-Brazilië, J. Blaeu, 1643. Bron: Wikimedia Commons.&lt;br /&gt;
| geboortedatum = ged. [[15 oktober]] [[1595]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Middelburg &lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = na 1669&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Barbados? &lt;br /&gt;
| beroep = Koopman&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/252223915 Isaack de Rasière]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Koopman van Zuid-Nederlandse afkomst, die vermoedelijk eerst voor de Oost-Indische, later voor de West-Indische Compagnie heeft gevaren. De W.I.C. benoemde hem in 1626 tot secretaris van de kolonie Nieuw-Nederland. Hij behoorde tot de eerste kolonisten en bestuurders van de jonge kolonie. Daaraan ontleent de Rasière zijn belang voor de historie, want een tweetal van hem bewaard gebleven rapporten (een brief aan de Bewindhebbers van de W.I.C. in Amsterdam uit 1626 en een Memorie aan zijn vriend Samuel Blommaert, een der bewindhebbers van de W.I.C. van omstreeks 1628) en andere correspondentie bevatten interessante bijzonderheden over de kolonie. De Rasière keert al vrij snel terug naar Nederland; zijn kritische instelling had hem op &#039;de Manhattas&#039; niet populair gemaakt en waarschijnlijk ergerde hij zich ook aan de krenterige, nonchalante houding van de W.I.C. Een poging om hem de mislukte Wouter van Twiller als directeur-generaal van de kolonie te laten opvolgen mislukte; hij werd ontslagen en in 1633 trok hij naar Brazilië, waar hij zich met succes op de productie van suiker toelegde. In 1639 bezat hij in Parahiba tenminste drie suikermolens, waarvan hij er een de `Middelburgh&#039; had genoemd. Volgens een verklaring van zijn zoon uit 1669 reisde hij later af naar Barbados en daarna zwijgen de bronnen over hem.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J.H. Kluiver&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*A. Eekhof, De &#039;Memorie&#039;. &lt;br /&gt;
*[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/318846551 Wieder, &#039;&#039;De stichting van New York in juli 1625&#039;&#039; (Zutphen, 2009)]&lt;br /&gt;
*[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/784990603 Henri van der Zee en Barbara Griggs, &#039;&#039;A sweet and alien Land;the story of Dutch New York&#039;&#039;, (New York, 1978)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Maritiem]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:RasiÈre, Isaack De}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Isaack_de_Rasi%C3%A8re/EvZ1982-1984&amp;diff=120055</id>
		<title>Isaack de Rasière/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Isaack_de_Rasi%C3%A8re/EvZ1982-1984&amp;diff=120055"/>
		<updated>2025-08-11T09:47:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Isaack de Rasière,/EvZ1982-1984 hernoemd tot Isaack de Rasière/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(Middelburg ged. 15 okt. 1595-Barbados? na 1669). Koopman van Zuid-Nederlandse afkomst, die vermoedelijk eerst voor de Oost-Indische, later voor de West-Indische Compagnie heeft gevaren. De W.I.C. benoemde hem in 1626 tot secretaris van de kolonie Nieuw-Nederland. Hij behoorde tot de eerste kolonisten en bestuurders van de jonge kolonie. Daaraan ontleent de Rasière zijn belang voor de historie, want een tweetal van hem bewaard gebleven rapporten (een brief aan de Bewindhebbers van de W.I.C. in Amsterdam uit 1626 en een Memorie aan zijn vriend Samuel Blommaert, een der bewindhebbers van de W.I.C. van omstreeks 1628) en andere correspondentie bevatten interessante bijzonderheden over de kolonie. De Rasière keert al vrij snel terug naar Nederland; zijn kritische instelling had hem op &#039;de Manhattas&#039; niet populair gemaakt en waarschijnlijk ergerde hij zich ook aan de krenterige, nonchalante houding van de W.I.C. Een poging om hem de mislukte Wouter van Twiller als directeur-generaal van de kolonie te laten opvolgen mislukte; hij werd ontslagen en in 1633 trok hij naar Brazilië, waar hij zich met succes op de productie van suiker toelegde. In 1639 bezat hij in Parahiba tenminste drie suikermolens, waarvan hij er een de `Middelburgh&#039; had genoemd. Volgens een verklaring van zijn zoon uit 1669 reisde hij later af naar Barbados en daarna zwijgen de bronnen over hem.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_de_Troije&amp;diff=120054</id>
		<title>Adriaan de Troije</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_de_Troije&amp;diff=120054"/>
		<updated>2025-08-11T09:35:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Adriaan deTroije hernoemd tot Adriaan de Troije zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = &lt;br /&gt;
| naam = Adriaan de Troije&lt;br /&gt;
| onderschrift =  &lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[3 januari]] [[1834]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Meliskerke&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[18 maart]] [[1912]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Middelburg &lt;br /&gt;
| beroep = Molenmaker en landbouwwerktuigkundige&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Molenmaker en landbouwwerktuigkundige te Middelburg. Schreef de brochure &#039;Arm Middelburg, hoe het woont, hoe het leeft, door een anderen bril bekeken dan die van den Bestuurdersbond&#039; (1904), een repliek op de brochure Arm Middelburg (1904) van D. Bimmel en C.J. Riemens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
P.J. Meertens&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/083904689 D. Bimmel en C.J. Riemens, &#039;&#039;Arm Middelburg; hoe het woont! hoe het leeft!&#039;&#039; (Middelburg, 1904)]&lt;br /&gt;
*[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/325080194 Adriaan de Troije, &#039;&#039;Arm Middelburg, hoe het woont, hoe het leeft, door een anderen bril bekeken dan die van den Bestuurdersbond&#039;&#039; (1905)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Diversen]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Troije, Adriaan de}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_de_Troije/EvZ1982-1984&amp;diff=120053</id>
		<title>Adriaan de Troije/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_de_Troije/EvZ1982-1984&amp;diff=120053"/>
		<updated>2025-08-11T09:35:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Adriaan deTroije/EvZ1982-1984 hernoemd tot Adriaan de Troije/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(Meliskerke 3 jan. 1834 - Middelburg 18 maart 1912). Molenmaker en landbouwwerktuigkundige te Middelburg. Schreef de brochure Arm Middelburg, hoe het woont, hoe het leeft, door een anderen bril bekeken dan die van den Bestuurdersbond (1904), een repliek op de brochure Arm Middelburg (1904) van D. Bimmel en C.J. Riemens.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Jacobus_Vonk&amp;diff=120052</id>
		<title>Jacobus Vonk</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Jacobus_Vonk&amp;diff=120052"/>
		<updated>2025-08-11T09:21:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Jacobus Middelburg Vonk hernoemd tot Jacobus Vonk zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:JM Vonk.jpg|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Jacobus Middelburg Vonk&lt;br /&gt;
| onderschrift = Jacobus Vonk schilderde kamerbehangsels met stillevens en vogels. Enkele daarvan zijn nog bewaard. Onder andere in Huis Windesheim bij Zwolle. Foto: Wikimedia Commons, Huis Windesheim anno 1922.&lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[1690]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = [[Middelburg]]&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[1773]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = [[Middelburg]]&lt;br /&gt;
| beroep = Schilder&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/95759417 Jacobus Vonk]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Schilder. Was waarschijnlijk een leerling van [[Aart Schouman]]. Hij schilderde kamerbehangsels met stillevens en vogels; enkele daarvan zijn nog bewaard in huizen te Middelburg en Goes en in het Huis Windesheim bij Zwolle.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A.J.B.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/810662116 Scheen, &#039;&#039;Lexicon II&#039;&#039; (&#039;s Gravenhage, 1981)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Kunst &amp;amp; cultuur]]&lt;br /&gt;
[[category:Schilderkunst]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Vonk, Jacobus}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Jacobus_Vonk/EvZ1982-1984&amp;diff=120051</id>
		<title>Jacobus Vonk/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Jacobus_Vonk/EvZ1982-1984&amp;diff=120051"/>
		<updated>2025-08-11T09:21:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Jacobus Middelburg Vonk/EvZ1982-1984 hernoemd tot Jacobus Vonk/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(1690 - Middelburg 1773). Schilder. Was waarschijnIijk leerling van Aart [[Schouman]]. Hij schilderde kamerbehangsels met stillevens en vogels; enkele daarvan zijn nog bewaard in huizen te Middelburg en Goes en in het Huis Windesheim bij Zwolle.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Florisz._van_Grypskerke,_Heer_van_Merlewater,_Grypskerke_en_Poppendamme&amp;diff=120024</id>
		<title>Johan Florisz. van Grypskerke, Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Florisz._van_Grypskerke,_Heer_van_Merlewater,_Grypskerke_en_Poppendamme&amp;diff=120024"/>
		<updated>2025-08-07T11:39:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Johan Florisz. van Grypskerke, , Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme hernoemd tot Johan Florisz. van Grypskerke, Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:WF van Grypskerke.jpg|250px]] &lt;br /&gt;
| naam = Johan Florisz. van Grypskerke&lt;br /&gt;
| onderschrift = Het huys van Poppendamme, uit: Cronyk van Smallegange. Bron: ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 28757&lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[1619]] &lt;br /&gt;
| geboorteplaats = &lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = circa [[1670]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats =  &lt;br /&gt;
| beroep = Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Verkreeg na de dood van zijn broer [[Jacob Florisz. van Grypskerke, Heer van Grypskerke en Poppendamme]] (eerste helft 1656) de heerlijkheid Grypskerke en Poppendamme, welke hij in 1666 aan Gerard van der Nisse verkocht. Met zijn dood stierf de oudste tak van de familie uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
L. Hageman, gecontroleerd 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Zelandia Illustrata I, 669. &lt;br /&gt;
*Nagtglas, Levensberichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Grypskerke, Johan Florisz. Van, Heer Van Merlewater, Grypskerke En Poppendamme}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Florisz._van_Grypskerke,_Heer_van_Merlewater,_Grypskerke_en_Poppendamme/EvZ1982-1984&amp;diff=120023</id>
		<title>Johan Florisz. van Grypskerke, Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Florisz._van_Grypskerke,_Heer_van_Merlewater,_Grypskerke_en_Poppendamme/EvZ1982-1984&amp;diff=120023"/>
		<updated>2025-08-07T11:38:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Johan Florisz. van Grypskerke/EvZ1982-1984 hernoemd tot Johan Florisz. van Grypskerke, Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten: Terugdraaien&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(1619 – circa 1670). Verkreeg na de dood van zijn broer Jacob Florisz. van Grypskerke (eerste helft 1656) de heerlijkheid Grypskerke en Poppendamme, welke hij in 1666 aan Gerard van der Nisse verkocht. Met zijn dood stierf de oudste tak van de familie uit.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Maaiken_inden_Hert&amp;diff=120022</id>
		<title>Maaiken inden Hert</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Maaiken_inden_Hert&amp;diff=120022"/>
		<updated>2025-08-07T11:35:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Maaiken hernoemd tot Maaiken inden Hert zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:Maaiken.JPG|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Maaiken inden Hert&lt;br /&gt;
| onderschrift = Maaiken onderscheidde zich met een aantal andere vrouwen tijdens het beleg van Sluis in 1587. Tekening: Beleg van Sluis door Parma, 1587, door Frans Hogenberg. Rijksmuseum Amsterdam. Bron: Wikimedia Commons. &lt;br /&gt;
| geboortedatum = &lt;br /&gt;
| geboorteplaats = &lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = &lt;br /&gt;
| overlijdensplaats =  &lt;br /&gt;
| beroep = Strijdster van Sluis&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
De Kenau Hasselaar van Sluis. Maaiken onderscheidde zich met een aantal andere vrouwen, waaronder Catharina Rose, tijdens het beleg van de stad in 1587 door onvermoeibaar met manden aarde een bolwerk op te werpen, dat in de volksmond de Venusberg werd genoemd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A. Teunis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1146797 Pieter Christiaensz. Bor, &#039;&#039;Oorsprongk, begin en vervolgh den Nederlandsche Oorlogen&#039;&#039; ... XXIII (Amsterdam 1679-1684).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|130841 Pieter Meesters (ed. A.M. Lauret), &#039;&#039;Geschiedenis van Sluis&#039;&#039; (Sluis, 1980).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:volkskunde]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Hert, Maaiken inden}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Maaiken_inden_Hert/EvZ1982-1984&amp;diff=120021</id>
		<title>Maaiken inden Hert/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Maaiken_inden_Hert/EvZ1982-1984&amp;diff=120021"/>
		<updated>2025-08-07T11:35:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Maaiken/EvZ1982-1984 hernoemd tot Maaiken inden Hert/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De Kenau Hasselaar van Sluis. Onderscheidde zich met een aantal andere vrouwen, waaronder Catharina Rose, tijdens het beleg van de stad in 1587 door onvermoeibaar met manden aarde een bolwerk op te werpen, dat in de volksmond de Venusberg werd genoemd.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Christiaan_H%C3%B6lscher&amp;diff=120020</id>
		<title>Johan Christiaan Hölscher</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Christiaan_H%C3%B6lscher&amp;diff=120020"/>
		<updated>2025-08-07T11:27:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Johan Christiaan HÖLSCHER hernoemd tot Johan Christiaan Hölscher zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:JC Holscher.jpg|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Johan Christiaan Hölscher&lt;br /&gt;
| onderschrift =  Johan Christiaan Hölscher leed schipbreuk en verdronk in de Straat van Soenda. Oude kaart met ligging Straat Soenda (ca. 1883). Bron: Wikimedia Commons.&lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[9 augustus]] [[1802]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Middelburg  &lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[24 juni]] [[1852]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = bij Straat Soenda (Indon.)&lt;br /&gt;
| beroep = Medicus&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Medicus. Zoon van de wijnkoper Johan Christian Hölscher en Catharina Clasina de Puyt. Had een onbezorgde jeugd op het landgoed &#039;Kersenburg&#039; te Brigdamme. Promoveerde in 1825  &#039;met de kap&#039; op oude wijze) te Leiden op ‘Dissertatio Philosophia-medica varii argumenti’ (een wijsgerig geneeskundige verhandeling over verschillende onderwerpen). Hij verwierf een grote praktijk, trouwde de rijke doopsgezinde Elisabeth Cornelia Tak (een verwante van Boudewijn Dobbelaar de Wind) en maakte aanvankelijk uitmuntend carrière op medisch en kerkelijk gebied. Op oudere leeftijd werd hij echter stram en kreeg een migratieneurose: hij verhuisde zich arm en zijn praktijk nam door die verhuizingen sterk af. Hij zocht zijn troost in de wijn, die bij zijn familieleden in vaten te halen was. In 1848 en 1849 werkte hij met dr. L.S. de Marreé voor de Vereeniging van Genees- en Heelkundigen een onderzoek uit, betreffende de &#039;Weersgesteldheid en de Constitutie Epidemica, voor Middelburg en omstreken&#039;. Kort daarna besloot hij zijn geluk in Oost-Indië te zoeken, maar in Straat Soenda - tussen Java en Sumatra - leed hij schipbreuk en verdronk. Zijn weduwe overleed 29 april 1856 te Kampen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A.M. Lauret&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Van Gelderen, Oude notulen, 182. &lt;br /&gt;
*J.C. de Man. Geneeskundige School 1, 15 en 16.&lt;br /&gt;
*J. Pel, Chirurgijns, Chirurgijns, doctoren, heelmeesters en artsen op het eiland Walcheren 1700-2000 (Middelburg, 2006).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:Hölscher, Johan Christian}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Christiaan_H%C3%B6lscher/EvZ1982-1984&amp;diff=120019</id>
		<title>Johan Christiaan Hölscher/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Christiaan_H%C3%B6lscher/EvZ1982-1984&amp;diff=120019"/>
		<updated>2025-08-07T11:26:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Johan Christiaan HÖLSCHER/EvZ1982-1984 hernoemd tot Johan Christiaan Hölscher/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(Middelburg 9 augustus 1802 - 24 juni 1852, bij Straat Soenda). Medicus. Zoon van de wijnkoper Johan Christian Hölscher en Catharina Clasina de Puyt. Had een onbezorgde jeugd op het landgoed &#039;Kersenburg&#039; te Brigdamme. Promoveerde in 1825 &#039;met de kap&#039; op oude wijze) te Leiden op ‘Dissertatio Philosophia-medica varii argumenti’ (een wijsgerig geneeskundige verhandeling over verschillende onderwerpen). Hij verwierf een grote praktijk, trouwde de rijke doopsgezinde Elisabeth Cornelia Tak (een verwante van Boudewijn Dobbelaar de Wind) en maakte aanvankelijk uitmuntend carrière op medisch en kerkelijk gebied. Op oudere leeftijd werd hij echter stram en kreeg een migratieneurose: hij verhuisde zich arm en zijn praktijk nam door die verhuizingen sterk af. Hij zocht zijn troost in de wijn, die bij zijn familieleden in vaten te halen was. In 1848 en 1849 werkte hij met dr. L.S. de Marreé voor de Vereeniging van Genees- en Heelkundigen een onderzoek uit, betreffende de &#039;Weersgesteldheid en de Constitutie Epidemica, voor Middelburg en omstreken&#039;. Kort daarna besloot hij zijn geluk in Oost-Indië te zoeken, maar in Straat Soenda leed hij schipbreuk en verdronk. Zijn weduwe overleed 29 april 1856 te Kampen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Willem_Cornelis_Mary_de_Jonge&amp;diff=120018</id>
		<title>Willem Cornelis Mary de Jonge</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Willem_Cornelis_Mary_de_Jonge&amp;diff=120018"/>
		<updated>2025-08-07T11:25:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Willem Cornelis Mary deJonge hernoemd tot Willem Cornelis Mary de Jonge zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:WCM de Jonge.jpg|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Willem Cornelis Mary de Jonge&lt;br /&gt;
| onderschrift = Dunoweg 4. Buitenplaats Overduin, eind 17e eeuw als hofstede aangelegd door de Middelburgse burgemeester Hubrecht de Hase. De villa, het park in landschapsstijl en de boerenschuur dateren van 1839 en werden gebouwd in opdracht van jhr. mr. Willem Cornelis Mary de Jonge van Ellemeet. Foto: D. Steijn, 2012. Bron: ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 141329.&lt;br /&gt;
| geboortedatum =  [[5 augustus]] [[1811]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = &#039;s-Gravenhage&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[1 juli]] [[1888]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Huize `Overduin&#039; bij Oostkapelle&lt;br /&gt;
| beroep = Bestuurder&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/52075215 Willem Cornelis Mary de Jonge]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Heer van Ellemeet en Elkerzee. Bestuurder. Werd op 25 juni 1829 als student in de rechten te Utrecht ingeschreven, waar hij op 28 september 1839 promoveerde. Tijdens de Belgische opstand diende hij vrijwillig bij de compagnie jagers (1830-1831). Hij was burgemeester van Oostkapelle, lid van Gedeputeerde Staten van Zeeland, lid van de Eerste Kamer (1849-1853) en commissaris van de polder Walcheren. Te Oostkapelle legde hij het zogenoemde &#039;Museum Catsianum&#039; aan, een verzameling geschriften met betrekking tot [[Jacob Cats]], welke hij in juni 1887 aan de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden geschonken heeft. Bij K.B. van 13 mei 1884, nr. 33, werd hij in de Nederlandse adelstand verheven. Hij heeft uitgegeven &#039;Het leven van den Pruisischen generaal agaven-kweeker von Jacoby&#039; en het &#039;Museum Catsianum&#039;, een catalogus van zijn verzameling Catsiana.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
L. Hageman, gecontroleerd redactie 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Nagtglas, Levensberichten. &lt;br /&gt;
*Wijnaendts van Resandt, De Jonge, 149.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Kunst &amp;amp; cultuur]]&lt;br /&gt;
[[category:Letterkunde]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Jonge, Willem Cornelis Mary de}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Willem_Momma&amp;diff=120017</id>
		<title>Willem Momma</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Willem_Momma&amp;diff=120017"/>
		<updated>2025-08-07T11:22:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Momma, Willem hernoemd tot Willem Momma zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:W Momma.jpg|300px]]&lt;br /&gt;
| naam = Willem Momma&lt;br /&gt;
| onderschrift = Titelblad van Consultatie en advijs van verscheyden rechtsgeleerde van diversche quartieren uyt Zeeland, verschenen in 1676 inzake de zaak Willem Momma te Middelburg. Bron: ZB, Beeldbank Zeeland, nr. 153121&lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[29 september]] [[1642]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Hamburg&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[10 september]] [[1677]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Delft &lt;br /&gt;
| beroep = Theoloog&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/3412072 Willem Momma]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Theoloog. Studeerde in Leiden bij Coccejus en verwekte daar al rumoer bij de verdediging van zijn dissertatie &#039;De oeconomia temporum&#039;, die uitgesproken coccejaans was. Niettemin werd hij in 1666 te Lubeck beroepen, waar hij werkte tot 1673, het jaar waarin de luthersen de calvinisten en dus ook Momma de stad uit werkten. Momma werd predikant in Hamm (West falen), maar intussen had hij in bepaalde Middelburgse kringen de aandacht op zich gevestigd en in 1676 werd er een beroep op hem uitgebracht, hoewel iedereen op z&#039;n klompen kon voelen, dat dit mis zou gaan. Een onfrisse pamflettenstrijd volgde, waarbij officieel de rechtzinnigheid centraal stond, maar het in wezen ging om het recht van de overheid zich te bemoeien met kerkelijke aangelegenheden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De voetianen waren in Middelburg in de meerderheid en Willem III had de classis al schriftelijk laten weten, dat ze bij de vervulling van de predikantsvacature moest waken tegen het introduceren van nieuwigheden. De Prins doelde daarbij duidelijk op coccejanisme. De Middelburgse magistraat legde de brief van Willem echter naast zich neer en het collegium qualificatum (waarin afgevaardigden van de magistraat zitting hadden) bracht een beroep uit op Momma. De magistraat had daarbij nog een andere bedoeling: ze wilde de Illustre School wat nieuw leven inblazen en erkende geleerden als de plaatselijke predikant De Mey en Momma tot hoogleraar benoemen. De classis had echter geen gevoel voor deze argumenten, verwees naar de brief van de Prins en weigerde Momma te accepteren. Momma kwam over en was nauwelijks in de stad toen een nieuwe brief van de Prins verbood hem te bevestigen. Nu escaleerde het geval tot een prestigezaak tussen de Prins en de magistraat. De magistraat weigerde het hoofd in de schoot te leggen en Momma werd op 19 juli 1766 bevestigd. Momma had zijn inaugurele rede aan de Illustre School op 8 juni al gehouden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Prins, die aan het oorlogvoeren was kon niet meteen ingrijpen, maar gelastte schriftelijk de classis om de kerkorde te handhaven. De classis had echter geen macht en moest volstaan met de bevestiging niet te erkennen en, leeggebaar, Momma op 19 september af te zetten; De Mey moest ook vertrekken. De magistraat protesteerde tegen de afzetting en Momma bleef. In november kon Prins Willem op de slagvelden echter even worden gemist en hij begaf zich spoorslags naar Middelburg om orde op zaken te stellen. Met de Middelburgse magistraat had hij niets te maken, hij wendde zich rechtstreeks tot de Staten van Zeeland die, geïntimideerd, meteen besloten Momma af te zetten en de Prins machtigden allen die inbreuk hadden gemaakt op de rechten van de hoge overheid en dus de waardigheid van de Stadhouder zelf, te schorsen of af te zetten. Een complete zuivering derhalve. Momma had de bui al zien aankomen en verliet dezelfde dag de stad, reisde naar vrienden in Delft (13 dec.) en overleed niet lang daarna. In Middelburg keerde geleidelijk aan de rust terug. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A. Teunis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*v.d. Aa, Biografisch Woordenboek&lt;br /&gt;
*D. Nauta, Biografisch lexicon Ned. Protestantisme&lt;br /&gt;
*NNBW, dl. X&lt;br /&gt;
*Glasius, Godgeleerd Nederland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[category:Religie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT:Momma, Willem}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Zuid-Beveland&amp;diff=119969</id>
		<title>Zuid-Beveland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Zuid-Beveland&amp;diff=119969"/>
		<updated>2025-08-05T11:53:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Zuid-beveland hernoemd tot Zuid-Beveland zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Zuid-Beveland0.jpg|thumb|right|300px|Op de markt in Goes. Foto: J. Wolterbeek, ca. 1980. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 110100]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Algemeen==&lt;br /&gt;
Voormalig eiland, door de afdamming van het Kreekrak in de vorige eeuw schiereiland, door het graven van de Schelde-Rijn-verbinding eigenlijk opnieuw een eiland, zij het dan als onderdeel van het complex dat men thans Midden-Zeeland pleegt te noemen. In het noorden wordt het begrensd door dat deel van het Veerse Meer, dat vroeger Zandkreek heette en door de Oosterschelde; in het oosten grenst het aan Noord-Brabant; langs de zuidkant stroomt de Westerschelde; in het westen is het door naoorlogse inpolderingen nagenoeg vergroeid met Walcheren, met aan de noordzijde nog een deel van het Veerse Meer. Oppervlakte 37.589 ha land en 22.891 ha water. Bevolking per 1 jan. 1982: 78.631, verspreid over de vier gemeenten die er na de gemeentelijke herindeling van 1970 overbleven van de oorspronkelijke 24: Borsele, Goes, Kapelle en Reimerswaal. De bevolkingsgroei vertoont de laatste jaren een dalende tendens. Kwamen er in 1975 nog ruim 1700 mensen bij, in 1981 was deze groei meer dan gehalveerd en haalde men net de 800. Deze terugloop is echter provinciaal en niet typisch voor Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zuid-Beveland0a.jpg|thumb|left|300px|Kapelle is het centrum van de fruitteelt in Zuid-Beveland. Een partij appels die niet meer dan dertig cent per kilo opbracht, wordt vernietigd en verwerkt tot veevoer. Foto: P. Honhoff, 1992. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 185774]]&lt;br /&gt;
Zuid-Beveland is opgebouwd uit ongeveer 140 grote en kleine polders. De grote zijn: De Brede Watering bewesten Yerseke, de Wilhelminapolder, de Borsselepolder, de Kruiningenpolder, de Nieuwe Kraaijertpolder en de Reigersbergschepolder. Het gebied is agrarisch van structuur, met een accent op fruitteelt (15% van het Nederlandse areaal). Van de vroeger zo beroemde kersenteelt is weinig meer overgebleven, al staan er in het seizoen nog wel borden met vlaggen langs de wegen die uitnodigen om te komen proeven; men concentreert zich nu liever en met meer succes op de teelt van appels, peren en pruimen. Het eveneens beroemde fruitcorso in Goes hebben zij echter niet kunnen redden. Het Landelijk Centrum voor Fruitteeltkundig Onderzoek in Wilhelminadorp met z&#039;n modern laboratorium is voor de fruitteelt van eminent belang. Het bestaan van een Centrale Tuinbouwveiling Zeeland, werkt uiteraard ook stimulerend. De Koninklijke Maatschappij De Wilhelminapolder, eveneens in de Wilhelminapolder, is als modelbedrijf in landbouwkringen een begrip. Een soortgelijke rol vervult de in Kapelle gevestigde Van der Have B.V., die een wereldnaam heeft op het gebied van het kweken van nieuwe of het veredelen van oude rassen van suikerbieten, granen, grassen, uien, mais enz. Met het te Goes gevestigde Landbouwcentrum Zeeland, lijkt Zuid-Beveland agrarisch een van de best geëquipeerde delen van Zeeland te zijn. Het feit dat ook de Zuidelijke Landhouwmaatschappij haar zetel in Goes heeft, maakt de stad tot een agrarisch centrum. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De industriële bedrijvigheid blijft beperkt tot kleinere eenheden: mossel- en visconservenindustrie, mosselinleggerijen, groenten- en fruitconservenindustrie, bouwbedrijven, timmerfabrieken, landbouwbenodigheden, lijmen, gymnastiektoestellen e.d. Ter wille van de industrie elders werd in Borssele echter een kerncentrale naast een conventionele gebouwd. Een ambitieus plan om door inpoldering van het Verdronken Land van Reimerswaal ruimte te winnen voor een enorm industrieterrein ligt al jaren in een ijskast. In één opzicht is Zuid-Beveland een land van uitersten: men vindt er de hoogste en laagste punten van Zeeland. Het hoogste punt is de in 1957 gereed gekomen televisietoren (145 m inclusief de stalen opbouw), het laagste ligt in zee vlak voor Borssele waar de Westerschelde 65 m diep is. Dit is tevens het diepste punt in de Nederlandse wateren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De afdamming van het Veerse Gat heeft Zuid-Beveland in aanraking gebracht met het verschijnsel van de recreatie, zij het, door het nagenoeg ontbreken van stranden en duinen, niet op de schaal die op Walcheren en Schouwen gebruikelijk is geworden. Voor Zuid-Beveland is vooral de watersport en de sportvisserij van belang. Wolphaartsdijk heeft zich daardoor kunnen ontwikkelen tot een enorme jachthaven, met alles wat daarbij hoort aan zomerwonigen, campings enz. Het &#039;eiland’ is echter bij uitstek geschikt voor de rustige recreant, die met fiets of auto bloemdijken en welen zoekt, oude kerken of een monumentenstad als Goes interessant vindt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goes is uiteraard het bestuurlijke, economische, culturele, onderwijs en medische centrum van het gebied, tevens een knooppunt van uitstekende verbindingen. Het ligt aan de spoorlijn Vlissingen-Roosendaal, de snelweg A58 loopt er langs en heeft er sinds kort een gemakkelijke aftakking naar het noorden, zodat de automobilist via de Zeelandbrug een kortere weg heeft naar Rotterdam. Verder heeft de stad een eigen haven, waardoor zij met de Oosterschelde is verbonden. Een verbinding met de Oosterschelde is er ook via het Kanaal door Zuid-Beveland. De verbinding met Zeeuws-Vlaanderen wordt onderhouden door de veerdienst Kruiningen-Perkpolder. Bij de kanalen moet natuurlijk ook de Schelde-Rijnverbinding worden genoemd, waarnaast sinds oktober 1983 wordt gewerkt aan het Spuikanaal van Bath om waterlozing op de Westerschelde mogelijk te maken. Zuid-Beveland heeft geen volkslied; wel is ook daar de klederdracht nog altijd niet uitgestorven en kan men, vooral op marktdagen nog de karakteristieke drachtverschillen zien tussen het protestantse deel en de katholieke enclaves. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Historische geografie==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zuid-Beveland1.jpg|thumb|right|300px|Zuid-Beveland in 1573. Kaart van Zeeland en omstreken door C. Sgrooten uit 1573. Bron: Wikimedia Commons]]&lt;br /&gt;
In de Romeinse tijd vormde Zuid-Beveland, zoals ook de rest van Zeeland, een uitgestrekt aaneengesloten veenlandschap, doorsneden door enkele betrekkelijk smalle rivierlopen. Eén daarvan liep van Wemeldinge naar Biezelinge en van daar via Ovezande, het Noord-Sloe en Veere naar zee; het meest zuidelijke gedeelte daarvan mag als een voorloper van het Zwake worden beschouwd. Getuige enkele Romeinse vondsten moet dit gebied toen zeer schaars bewoond zijn geweest. Omstreeks het jaar 275 moet een periode van grote overstromingen begonnen zijn (bekend als de Duinkerke-II transgressie), die brede en diepe geulen uit sleep in het veen en de overgebleven veenpakketten bedekte met een laag slib. De weinige bewoners zijn toen weggetrokken en enkele eeuwen lang was het hele gebied volledig aan het getij overgeleverd. In die periode is een schorrenlandschap gevormd, waarbij de eerder ontstane kreken langzamerhand weer zijn dichtgeslibd. Zo ontstond het bekende patroon van laaggelegen poelgebieden met een dunne laag klei op het veenpakket, gescheiden door hoger gelegen kreekruggen van zandige klei langs de resten van de geulen. De breedste getijgeulen: Schelde, Zandkreek, Schenge, Zwake en Honte bleven open; daartussen vormden zich de Oudlandkernen, waaruit Zuid-Beveland is ontstaan de Breede Watering (beoosten en bewesten Yerseke), het gebied tussen Honte en Hinkelinge, het eiland van Borssele en Wolphaartsdijk. In de Breede Watering bewesten Yerseke, die nooit geïnundeerd is geweest, is het patroon van de kreekruggen nog goed te herkennen: de voornaamste lopen van Wemeldinge over Kapelle naar De Groe, van Goes naar &#039;s-Gravenpolder, van Goes naar &#039;s-Heer Arendskerke en van Yerseke naar Hansweert. Daartussen liggen de poelgebieden: de Goese Poel, de poelgebieden bij Kattendijke, de Kapelse en Yersekse Moer. Tussen Wemeldinge en Kapelle is de restgeul op de kreekrug nog goed te herkennen. In de Yersekse Moer, het enige gebied waar (nog) geen ruilverkaveling heeft plaatsgehad, is het oor spronkelijke patroon van de kreken nog tot in de kleinste details te herkennen. Pas in de 9e of 10e eeuw vestigden zich weer mensen in dit schorrengebied. Zij gingen uiteraard op de hooggelegen kreekruggen wonen en langs de restgeultjes vormden zich de eerste voetpaden. Het oorspronkelijke wegennet volgt dan ook nauwkeurig het krekenpatroon (wat in de Yersekse Moer nog goed te zien is). De verkaveling sluit zich daarbij aan, hetgeen leidde tot het bekende zeer onregelmatige verkavelingspatroon van de Oudlandgebieden. De bewoningskernen ontwikkelden zich op de hoogste punten van de kreekruggen, liefst waar enkele kreekruggen (en dus ook de weggetjes) samenkwamen. De kreekruggen waren ook geschikt voor land- en tuinbouw, terwijl de poelgebieden uitsluitend als weide grond in gebruik waren. De laagste delen van de poelen waren zeer slecht ontsloten, stonden in de winter vaak onder water en werden slechts zeer extensief gebruikt. Hier vond ook al sinds de vroege middeleeuwen moernering plaats, waardoor de poolgronden nog lager kwamen te liggen. Dit grondgebruikspatroon is door de eeuwen heen onveranderd gebleven. De oudste nederzettingen: Wemeldinge, Yerseke, Kapelle, Kloetinge en Goes, alle gelegen op de breedste kreekruggen, dateren uit de 10e eeuw. Ook het oude Borssele, Kruiningen en Sabbinge worden al in deze tijd genoemd. Hier werden ook de oudste kerkjes gesticht, vrijwel altijd op een splitsing van wegen. Door de aanleg van een dwarsverbinding achter de kerk om ontstond dan de dorpskern met een onregelmatig gevormde dorpsring. Daarbij vond ongetwijfeld ook kunstmatige ophoging plaats, hetgeen ook het geval was bij geïsoleerd gelegen boerderijen. Waarschijnlijk is dit verhogen van de woonplaats een reactie geweest op de grote vloed van 1014. In de 11e eeuw werden waarschijnlijk al wat kleinere kreekjes afgedamd. De eerste echte bedijkingen vonden echter eerst plaats na de grote overstroming van 1134, waarvan de Dee of Wijtvliet bij Kattendijke waarschijnlijk een rest is. In snel tempo werden nu de Oudland gebieden door een gesloten ringdijksysteem omgeven, al spoedig gevormd door de eerste aandijkingen, o.a. bij Kattendijke (de Aanwas!) en ten noorden van Kloetinge. Behalve de nog bestaande Breede Watering bewesten Yerseke werden in diezelfde tijd ook de Watering beoosten Yerseke, het land tussen Honte en Hinkelinge en het gebied tussen Borssele en Hoedekenskerke ingedijkt; alle Oudlandkerngebieden dus. Deze laatste zijn echter later door overstromingen weer grotendeels verloren gegaan. Na de bedijking werden veel nieuwe parochies gevormd, ook in de poelgebieden. Vooral de 12e eeuw is de tijd van de kerkstichtingen geweest. Al deze dorpen liggen op (soms maar kleine) kreekruggen en hebben dezelfde ringdorpstructuur, al zijn de dorpjes in de poelgebieden, zoals Sinoutskerke, Kattendijke en Vlake altijd klein gebleven. Tussen de genoemde Oudlandkerngebieden waren brede getijstromen als Zwake en Schenge overgebleven. In de 12e en 13e eeuw werd het pas bedijkte land intensiever in gebruik genomen, maar reeds omstreeks 1300 begon men buitendijks gebleven schorren in te polderen. In deze periode, die tot omstreeks 1500 heeft geduurd, werden langs de randen van getijstromen talrijke kleine poldertjes ingedijkt. De eerste was de polder van ‘s-Gravenpolder, die uit 1316 dateert. In de zeearmen ontstonden ook zandplaten, die als opwas werden bedijkt: Ovezande ± 1290, Heinkenszand ± 1340, Hollestelle ± 1430. Door deze inpolderingen nam ook het getijvolume van de overblijvende zeegaten af, de geulen verlandden en in 1445 zag men kans het Zwake bij &#039;s-Gravenpolder af te dammen. Zo is het typisch kleinschalige landschap ontstaan dat zich in een boog van &#039;s-Heer Arendskerke over Ovezande naar &#039;s-Gravenpolder uitstrekt; het wordt gekenmerkt door een dicht net van binnendijken en verspreide kreekresten. De verkaveling is onregelmatig, maar door de geringe afstand tussen de dijken ontbreken binnenwegen vrijwel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zuid-Beveland1a.jpg|thumb|left|300px|Het kleinschalige heggenlandschap rond Nisse (De Poel). Foto: B. Chamuleau, 2008. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 144057]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de nieuwe opwassen werden ook dorpen gesticht; deze hebben echter geen dorpsring, maar de huizen zijn langs een binnendijk gebouwd (Heinkenszand en Ovezande, waar de kerk op een samenkomst van drie dijken staat). Sommige van de dijken hadden door de zandige grondslag veel te lijden van dijkvallen en doorbraken en de sporen daarvan zijn welen, zoals bij de Brilletjesdijk die tussen 1506 en 1554 minstens viermaal is doorgebroken. De St.-Felixvloed van 5 november 1530 bracht deze ontwikkeling tot een abrupt einde. Het gehele oosten van Zuid-Beveland, achter de Zanddijk, ging verloren, evenals het westelijk deel van het eiland Borssele. Hoewel men trachtte het verloren land zo snel mogelijk te herwinnen, kwam hiervan weinig terecht door de onophoudelijke nieuwe stormvloeden in de daaropvolgende veertig jaar. Alleen de polders van Kruiningen en Waarde konden zo snel worden beverst, dat hun oude structuur behouden bleef. Reimerswaal hield het nog een eeuw als eiland uit, maar moest tenslotte ook worden verlaten. Afgezien van enkele kleinere pogingen kwam het bedijkingswerk pas in de 17e eeuw weer goed op gang. Dit geschiedde nu hoofdzakelijk in het westen en oosten van Zuid-Beveland. Inmiddels had echter een belangrijke ontwikkeling plaatsgevonden in de verkavelingstechniek. Volgde men tot in de 16e eeuw bij de indeling het oude geulenpatroon, waardoor een onregelmatige verkaveling ontstond, de nieuwe inpolderingen werden door de landmeter van te voren verdeeld in strakke kavels tussen kaarsrechte wegen, die zich niets van het geulenpatroon aantrokken. De verkaveling uit 1547 vertoont nog het oude onregelmatige patroon, doch de Louisepolder uit 1554 is al helemaal rechthoekig verkaveld. De grootste prestatie op dit gebied is de herindijking van de polder Borssele uit 1616 met een vierkant verkavelingspatroon, waarbij ook een nieuw dorp op een prachtig strak schema werd ontworpen. Zo mooi heeft men het bij latere dorpen helaas niet meer gedaan: &#039;s-Heerenhoek en Nieuwdorp zitten weggestopt in een hoek van een dijk, terwijl Krabbendijke en Rilland simpele kruiswegdorpen zijn. Na de Borsselepolder konden de uitgestrekte slikken van de Kraaijert in etappes bedijkt worden. Dit zijn allemaal langgerekte polders met rechte wegen en strakke kavels. Alleen de dijken werden nog aan de natuurlijke omstandigheden aangepast. Op dergelijke wijze werd het eiland Wolphaartsdijk weer op zijn oorspronkelijke grootte gebracht. In oostelijk Zuid-Beveland kon men een smalle strook land steeds verder naar het oosten verlengen, hetgeen in 1773 zijn voorlopige bekroning vond in de bedijking van de uitgestrekte Reigersbergschepolder, alweer volgens een strak rechthoekig schema. In 1806 werden Wolphaartsdijk en het kleine eiland Oost-Beveland met Zuid-Beveland verbonden door de bedijking van de Lodewijkspolder (later Wilhelminapolder), die in handen van één bedrijf bleef en daarom een extreem grootschalige verkaveling kreeg. De westelijke rest van het Schenge verlandde daarna snel en kon op dezelfde wijze worden ingepolderd. Door de aanleg van de spoorlijn (1867-1872) hield Zuid-Beveland op een eiland te zijn; het werd met Noord-Brabant en Walcheren verbonden door dammen. De spoorlijn doorsneed rechtlijnig alle oude structuren en dat gold ook voor het in dezelfde tijd aangelegde Kanaal door Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
[[Bestand:Zuid-Beveland2.jpg|thumb|right|300px|Zuid-Beveland in 1753. Hattinga; Tirion - Atlas van Zeeland. Bron: Wikimedia Commons]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot in de 19e eeuw vertoonde het eenmaal na de inpoldering ontstane landschapsbeeld een grote continuïteit; eeuwenlang bleven bewonings- en verkavelingspatroon practisch ongewijzigd. Door de opkomst van het gemotoriseerd verkeer veranderde dit echter drastisch; de wegen werden bestraat en verbreed, bochtige routes werden rechtgetrokken, nieuwe autowegen en autosnelwegen werden aangelegd, niet meer van dorp tot dorp maar volgens een eigen patroon, dat weinig relatie had met het gegroeide landschap. Aan de andere kant verdwenen de meeste van de oude voetpaden dwars door het land, de zg. kerkepaden. De meest fundamentele verandering trad echter op door de her- en ruilverkavelingen, die mede als gevolg van de stormramp van 1953 tot uitvoering kwamen. Deze brachten in grote delen van Zuid-Beveland een sterke vergroting en verstrakking van het verkavelingspatroon met zich mee; bovendien ging door egalisatie veel van het oorspronkelijke relief verloren. Het verschil tussen de oude en de nieuwe polders is daardoor grotendeels verdwenen; alleen enkele reservaten in de Poel en de Kapelse en Yersekse Moer laten nog iets van de oude structuur zien. De ring van kleine polders van &#039;s-Heer Arendskerke tot &#039;s-Gravenpolder zal wel aan deze schaal vergroting kunnen ontsnappen. De getuigen van een eeuwenlange ontwikkelingsgang zijn gedurende de laatste decennia grotendeels snel en grondig opgeruimd. Het landschap is daardoor niet alleen als bron voor historisch geografisch onderzoek onklaar geworden, maar ook onherstelbaar verarmd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*G. de Bakker, De bodemgesteldheid van enkele Zuidbevelandse polders en hun geschiktheid voor de fruitteelt. &lt;br /&gt;
*P. van der Sluijs, G.G.L. Steur en J. Ovaa, De bodem van Zeeland &lt;br /&gt;
*C. Dekker, Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
*M.H. Wilderom, Tussen afsluitdammen III. &lt;br /&gt;
*J. van de Kam en W. Wolff, Op de grens van zout en zoet. &lt;br /&gt;
*P. Nienhuis, R. Willems en R. Kleingeld, Het Zeeuwse landschap. &lt;br /&gt;
*Zeeuws Nieuws; Yerseke Moernummer (5e jaargang no. 4, januari 1980). &lt;br /&gt;
*J. de Bree, De drachten van Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
*D.L. Broeder, The history of Zealand. &lt;br /&gt;
*Chavannes-Mazèl e.a., Langs oude Zeeuwse kerken. &lt;br /&gt;
*J. Ab Utrecht Dresselhuis, Tegenwoordige Staat XIV. &lt;br /&gt;
*Ermerins, Eenige Zeeuwse oudheden. &lt;br /&gt;
*M. van Hoogstraten, De molens van Zeeland. &lt;br /&gt;
*C.P. Huyhregtse, Historische bibliografie van de Bevelanden tot 1795. &lt;br /&gt;
*J.H. Kluiver, Historische orgels. &lt;br /&gt;
*R. Fruin, Stukken betreffende de stormvloed van 1530. &lt;br /&gt;
*H.J. Kok, Kerkpatrocinia. &lt;br /&gt;
*J.C. van der Loos, Kerkgeschiedenis van Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
*J.C. de Man, De vluchtbergen in de Bevelanden en Tholen. &lt;br /&gt;
*K. van der Meer, De bodemkartering van de Brede Watering bewesten Yerseke. &lt;br /&gt;
*Sandberg, Overzetveren. &lt;br /&gt;
*L.P. van de Spiegel, Historie van de satisfactie. &lt;br /&gt;
*J. de Ruiter, De lindeboom op Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
*Trimpe Burger, Vluchtbergen in Zeeland. &lt;br /&gt;
*A.W. Vlam, Historisch-morfologisch onderzoek van eenige Zeeuwsche eilanden. &lt;br /&gt;
*J.W. te Water, Kort verhaal. Historisch jaarboek voor Zuid- en Noord-Beveland, 1975 en volgende jaren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Economie]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Wijfjesvaren_(ath%C3%BDrium_F%C3%ADlix-f%C3%A9mina)&amp;diff=119968</id>
		<title>Wijfjesvaren (athýrium Fílix-fémina)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Wijfjesvaren_(ath%C3%BDrium_F%C3%ADlix-f%C3%A9mina)&amp;diff=119968"/>
		<updated>2025-08-05T11:49:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Wijfjesvaren(athýrium Fílix-fémina) hernoemd tot Wijfjesvaren (athýrium Fílix-fémina) zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Wijfjesvaren1.jpg|thumb|right|300px|Vruchtbaar blad overdekt met rijpe sporenhoopje bij de wijfjesvaren (Athyrium filix-femina). Bron: Wikimedia Commons]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze varenplant groeit vooral in vochtige loofbossen op zandgrond; ontbreekt in het Zeeuwse polderland en duingebied; komt plaatselijk voor in bosjes in het Zeeuws-Vlaamse grensgebied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A.M.M. van Haperen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:flora]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Jacob_Florisz._van_Grypskerke&amp;diff=119967</id>
		<title>Jacob Florisz. van Grypskerke</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Jacob_Florisz._van_Grypskerke&amp;diff=119967"/>
		<updated>2025-08-05T11:41:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Jacob Florisz. van Grypskerke, Heer van Grypskerke en Poppendamme hernoemd tot Jacob Florisz. van Grypskerke zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:JF van Grypskerke.jpg|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Jacob Florisz. van Grypskerke&lt;br /&gt;
| onderschrift = Jacob Florisz. van Grypskerke was onder andere Heer van Poppendamme. Het huys van Poppendamme, uit: Cronyk van Smallegange. Bron: ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 28757&lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[1614]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Grypskerke &lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = eerste helft [[1656]] &lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Brugge of omstreken &lt;br /&gt;
| beroep = Heer Van Grypskerke En Poppendamme, geleerde&lt;br /&gt;
| VIAF = [http://viaf.org/viaf/283181592 Jacob Florisz. van Grypskerke]&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==Biografie==&lt;br /&gt;
Bestudeerde de oude geschiedenis van Zeeland. Na 1653 schijnt hij zich te Brugge of omstreken gevestigd te hebben, waar hij familie en vrienden had. In de 18&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw vond Willem van Citters onder losse papieren een werk in handschrift van hem: ‘ &#039;t Graafschap Zeeland onder haare graven, tot den jaare 1579, behelsende zeer omstandigh den staat en recht van de ridderschap en edelen van Zeelandt’. Het werd op initiatief van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in 1882 gedrukt. [[Willem te Water]] nam er een gedeelte uit over in zijn ‘Hoogadelijk en adelrijk Zeeland’; Adriaan Kluit nam er een gedeelte in zijn ‘Historia Critica Comitatus Hollandiae et Zelandiae’ uit over.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
L. Hageman, gecontroleerd redactie 2013&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Nagtglas, Levensberichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Grypskerke, Jacob Florisz. Van, Heer Van Grypskerke En Poppendamme}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Florisz._van_Grypskerke,_Heer_van_Merlewater,_Grypskerke_en_Poppendamme/EvZ1982-1984&amp;diff=119966</id>
		<title>Johan Florisz. van Grypskerke, Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Johan_Florisz._van_Grypskerke,_Heer_van_Merlewater,_Grypskerke_en_Poppendamme/EvZ1982-1984&amp;diff=119966"/>
		<updated>2025-08-05T11:40:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Johan Florisz. van Grypskerke, , Heer van Merlewater, Grypskerke en Poppendamme/EvZ1982-1984 hernoemd tot Johan Florisz. van Grypskerke/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(1619 – circa 1670). Verkreeg na de dood van zijn broer Jacob Florisz. van Grypskerke (eerste helft 1656) de heerlijkheid Grypskerke en Poppendamme, welke hij in 1666 aan Gerard van der Nisse verkocht. Met zijn dood stierf de oudste tak van de familie uit.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Schouwen-Duiveland&amp;diff=119774</id>
		<title>Schouwen-Duiveland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Schouwen-Duiveland&amp;diff=119774"/>
		<updated>2025-07-30T08:24:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Schouwen-duiveland hernoemd tot Schouwen-Duiveland zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Schouwen1.jpg|thumb|right|300px|Schouwen in het geel weergegeven in 1350. Schouwen was rond die tijd nog een apart eiland; gescheiden van Duiveland. Bron: Wikimedia Commons]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Schouwen-Duiveland: algemeen==&lt;br /&gt;
Noordelijkste voormalige eiland van de provincie Zeeland, gevormd uit de voormalige eilanden Schouwen en Duiveland: omspoeld door de Noordzee  [[Krabbengat]]) in het westen, het [[Brouwershavensche Gat (scoudemarediep)|Brouwershavensche Gat]] en het Grevelingenmeer  [[Grevelingenbekken]] in het noorden, [[Mastgat]] en [[Zijpe]] in het oosten. en de [[Oosterschelde]]  [[Hammen]]. &amp;quot;Roompot) en het [[Keeten]] in het zuiden. Schouwen-Duiveland bestaat na de herindeling (1961) van 18 voormalige gemeenten uit de zes gemeenten [[Bruinisse]]. [[Brouwershaven]]. [[Duiveland]]. [[Middenschouwen]], [[Westerschouwen]] en &#039;&amp;quot;Zierikzee met een totale oppervlakte van 29.198 hectare en een gezamenlijk inwonertal van 28.996 (1982); na de laatste gemeentelijke herindeling van 1997 zijn alle gemeenten omgevormd tot één gemeente Schouwen-Duiveland met een gezamenijk inwonertal van 34.117 personen (2010), met het gemeentehuis in Zierikzee. Het Waterschap Schouwen-Duiveland had een kadastrale oppervlakte van circa 22.800 hectare en zetelde te Zierikzee. Sinds 1 januari 2011 is dit opgegaan in Waterschap Zeeuwse Stromen. De grootste polder van Schouwen-Duiveland is de [[Schouwenpolder]], in het noorden en noordwesten van Schouwen-Duiveland. in de gemeente Westerschouwen bevinden zich de grootste duingebieden van Zeeland (`duinen). Voor het overige bestaat het &#039;eiland&#039; uit polderland. Westenschouwen, Burgh-Haamstede en Renesse zijn bekende badplaatsen in het westen van Schouwen. Verder is er veel toerisme langs het Grevelingenmeer (Scharendijke, Brouwershaven, Bruinisse). de Oosterschelde en in Zierikzee. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1964 werd Schouwen-Duiveland via de [[Grevelingendam]] met Goeree-Overflakkee verbonden. Hiermee was voor Schouwen-Duiveland aan de status van &#039;laatste eiland van Zeeland&#039; een eind gekomen. De [[Zeelandbrug]] naar Noord-Beveland werd in 1965 open gesteld: de [[Brouwersdam]] kwam in 1971 gereed. De Oosterscheldedam. tussen Schouwen en Noord-Beveland, zal in 1986 of later zijn voltooid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naamsafleiding: zie [[Duiveland]] en [[Schouwen]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Schouwen-Duiveland onbedijkt==&lt;br /&gt;
In de vroege middeleeuwen bevond zich achter de toenmalige lage kustduinen een gebied dat langzamerhand geschikt werd voor menselijke bewoning. Wéér geschikt, want in de [[Romeinse Tijd]] is er buiten de duinen in het veengebied ook bewoning geweest; vondsten in Duivendijke en Scharendijke duiden daarop. Binnen het gebied van het tegenwoordige Schouwen-Duiveland was de Gouwe het enige water van betekenis. Oorspronkelijk was dit wellicht een zijrivier van de Schelde. maar op den duur werd de Gouwe vanuit het zeegat tussen Schouwen en Goeree steeds dieper en breder uitgeschuurd. Langs de tot zeearmen geworden riviermondingen lagen uitgestrekte schorren opgeslibd tot ruim een meter boven gemiddeld hoogwater, landinwaarts, op plaatsen met wat meer zoetwater, waren rietmoerassen en wilgenbossen en in het centrum van Schouwen resten van een hoogveen met heide en verspreide hoorngroei. De Vlaamse abdijen bezaten hier in de 8&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; en 9&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw grote stukken land, maar de eigen dommen lagen veren geïsoleerd en kwamen in de 10&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw onder Hollandse invloed. Het duingebied was in de vroege middeleeuwen belangrijker: in 830 wordt daar dichtbij de monding van de Schelde, een nederzetting Scaltheim genoemd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Polders Schouwen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1 Westeren Banpolder&lt;br /&gt;
2 Oosteren Banpolder&lt;br /&gt;
3 Burghen Westlandpolder&lt;br /&gt;
4 Christoffelpolder&lt;br /&gt;
5 Noordernieuwlandpolder&lt;br /&gt;
6 Keetpolder&lt;br /&gt;
7 Geestpolder&lt;br /&gt;
8 Groot St.-Jacobspolder&lt;br /&gt;
9 Zuidernieuwlandpolder&lt;br /&gt;
10 Borrenbroodpolder&lt;br /&gt;
11 Kijkuitpolder&lt;br /&gt;
12 Nieuw-Bommenedepolder&lt;br /&gt;
13 Nieuw-Nataarspolder&lt;br /&gt;
14 Oud-Bommcnedepolder&lt;br /&gt;
15 Zonnemairepolder&lt;br /&gt;
16 Dreicchorpolder&lt;br /&gt;
17 Nieuwe of Jonge polder van Dreischor&lt;br /&gt;
18 Adriana-Johannapolder&lt;br /&gt;
19 Maarlandpolder&lt;br /&gt;
20 Galgepolder&lt;br /&gt;
21 St.-Jeroens of Bantampolder&lt;br /&gt;
22 St.-Joostpolder&lt;br /&gt;
23 Verbrande Manpolder&lt;br /&gt;
24 Henriëttepolder&lt;br /&gt;
25 St.-Jacobspolder&lt;br /&gt;
26 Klein-Bettewaardepolder&lt;br /&gt;
27 Jongepolder&lt;br /&gt;
28 Groot-Bettewaardepolder&lt;br /&gt;
29 Al-te-Kleinpolder&lt;br /&gt;
30 Gouweveerpolder/Zelkepolder&lt;br /&gt;
31 Gooikens-Nieuwlandpolder&lt;br /&gt;
32 Klein Beyerenpolder&lt;br /&gt;
33 Groot Beyerenpolder&lt;br /&gt;
34 Nieuwe Veerpolder&lt;br /&gt;
35 Vier Bannen van Duiveland&lt;br /&gt;
36 Sir Janslandpolder&lt;br /&gt;
37 Oosterlandpolder&lt;br /&gt;
38 Bruinissepolder&lt;br /&gt;
39 Stoofpolder&lt;br /&gt;
40 Zuidernieuwlandpolder&lt;br /&gt;
41 Schouwenpolder&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Economische en geografische ontwikkeling tot 1300==&lt;br /&gt;
Economisch was het gebied achter de duinen van betekenis door de schapenteelt, die op grazige schorren plaatsvond en waarvan de wol uitgevoerd werd. alsmede door de zoutketen die al in het eind van de 8&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw genoemd worden. Er was een extensief bodemgebruik met een zeer schaarse bevolking. liet winnen van zout gebeurde vooral dankzij het verzilte veen van midden-Schouwen, een gebied dat nog eeuwen met de erfenis ervan zou blijven zitten: een zeer onregelmatige verkaveling en laag gelegen. In later eeuwen heeft het alleen betekenis als hooiland. voor de vetweiderij en als verzamelgebied van vogels, eieren en paling. Het wordt op oude kaarten aangeduid als &#039;De Moeren van Schouwen&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan de Gouwe bezat de abdij van St.-Baaf uit Gent weidegrond voor 900 schapen (het gehele oude Poortambacht?) en een nederzetting Creka, waar wellicht de schapenboeren woonden en dat mogelijk op de plaats van het tegenwoordige Zierikzee (omgeving St. Lievens Monstertoren) te zoeken is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is bijna onvoorstelbaar, maar de mensen woonden hier onbeschermd door dijken en ook niet op of bij vliedbergen. Deze vluchtheuvels werden pas opgeworpen in de 11&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw, waartoe men gedwongen was door een agressievere zee en stormvloeden (1014, 1042).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De grootste kreek, toen gevormd, lag van het duingebied achter Raamstede in zuidelijke richting Meeldijkkreek Ook de kreek, waaraan Westenschouwen later groeide, vormde zich toen. De oudste polders. Stormvloeden uit het begin van de 12&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw (1134) sloegen nieuwe wonden in het oude kernland. maar prikkelden de mensen tevens tot afdamming van kreken en het aanleggen van de eerste dijken. Aan de noordkant van Schouwen, vlak achter de duinen, vormde zich een brede kreek met verschillende zijtakken. De rest daarvan zou later op de kaarten staan als Gravelinge. Ernstiger was de aantasting van het oude land door kreken meer oostwaarts. De opstuwing in het ontmoetingsgebied van rivieren en zee speelde daar een grotere rol. Niet alleen verbreedde zich de Gouwe, maar ook de Sonnemare en het Dijkwater met lange zijkreken hadden invloed en scheidden Bommenede, Dreischor en Duiveland van elkaar. Ook de Steenzwaan hij Nieuwerkerk, een zijkreek van het Dijkwater, dateert uit die tijd, evenals kreken in de omgeving van het latere dorp Oosterland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als vroegste bedijking beschouwt Kuipers Laag-Schouwen, waar omheen een lage kadijk tot stand kwam, wellicht als moerdijk om de darinkdelvers te beschermen. Buiten deze kade ging de aanslibbing door en daarop zou tussen 1150 en 1200 de ringdijk van Schouwen tot stand komen: een lage, brede aarddijk met een groot schorrengehied ervoor. Hierbij zijn verschillende kreken afgedamd (vaak enigszins naar binnen toe waar de kreek wat smaller was); op de dammen sloten de dijken aan. Vooral graaf Floris III van Holland is een belangrijk stimulator van deze defensieve bedijking geweest. Stukken van de oude dijk zijn nog bewaard gebleven. Vooral aan weerszijden van de voormalige Gouwe zijn ze landschappelijk fraai. De dijken zijn er erg bochtig: aan de binnenzijde komen verschillende welen voor. De bekendste dam uit het einde van de 12&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw is de Dam in Zierikzee, ook kennen we die naam uit Haamstede en verder de Kuijerdam hij Ellemeet en ’s-Heer Arendsdam op Dreischor. Aan de noordkant sloot de Kuijerdam zó op de duinen aan, dat slot Moermond nog een verbinding met zee behield. Aan de zuidkant sloot de oude ringdijk aan op de Zuidduinen. Het dijkje tussen Burgh en Burghsluis was aanvankelijk wellicht een beschermingskade om Laag-Schouwen. Pas later is deze dijk Meeldijk (Middeldijk) genoemd toen de Zuidduinen waren weggeslagen en daar ook een dijk was aangelegd. Ook de Vierbannen van Duiveland. Dreischor en Bommenede werden omdijkt. Bij stormvloeden uit de 13&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw zijn het oostelijk deel van Duiveland en Dreischor jarenlang weer onder invloed van de zee gekomen. Jarenlang de is in de 14e eeuw tijdelijk prijsgegeven. Dreischor is herdijkt in 1300. Oost-Duiveland werd ook herdijkt (zie verder).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schouwen verdeelde men sinds die tijd in zes stukken begrensd door restkreken. Deze zes delen zijn: Burgh (met de duinen), Haamstede, Brijdorpe, Kerkwerve, Poortambacht (Quaelambacht) en Zuidland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het beveiligde bestaan op Schouwen-Duiveland in de middeleeuwen. Toen het land beveiligd en in cultuur was gebracht, volgde in de 13&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw een massale parochiestichting: 23 kerken op Schouwen, 3 op Duiveland. De aanvankelijk verspreide bewoning op de hogere kreekruggen concentreerde zich in dorpen. De namen van die dorpen eindigen vaak op -kerk(e), -dijke of -damme. Intensieve zelfvoorzienende landbouw kwam op. Schouwen-Duiveland was niet alleen meer een wingewest voor wol en zout, de bevolking nam toe. De Vlaamse abdijen stootten overigens veel land af en concentreerden zich op activiteiten dichter hij huis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Visserij moet belangrijk geweest zijn, vooral in Westenschouwen. Bommenede werd bekend door de haringvisserij, evenals Zierikzee. In de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw is dankzij de haringbuizen die na het visseizoen in de zomer vrij waren het internationale handelsverkeer op gang gekomen. Er was handel met Engeland en er ontstonden Zeeuwse contacten met de Oostzeelanden. In vele stadjes van Zeeland bloeide deze vorm van schipperij en voor 1400 was deze zelfs van meer betekenis dan in Holland. In de tweede helft van de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw brachten schepen uit Zierikzee en Renesse uien, haring en meekrap naar de havens aan de oostkust van Engeland. Laken en zout waren belangrijke exportartikelen. Ook tarwe werd een exportproduct, terwijl men rogge en zuivel als voedsel importeerde. Beveiliging tegen de zee was dus basis voor een opbloei van landbouw en handel die in de 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; en 15&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw een hoogtepunt bereikte hetgeen nog steeds zichbaar is aan vele historische gebouwen op Schouwen-Duiveland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Landwinst en landverlies tussen 1300 en 1700==&lt;br /&gt;
De grote betekenis die de landbouw had leidde waar mogelijk tot (offensieve) bedijkingen. Eerst werden nog stukken verjongd en werd dus overslibd oudland herdijkt: polder Dreischor 1300, polder Sirjansland 1305, polder Oosterland 1354 en polder Bruinisse 1468. Betrekkelijk kleine stukken rijp schor buiten de ringdijk van Schouwen kwamen tevens aan de beurt: Zuidernieuwlandpolder (Zierikzee) 1352, Gooikens-Nieuwlandpolder 1352 en Zuidernieuwlandpolder (Brouwershaven 1357). Op het wantij tussen Schouwen en Dreischor was het weldra mogelijk twee dijken te leggen: polder Noordgouwe 1374. Tussen het herdijkte Bommenode en Noordgouwe vond toen snel aanslibbing plaats met als grootste polder Zonnemaire in 1401. In 1412 volgden de polders Bloois, Nieuw-Bommenede en Nataars. Nog in de 15e eeuw werd de Gouwe&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
door een aantal kleine polders bij Schuddebeurs nog meer versmald en bleef alleen de Zuidgouwe het belangrijkste toegangswater tot Zierikzee; naar de Grevelingen toe het Dijkwater. De nieuwlandpolders hebben een zavelige ondergrond zonder veen: ze liggen ook nu nog wat hoger in het landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Winst dus aan de oostkant van Schouwen, maar verlies aan de zuidkust. Voor 1600 is het grootste deel van [[Zuidland]] buitengedijkt. Ook verdwenen geleidelijk de Zuidduinen tussen Westenschouwen en Burghsluis; een duidelijke hoek, te zien op oude kaarten, werd afgerond. Rond 1600 is de Gouwe sterk verzand. Zierikzee moest een nieuwe verbinding naar de Oosterschelde graven en het werd mogelijk Schouwen en Duiveland te verbinden. Tussen Zierikzee op Schouwen en Kapelle op Duiveland werd in 1600 de Steenen dijk aangelegd. De aanslibbing ging toen nog sneller en reeds in 1629 bedijkte men de Gouweveerpolder en in 1614 en 1646 werden respectievelijk Grooten Klein-Bettewaarde bedijkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na 1650 is het met de grote bedijkingen gedaan: alleen resten van Bommenede zouden. na veel ellende van oorlo g en overstroming in het begin van de 18&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw, nog herdijkt worden. Het Dijkwater werd na de 17&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw steeds smaller door aanslibbing en inpolderingen; het is tenslotte in 1954 van de Grevelingen afgesloten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Het regionaal-agrarisch karakter van Schouwen-Duiveland van 1600 tot 1900==&lt;br /&gt;
Het einde van de 16&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw blijkt een ommekeer op Schouwen-Duiveland geweest te zijn. Verlandend vaarwater en Spaanse oorlogshandelingen waren oorzaken van het verplaatsen van de handel naar Holland. De haringvisserij verdween uit Zierikzee, ook de kabeljauwvisserij op IJsland verdween. Reeds 100 jaar daarvoor was het darinkdelven op Schouwen verboden (1496), enkele zoutziederijen bewerkten nog Portugees en Frans zout. Het enige dat nog verhandeld werd, was kool, zaad. Meekrap, vlas en tarwe. Schouwen-Duiveland kreeg een regionaal agrarisch karakter. Het uit de middeleeuwen stammende landschap veranderde vrijwel niet: de oudste polders hadden een uiterst verwarde verkaveling, de polders van na 1300 hadden rechtere en grotere kavels en ook de afwatering was er beter. Binnen de oudste polders lagen de iets hoger gelegen kreekruggen waarop de akkers, dorpen en wegen. Lager zag men de natte poelgronden met hobbelig land. drinkputten en zilte sloten. &#039;s Winters stonden ze onder water en vond vervoer per schuit plaats. Het waren erg open en winderige gebieden. De jongere polders in het voormalige Dijkwater en Gouwe vertoonden een wat meer besloten karakter. Er lagen daar poldertjes van 5 hectare of minder, met fraai begroeide binnendijken. De beste documentatie van dit oude cultuurlandschap zijn de topografische kaart: 1:25.000 en de door de R.A.F. in 1944/45 gemaakte luchtfoto&#039;s.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het landbouwstelsel, niet het landschap, werd ingrijpend gewijzigd aan het einde van de 19&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw. Te lage graanprijzen en het instorten van de markt voor meekrap leidden tot een omschakeling op hakvruchten: aardappelen, uien en suikerbieten. Het geïsoleerde eiland bood geen mogelijkheden tot omschakeling op tuinbouw en melkveeteelt, zoals elders toen wel gebeurde. De sterke groei van de bevolking na 1850 kon binnen dit landbouwstelsel niet worden opgevangen en dit leidde tot een traditioneel vertrekoverschot dat pas in 1972 zou omslaan. Velen vertrokken naar Holland (Rotterdam) of nog verder naar de U.S.A. De bevolkingsgroei was in 1981 nog 394. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Het nieuwe polderlandschap op Schouwen-Duiveland==&lt;br /&gt;
Het oude polderlandschap zoals dat hiervoor geschetst werd en dat gegroeid was in de loop van eeuwen bood voor de landbouw in de 20&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw veel problemen. Na de stormvloed van 1953 heeft men het landschap dan ook niet willen restaureren, maar werd besloten tot herverkaveling. De inrichting die tussen 1954 en 1962 tot stand kwam, is de uitvoering van het Reconstructieplan dat veel aandacht schonk aan landbouw, lokaal verkeer en waterhuishouding. Recreatie en doorgaande wegen speelden toen nog geen belangrijke rol en die veroorzaken nu dan ook nieuwe problemen. Vrijwel alles wat onderwater had gestaan ging op de schop: er werden nieuwe wegen aangelegd. drainagebuizen gelegd en vele binnen dijken afgegraven. De 23.300 percelen van voor 1953 werden teruggebracht tot 8720. Gespaard bleven de dorpskernen (waar veel gerestaureerd werd), twee vliedbergen bij Zierikzee en Scharendijke en enkele oude hoger gelegen kerkhoven (Brijdorpe, Looperskapelle, Nieuwerkerke, Oud-Ellemeet en Elkerzee). Het herverkavelde land eromheen kreeg een nieuwe beplanting die wat meer beschutting moest geven langs wegen en om nieuwgebouwde boerderijen. Enkele lage gedeelten van midden-Schouwen beplantte men bewust niet. De inbraakkreken van Schelphoek en Ouwerkerk werden omringd door bossen. dit in tegenstelling tot oudere kreken die open in het land liggen met slechts rietkragen erlangs. Het reliëf in de polders is weggewerkt. Wel liggen de jongere polders nog steeds ruim 1 meter hoger dan de oude polders. Die polders hebben in 1953 ook minder geleden en maken nu een oudere indruk door de vele gespaarde boerderijen en bomen. Landbouwkundig is de bodem sterk verbeterd en is er meer bouwland dan grasland. In midden-Schouwen werd de Delingsdijk tus sen Serooskerke en Brouwershaven een nieuw reliëfelement. Het totaalbeeld van Schouwen-Duineland is echter nog net als vroeger: open land. zilte lucht en een hoge hemel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
F. Beekman, J. Kuipers &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*S. F. Kuipers, Enige lucht foto-aspecten. &lt;br /&gt;
*S.F. Kuipers, Een bijdrage. &lt;br /&gt;
*Vlam, Historisch-morfologisch onderzoek. &lt;br /&gt;
*Trimpe Burger, Beknopt overzicht oudheidkundig bodemonderzoek in het Deltagebied. &lt;br /&gt;
*C. Dekker, Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
*Gottschalk, Stormvloeden. &lt;br /&gt;
*Verhuist, Sint-Baufsabdij. &lt;br /&gt;
*Boerendonk, Historische studie. &lt;br /&gt;
*Keunie, Mozaïek der Functies. &lt;br /&gt;
*Wilderom, Tussen afsluitdammen II.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Geschiedenis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Schouwen-Duiveland]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Schouwen-Duiveland,_Schrijvers_Over&amp;diff=119773</id>
		<title>Schouwen-Duiveland, Schrijvers Over</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Schouwen-Duiveland,_Schrijvers_Over&amp;diff=119773"/>
		<updated>2025-07-30T08:24:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Schouwen-duiveland, Schrijvers Over hernoemd tot Schouwen-Duiveland, Schrijvers Over zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een van de eerste auteurs die over Schouwen-Duiveland hebben geschreven is [[Melis (Amelis) Stoke|Melis Stoke]] (begin 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw), die in het negende boek van zijn &#039;rijmkroniek&#039; een uitvoerige beschrijving geeft van het beleg van Zierikzee (1303-1304) en de daarop volgende vlootexpeditie tot ontzet van deze stad. Belangrijk in zijn verhaal zijn de toponymische en waterloopkundige bijzonderheden over het vroeg 14&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;-eeuwse Schouwen-Duiveland. Hij noemt onder meer Rijmkroniek boek 9. regel 655 e.v.): Dreyscher ort, Bridorp, Duvelant, &#039;ene creke&#039; in de omgeving van het &#039;Dyckwatre&#039; en Bettenweerde. Deze grote bekendheid met de lokale situatie op en rondom Schouwen-Duiveland maken het waarschijnlijk dat Melis Stoke op dit eiland, en wellicht te Zierikzee geboren is (zie onder andere P. J. Meertens, Letterkundig leven in Zeeland, p. 51, 68, 71 en noot 201). De beide Zierikzeese geleerden en magistraten, Adriaen (1589-1644) en [[Rochus Hoffer]] (1616-1671), lieten een aantal Latijnse gedichten na, in handschrift bewaard in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg (onder andere Handschrift 1933), waarvan sommige zeer sterk gericht zijn op Schouwen en zijn geschiedenis. Adriaen Hoffer schreef onder meer een gedicht op Brouwershaven, op de Schelde en over de bloeiende zoutwinning in Zierikzee en omgeving  [[moernering]]). Rochus Hoffer schreef ook een gedicht op de Schelde en is tevens bekend geworden door een groot gedicht op het 800-jarig eeuwfeest van Zierikzee in 1648. In de gedichten over de Schelde gaan zij aan het watergeweld van deze zeearm niet voorbij. Jacobus [[Eyndius]] vermeldt in zijn &#039;Chronici Zelandiae&#039; op gezag van niet exact genoemde geschiedschrijvers (&#039;Historici consentiunt&#039;), dat omstreeks 805 vooraanstaande Saksen op schepen van Karel de Grote naar Schouwen gedeporteerd zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Jacob Cats]] schreef voor de uitgave van zijn &#039;Verzamelde Werken&#039; in 1655 een opdracht aan het stadsbestuur van Brouwershaven (Kroniek van het land van de zeemeermin, Schouwen-Duiveland, 1977. p. 11, 13) waarin hij met grote dankbaarheid herinnert aan zijn kindertijd in die stad.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het begin van de 19&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;lt;nowiki&amp;gt; eeuw legt de raadsheer van Vlaanderen, Charles-Joseph de Grave, in zijn boek &#039;République des Champs Elvsées ou monde ancien&#039; (Gent 1806) verband tussen het verhaal van Odysseus en de mythe van Atlantis. Hij ziet als kern van dit legendarische continent het Zeeuwse deltagebied en in het bijzonder Schouwen. dat hij aanduidt als eiland van Circe met de hoofdstad Circea! (zie vooral dl. I, p. 198 en verder). In deze idee werd De Grave kritisch gevolgd door onze eigen tijdse schrijver Hubert Lampo in zijn &#039;Toen Herakles spitte en Kirke spon&#039;. De idee van Schouwen als een &#039;ultima Thule&#039; [sic.], een eiland der gelukzaligen, vinden we in andere vorm terug hij P.H. [[Pierre Henri Ritter|Ritter]] jr., &#039;Sentimentele Aardrijkskunde&#039; (onder andere pag. 172). Charles de Coster schreef in 1873 onder de titel &#039;La Wande&#039; een reisverhaal. waarin ook Zierikzee en Schouwen ter sprake komen. Zijn informaties zijn in zoverre onjuist en onvolledig. dat cijfers over inwoners en godsdienstige gezindte van Zierikzee niet overeen stemmen met de officiële gegevens van die tijd. &amp;lt;/nowiki&amp;gt;Tevens maakt hij voor Schouwen met geen enkel woord melding van de toen nog niet verdwenen meekrapcultuur (zie de Nederlandse vertaling van zijn reisverhaal &#039;Zeeland door de bril van 1873&#039;, (1965, pag. 103). In de 20&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw maken wij met onze verhalenschrijver [[Nescio]] in zijn verhaal &#039;De Uitvreter&#039; de klassieke reis naar Schouwen-Duiveland per boot via Numansdorp-Zijpe en daarna met de tram naar Zierikzee. In dit verhaal wordt verteld over een wandeling in die stad &#039;naar de singels&#039;. Ongetwijfeld is hiermee het zogenaamde Slingerbos op de stadswallen bedoeld. Over de contacten van zijn hoofdpersoon Japi met de Zierikzeeënaars zegt hij: &#039;De Zeeuwen zijn de beroerdsten niet&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daarna schenkt P. H. Ritter jr. in zijn &#039;Sentimentele Aardrijkskunde&#039; uitvoerig aandacht aan Schouwen-Duiveland. Onder andere in de hoofdstukken Schouwen I; De wraak der meerman Nen, II; Liefelijk leven na ruisend geluid, III; Een blanke droomster aan een verzande kust (over Brouwershaven) en Eindeloze reizen en gepeizen (pag. 138-155 en 168-172). Bedoeling van de schrijver was Zeeland te laten zien &#039;voor zijn geschondenheid. Het Zeeland dat de oorlog trotseerde toont de tekenaar (Anton Pieck) in zijn beeld&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De geschondenheid door de watersnoodramp van 1953 is het onderwerp van de roman van Paul Zumthor, Les hautes eaux (Parijs 1958). Wij ervaren hierin de angsten van &#039;de ramp&#039; in het gezin van de Duivelandse familie Van der Moere met echt Zeeuwse voornamen als Joos, Kees en Jane. In dit orthodox-gereformeerde, zeer calvinistische milieu ziet men de watersnood als Goddelijke straf.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A. de Vin &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category: Kunst &amp;amp; cultuur]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:letterkunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Gosuinus_Buitendijck&amp;diff=119772</id>
		<title>Gosuinus Buitendijck</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Gosuinus_Buitendijck&amp;diff=119772"/>
		<updated>2025-07-30T08:23:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Gosuinus Buitendijck, hernoemd tot Gosuinus Buitendijck zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Gosuinus à Buitendijck,]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Gosuinus_%C3%A0_Buitendijck&amp;diff=119771</id>
		<title>Gosuinus à Buitendijck</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Gosuinus_%C3%A0_Buitendijck&amp;diff=119771"/>
		<updated>2025-07-30T08:23:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Gosuinus à Buitendijck, hernoemd tot Gosuinus à Buitendijck zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:Buitendijck_19323.jpg|200px]]&lt;br /&gt;
| naam = Gosuinus à Buitendijck&lt;br /&gt;
| onderschrift = De kerk van Schore omstreeks 1800. Buitendijck predikte hier begin 18de eeuw, prentbriefkaart, ZB, Beeldbank Zeeland, recordnr. 19323&lt;br /&gt;
| geboortedatum = tweede helft [[17de eeuw]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Oud-Beijerland&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = ná [[1726]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = ?&lt;br /&gt;
| beroep = predikant en spinozist&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
== Spinozisme ==&lt;br /&gt;
Spinoza heeft in het begin van de 18de eeuw in ons land een grote invloed uitgeoefend. In gepopulariseerde vorm kwamen zijn denkbeelden ook op de kansel terecht. Er is een tijd geweest dat een ieder die ook maar enigszins afweek van de officiële kerkleer voor spinozist werd aangezien. Dit is ook met Buitendijck het geval geweest, al dan niet terecht. De moeilijkheden met hem begonnen al toen hij in 1701 te Schore werd beroepen. Tegen hem werd een aanklacht ingediend, die overigens niets met zijn leer te maken had. Pas het volgende jaar werd het beroep goedgekeurd. In 1705 kwamen er opnieuw beschuldigingen, welke in 1709 uitgroeiden tot de grote beroering van een kerkelijke procedure. Deze klachten hadden wel met zijn leer en prediking te maken, maar hiermee zat men blijkbaar verlegen. Na een prediking van hem in &#039;s-Gravenpolder op 17 augustus 1710, kwamen er nieuwe aanklachten over bedenkelijke afwijkingen van de gereformeerde kerkleer, die in ieder geval in de richting van Spinoza gingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Geloofsovertuiging en promotie in de medicijnen ==&lt;br /&gt;
Buitendijck zag God als de immanente oorzaak van alle dingen en de drie-eenheid zou door hem worden geloochend. Buitendijck toonde zich geen gemakkelijk mens. Op 5 januari 1711 werd hij &#039;gesuspendeerd&#039; (geschorst) en op 19 februari 1712 afgezet, tezamen met de kerkenraad en de schoolmeester van Schore, die zich achter hem bleven scharen. Buitendijck ging hierna tot een andere studie over en promoveerde in 1715 tot doctor in de medicijnen. Hij vestigde zich in Roosendaal, waar hij een groep vormde. Toen hij gevaar vreesde, week hij uit naar Vlaanderen. In Zeeland hield hij allerlei contacten en vormde hij kringen, vooral op Zuid-Beveland, waarom de Staten hem verboden op dit eiland te komen, van welk verbod Buitendijck zich niets aantrok. In 1726 werd hij uit Breda verbannen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Etymologie ==&lt;br /&gt;
Buitendijck was nog al eens tegen de draad in en het is niet ten onrechte dat van hem nog altijd resteert in onze provincie de uitdrukking: ‘&#039;t Is een buitendijker’, waarmee niet een vreemdeling wordt bedoeld, maar iemand uit eigen kring, die wat anders is dan de anderen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984 ==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
*De Ligt, Gosuinus à Buitendijck.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Religie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DEFAULTSORT: Buitendijck, Gosuinus à}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Gosuinus_%C3%A0_Buitendijck/EvZ1982-1984&amp;diff=119770</id>
		<title>Gosuinus à Buitendijck/EvZ1982-1984</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Gosuinus_%C3%A0_Buitendijck/EvZ1982-1984&amp;diff=119770"/>
		<updated>2025-07-30T08:22:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Gosuinus à Buitendijck,/EvZ1982-1984 hernoemd tot Gosuinus à Buitendijck/EvZ1982-1984 zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Predikant, `spinozist&#039;. Geboren te Oud-Beijerland. Spinoza heeft in het begin van de 18e eeuw inons land een grote invloed uitgeoefend. In gepopulariseerde vorm kwamen zijn denkbeelden ook op de kansel terecht. Er is een tijd geweest dat een ieder die ook maar enigszins afweek van de officiële kerkleervoor spinozist werd aangezien. Dit is ook met Buitendijck het geval geweest, al dan niet terecht. De moeilijkheden met hem begonnen al toen hij in 1701 te Schore werd beroepen. Tegen hem werd een aanklacht ingediend, die overigens niets met zijn leer te maken had. Pas het volgende jaar werd het beroep goedgekeurd. In 1705 kwamen er opnieuw beschuldigingen, welke in 1709 uitgroeiden tot de grote beroering van een kerkelijke procedure. Deze klachten hadden wel met zijn leer en prediking te maken, maar hiermee zat men blijkbaar verlegen. Na een prediking van hem in &#039;s-Gravenpolder op 17 augustus 1710, kwamen er nieuwe aanklachten over bedenkelijke afvv. ij kingen van de gereformeerde kerkleer, die in ieder geval in de richting van Spinoza gingen. Hij zag God als de immanente oorzaak van alle dingen en de drieeenheid zou door hem worden geloochend. Buitendijck toonde zich geen gemakkelijk mens. Op 5 jan. 1711 werd hij &#039;gesuspendeerd&#039; (geschorst) en op 19 februari 1712 afgezet, tezamen met de kerkeraad en de schoolmeester van Schore. Die zich achter hem bleven scharen. Buitendijck ging hierna tot een andere studie over en promoveerde in 1715 tot doctor in de medicijnen. Hij vestigde zich in Roosendaal, waar hij een groep vormde. Toen hij gevaar vreesde, week hij uit naar Vlaanderen. In Zeeland hield hij allerlei contacten en vormde hij kringen, vooral op Zuid-Beveland, waarom de Staten hem verboden op dit eiland te komen, van welk verbod Buitendijck zich niets aantrok. In 1726 werd hij uit Breda verbannen. Buitendijck was nog al eens tegen de draad in en het is niet ten onrechte dat van hem nog altijd resteert in onze provincie de uitdrukking: &#039;t Is een buitendijker, waarmee niet een vreemdeling wordt bedoeld, maar iemand uit eigen kring, die wat anders is dan de anderen.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Zeeuws-Vlaanderen&amp;diff=119769</id>
		<title>Zeeuws-Vlaanderen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Zeeuws-Vlaanderen&amp;diff=119769"/>
		<updated>2025-07-30T08:21:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Zeeuws-vlaanderen ( Gebruikelijke Spelling; In Officiële Stukken Echter Zeeuwsch-vlaanderen). hernoemd tot Zeeuws-Vlaanderen zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Zeeuws-vlaanderen ( Gebruikelijke Spelling; In Officiële Stukken Echter Zeeuwsch-vlaanderen).&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Algemeen==&lt;br /&gt;
Zuidelijk deel van de provincie, in het noorden begrensd door de Westerschelde, in het oosten, zuiden en zuid westen door België, in het noordwesten door de Wielingen. Het spraakgebruik deelt het gebied in drie zones: West Zeeuws-Vlaanderen, de Kanaalzone (langs het [[Kanaal]] van Gent naar Terneuzen) en Oost Zeeuws-Vlaanderen. Oppervlakte: 87.715 ha, waar van 14.667 ha water. Bevolking (1982) 108.716, waarvan 54.385 vrouwen en 54.331 mannen. Tot 1980 liet de bevolking een vrij constante groei zien van gemiddeld 600 personen per jaar, in 1981 daalde dit getal plotseling tot 14. De bevolkingsdichtheid per km is in Oost Zeeuws-Vlaanderen ongeveer twee keer zo groot als in West. Vooral de snelle expansie van Terneuzen heeft daartoe bijgedragen. Na de gemeentelijke herindeling van april 1970 bleven er van de oorspronkelijk 30 gemeenten slechts 8 over: [[Oostburg]], [[Sluis (lamminsvliet, Lammensvliet. Lambinsvliet)|Sluis]] en [[Aardenburg]] in West Zeeuws-Vlaanderen, [[Terneuzen]], [[Axel]] en [[Sas]] van Gent in de Kanaalzone en [[Hontenisse]] en [[Hulst]] in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Het gebied is overwegend agrarisch van structuur, omdat de bodem is bedekt met vruchtbare zeeklei. De historie (zie hieronder) heeft gewild dat dit voormalige eilandenrijk werd opgebouwd uit ongeveer 300 merendeels kleinere polders. Als geen stormvloeden het land onder water zetten, waren het wel oorlogshandelingen, die met het doorsteken van de moeizaam opgeworpen dijken het water toelieten; steeds opnieuw echter toog men aan het werk om met behulp van dijken water in land te veranderen. Het landschap draagt er duidelijk de sporen van. Niet alleen door de vaak nog aanwezige dijken, ook door de tot fraaie natuurgebieden getransformeerde restgeulen en na inundaties overgebleven kreken. Staatsbosbeheer heeft een aantal van deze kreekgebieden in beheer, o.a. Het Blikken Weitje bij Hoek, de Grote Putting bij Vogelwaarde, het Koegat, even eens bij Vogelwaarde, de Canisvlietse Kreek bij Westdorpe en de Vlaamse Kreek bij Clinge. De Stichting &#039;Het Zeeuwse Landschap&#039; zorgt voor de reservaten in de Verdronken Zwarte Polder bij Nieuwvliet, het Nederlandse deel van het Zwin en voor het 36 ha grote krekenstelsel Het Grote Gat bij Oostburg. Van het internationaal beroemde Verdronken Land van Saaftinge heeft de Stichting 2500 ha in beheer. Wie oplet weet ook in het landschap op tal van plaatsen de restanten of de contouren te herkennen van de vele forten, schansen, batterijen en liniedijken, die herinneren aan de vele malen dat dit gebied in oorlogshandelingen was betrokken. De mooiste vesting is Hulst, dat nog gaaf binnen zijn beplante wallen ligt [[Fortificaties En Vestingsteden In Oost Zeeuws-vlaanderen|fortificaties]]). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
WO II heeft vooral West Zeeuws-Vlaanderen zwaar geteisterd. Zorgvuldig restaureren heeft niet kunnen voorkomen dat veel ouds onherroepelijk verloren is gegaan. Oostburg werd een nieuwe stad, diverse dorpen ook. Wat er nog rest is zoveel mogelijk vermeld onder de betrokken plaatsnamen. Niet heel Zeeuws-Vlaanderen bestaat uit bouwland. Bos heeft er door de vele inundaties nooit een flinke kans gehad, al moet er vroeger meer geweest zijn dan nu. De Reinaard spreekt van de bossen bij Hulsterloo en bij graafwerkzaamheden ten behoeve van het Kanaal van Gent naar Terneuzen kwam er bij Terneuzen zowel in 1902 als in 1961 een &#039;fossiel&#039; bos aan het licht, waarvan de dennen-, eiken-, berken- en taxusstammen moeten dateren uit 2500-21100 jaar v. Chr. Jaarringen wezen uit dat sommige bomen 200 jaar oud waren. Zichtbaar is het Tonio-bosje bij St. Kruis op pleistoceen dekzand reservaat restant van eenveel groter eiken-berkenbos dat eens het Hoogland van St.-Kruis bedekte. Zichtbaar zijn ook de beplantingen van vele dijken, bijv. de mooie binnendijk bij Draaibrug (beschermd). Het merendeel van de bosschages is echter na de oorlog door Staatsbosbeheer aangeplant (Braakman, Clinge). Duinen liggen ertussen Cadzand en Breskens, een smalle uitloper van de duinen aan de Belgische kust. Imposant is het niet, maar voldoende om een strandrecreatie tot ontwikkeling te brengen, die aan Cadzand-Bad het leven schonk. Interessant is het kleine (0,3 ha) staatsreservaat bij de Kauter (Nieuw-Namen) waar een zandlaag uit het Boven Plioceen bovenkomt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De industriële bedrijvigheid concentreert zich vooral langs het kanaal van Gent naar Terneuzen  [[Kanaalzone]]). Terneuzen heeft daarbij in de na-oorlogse jaren de belangrijkste ontwikkeling doorgemaakt; Sluiskil, Axel en Sas van Gent hebben elk op eigen wijze de aanwezigheid van het Kanaal tot hun voordeel aangewend. Nijverheidsconcentraties zijn er voorts bij Breskens, Hulst en Kloosterzande. Industriële bedrijvigheid is gebaat bij goede verbindingen. Deze zijn voor Zeeuws-Vlaanderen bepaald niet optimaal. De positie lijkt voorlopig niet te zullen verbeteren. Na jaren aan het lijntje te zijn gehouden door &#039;Den Haag&#039; kreeg de provincie in 1983 te horen dat het Rijk niet bereid was bij te dragen in de kosten van een Vaste Oeververbinding. Bovendien stelde het een limiet aan zijn bijdrage in de tekorten van de veerdiensten. De vele problemen die de abrupte beslissing van het Rijk heeft opgeroepen, zijn nog niet opgelost. Zeeuws-Vlaanderen blijft &#039;s nachts alleen via België bereikbaar. De tarieven van de veerdiensten Breskens-Vlissingen en Perkpolder Kruiningen kunnen een extra barrière gaan vormen. De afdamming van de [[Braakman]] heeft de interne verbindingen echter sterk verbeterd. Zeeuws-Vlaanderen is een grensgebied. Het duidelijkst blijkt dit uit de diverse douaneposten, die bij de grensovergangen zijn ingericht. De voornaamste zijn die te Sluis, Eede en Veldzicht (IJzendijke) voor West Zeeuws-Vlaanderen en die te Philippine, Sas van Gent, Overslag, Koewacht, Kapellebrug, Clinge en Nieuw-Namen in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Door afspraken in Beneluxverband beperken de formaliteiten zich tot een minimum. Dat dit wel eens anders is geweest bewijst de nu als toeristische attractie bij de VVV&#039;s verkrijgbare &#039;Smokkelroute&#039;. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Rijksgrens tussen België en Nederland werd na de Belgische opstand formeel vastgesteld te Maastricht op 8 aug. 1843. De grens wordt met gietijzeren palen in het terrein gemarkeerd. Langs de Zeeuws-Vlaamse grens staan er ongeveer 100. De burgemeesters van de grensgemeenten (Nederlandse en Belgische) zijn gehouden tot een jaarlijkse &#039;schouwing&#039; om zowel de staat als de stand van de palen te controleren. Uit vroeger dagen met andere grenzen zijn hier en daar ook nog palen overgebleven, limiet- of liniepalen, tiendpalen e.d. Bij Waterlandkerkje staat een zeer merkwaardige  [[grenspalen]]). Na WO I zijn er door België pogingen gedaan om de grens tot aan de Westerschelde te verleggen, pogingen die niet door de geallieerden werden gehonoreerd, maar die wel voor beroering hebben gezorgd Vannexatiebeweging. Het merkwaardig gevolg is dat Zeeuws-Vlaanderen als enig Zeeuws deelgebied een eigen volkslied heeft: &#039;Van d&#039;Ee tot Hontenisse&#039;  [[volksliederen]]). De grens geeft, om uiteenlopende redenen, vooral in de weekends aanleiding tot intensief dagtoerisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bestuurlijke ontwikkeling==&lt;br /&gt;
===Algemeen===&lt;br /&gt;
Het huidige Zeeuws-Vlaanderen dat door een natuurlijke grens, de in 1375 ontstane Braakman, verdeeld wordt in een westelijk en een oostelijk deel, had daar reeds van oudsher een bestuurlijke grens. Deze werd gevormd door de bij de verdeling van het Karolingische rijk (Verdrag van Verdun, 843) ontstane grens tussen het Westrijk het Franse rijk en het Middenrijk. Toen het noordelijk deel van het Middenrijk (Lotharingen) in 925 definitief bij het Oostrijk (het Duitse rijk) werd gevoegd, werd het de grens tussen het Franse rijk en het Duitse rijk. Het huidige West Zeeuws-Vlaanderen is het enige deel van het huidige Nederland dat toendertijd behoorde tot het Franse koninkrijk. Als part van het in Konings Vlaanderen gelegen [[Vrije Van Brugge]], maakte het deel uit van het graafschap [[Vlaanderen]]. Het huidige Oost Zeeuws-Vlaanderen behoorde, evenals de rest van het huidige Nederland, toendertijd tot het Duitse (heilige, roomse) keizerrijk. Als het grootste part van de in [[Rijks]]-Vlaanderen gelegen [[Vier Ambachten]], maakte het eveneens deel uit van het graafschap Vlaanderen. Op de ontwikkeling van het westelijk en oostelijk deel van het huidige Zeeuws-Vlaanderen tot 1795 wordt hieronder afzonderlijk ingegaan. De bestuurlijke ontwikkeling van West Zeeuws-Vlaanderen tot 1795. In het uit 941 daterende Liber traditionum van de St.-Pietersabdij te Gent wordt de pagus [[Rodanensis, Pagus|Rodanensis]] vermeld in 707. Deze gouw, waaraan [[Aardenburg]] haar naam dankt, was gelegen ten oosten van het Zwin en werd op het einde van de 9e eeuw door graaf [[Boudewijn II]] bij de pagus Flandrensis  [[Vlaanderen]]) gevoegd. Onder de onmiddellijke druk van de Noormannen werden mogelijk in dezelfde periode de burchten Rodenburch  [[Aardenburg]]) en Osburch  [[Oostburg]]) gesticht, met eerste vermeldingen in resp. 966 en 949. Kort vóór 1000 werd het graafschap Vlaanderen ingedeeld in vrij grote militaire, tevens rechterlijk bestuurlijke districten, met als centrum een grafelijke burcht. Deze districten werden kasselrijen of burggraafschappen  [[burggraaf]]) genoemd. Het grootste gedeelte van het huidige West Zeeuws-Vlaanderen behoorde tot de kasselrij van Brugge, met als centrum het Steen. Het werd tot 1224 bestuurd door een burggraaf en daarna door een [[baljuw]]. De kasselrij van Brugge verkreeg onder Filips van de Elzas een keur, waardoor het in het gebied geldende gewoonterecht schriftelijk werd vastgelegd. In 1230 wordt de kasselrij van Brugge ook Brugge-ambacht genoemd en spoedig daarna het [[Vrije]] van Brugge. Het werd in 1330 juridisch in drieën verdeeld: het West-, Noord- en Oostvrije, elk met een eigen schepenbank. Reeds in 1338 volgde weer een samenvoeging, maar de drie namen handhaafden zich tot in de 16e eeuw. Sedert het begin van de 15e eeuw werd het Vrije als vierde lid, naast de steden Gent, Brugge en Ieper, opgenomen in de Staten van Vlaanderen. Het Vrije was ingedeeld in verschillende ambachten, w.o. Aardenburg, Oostburg en IJzendijke. De eilanden Cadzand en Wulpen werden resp. gerekend tot het ambacht Aardenburg en het ambacht Oostburg. De schepenbank van het Vrije berechtte te Brugge de misdrijven die op het platteland voorvielen. In het gebied van het Vrije lagen verschillende hoge heerlijkheden, zoals Maldegem, Watervliet en Ter Piet, in de 15e eeuw die van Middelburg in Vlaanderen, in de 16e eeuw die van Breskens en Nieuwvliet. Sommige van deze heerlijkheden waren, inzake rechtspraak, gedeeltelijk en andere volledig onafhankelijk van het Vrije. Daarnaast vormden de steden, met een eigen rechtspraak, enclaves in het Vrije. Dit betrof de reeds oude steden Aardenburg, Oostburg en IJzendijke, waarvan niet bekend is wanneer zij stadsrechten verkregen, maar die we als zodanig handelend zien optreden in 1127. Verder, de later tot bloei gekomen en langer in bloei gebleven steden Mude ([[St]].-Anna ter Muiden en [[Sluis]]), die stadsrechten verkregen in resp. 1242 en 1290. Voorts de minder belangrijke en verdwenen steden Waterduinen, Roeselare, [[Langaardenburg]] en [[Hugevliet]]. De behartiging van de waterstaatszaken werd hier in de middeleeuwen uitgevoerd door aan het Vrije ondergeschikte wateringen, zoals: [[Bewester]] Ee, [[Beooster]] Ee, [[Oude]] Yevene, [[Groede]] (later [[Cadzand]]), [[Baarzande]], [[Gaternesse]] en [[IJzendijke]]. We zien echter vanaf de 15e eeuw een tendens naar afzonderlijke polderbesturen met autonome bevoegdheden; ze verschijnen bij het bedijken van nieuwe polders. In het daarvoor benodigde octrooi van de landsheer werd een en ander geregeld. Tijdens de 80-jarige Oorlog kwam het gebied, als het westelijk deel van [[Staats]]-Vlaanderen, onder de Republiek der Verenigde Nederlanden en werd de van oudsher aanwezige hand met Vlaanderen en met het Vrije van Brugge verbroken. In 1580 had het Vrije zich aangesloten bij de Unie van Utrecht. In 1584 werd het, met uitzondering van het zg. Oost-Vrije, weer onder het gezag van de Spaanse koning gebracht. De meerderheid van de magistraat bleef echter aan de Unie van Utrecht getrouw. Veertien van de zevenentwintig schepenen vluchtten naar Staatsgebied. Op hun verzoek kregen zij in 1584 van de Raad van State toestemming om hun administratie voort te zetten te Oostende of te Sluis. Toen deze stad en daarmee het nagenoeg verdronken Oost-Vrije in Spaanse handen kwam, vestigden zij zich in Oostende. Zij kwamen weer terug naar Sluis, nadat deze stad en het Oostvrije in 1604 weer Staatsgebied was geworden. Van de veertien uitgeweken schepenen waren er toen nog slechts vier in leven. Deze werden door de Staten-Generaal aangevuld tot een college van negen schepenen. Dit was het wettige aantal dat voor elk deel van het Vrije, zoals het in Staatse handen zijnde Oostvrije, nodig was. Zo zien we de Staten-Generaal, in de plaats tredend van de landsheer, die maatregelen treffen, welke zouden passen binnen een herstel van de verstoorde verhoudingen. Daar dit herstel uitbleef, kreeg dit gebied ook een naamsverandering, t.w. Het Vrije van Sluis, zo genoemd naar de verblijfplaats van het schepen college en de plaats waar de rechtsdagen werden gehouden. De rechtspraak bleef vrijwel geregeld als voor 1604. Zoals voorheen lagen er in het gebied enclaves met een eigen rechtspraak, zoals de steden en ook gedeeltelijk de heerlijkheden. Voor het onder Staats gezag gebrachte deel van Vlaanderen was er reeds in 1599 een (Staatse) [[Raad]] van Vlaanderen te Middelburg gekomen. Bij de Vrede van Munster (1648) werd dit door de Staatsen veroverde gebied definitief afgestaan. Het kwam, als generaliteitsland, bij de Republiek der Verenigde Nederlanden en werd rechtstreeks bestuurd door de Staten-Generaal. Vandaar ook de naam Staats-Vlaanderen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===De bestuurlijke ontwikkeling van Oost Zeeuws-Vlaanderen tot 1795===&lt;br /&gt;
Volgens de 13e-eeuwse kroniek van de St.-Baafsabdij te Gent, werden de [[Vier]] Ambachten al vermeld in 963. Vermoedelijk was het gebied reeds op het einde van de 9e eeuw door graaf [[Boudewijn II]] bij Vlaanderen gevoegd. De Vier Ambachten zijn genoemd naar de hoofdplaatsen [[Boekhoute]], [[Assenede]], [[Axel]] en [[Hulst]]. Het behoorde tot het rechtsgebied van de [[kasselrij]] van Gent, waarvan het centrum de Oudburg genoemd werd. Een eerste schriftelijke vermelding vinden we in een akte van 1108, waarin de bisschop van Utrecht de kerken van Boekhoute, Assenede en Axel en de kapel van Hulst schenkt aan het kapittel van Sint Salvator te Utrecht. De hoofdplaatsen Hulst en Axel, met eerste vermeldingen in resp. 1108 en 991, zijn waarschijnlijk ontstaan rond een burcht. In resp. 1180 en 1183 ontvingen zij van de Vlaamse graaf [[Filips]] van de Elzas stadsrechten. In die zelfde periode ontvingen ook de Vier Ambachten een keur. We kennen die uit een vidimus van 1242 door gravin Johanna van Vlaanderen en haar man Thomas van Savove. In deze keur worden drie soorten rechtspraak onderscheiden, t.w. de criminele, de civiele en de landzaken (o.a. het dijkrecht). De keur van Saeftinghe van 1263 vertoont hiermee een grote gelijkenis. De Vier Ambachten oefenden elk afzonderlijk de hoge, middelbare en lage rechtspraak uit. De steden Axel en Hulst hadden een eigen rechtspraak. In het Hulster Ambacht lag de ambachtsheerlijkheid, [[Polder]] van Namen. Ten oosten en ten zuiden van het Hulster Ambacht lagen resp. de hoge heerlijkheden [[Saeftinghe]] en [[St]].-Dansteen, met een eigen rechtspraak. [[Biervliet]], met stadsrechten in 1183, behoorde tot Rijks Vlaanderen, maar lag als een enclave tussen het Vrije van Brugge en de Vier Ambachten. De behartiging van de waterstaatszaken werd hier in de middeleeuwen uitgevoerd door aan de Ambachten ondergeschikte wateringen. Zo kennen we in het Axeler Ambacht de wateringen [[Bewesten]] Blijde en [[Beoosten]] Blijde. We zien echter vanaf de 15e eeuw een tendens naar afzonderlijke polderbesturen met autonome bevoegdheden; ze verschijnen bij het bedijken van nieuwe polders. In het daarvoor benodigde octrooi van de landsheer werd een en ander geregeld. In 1565 worden de stad Axel en Axeler Ambacht onder één bestuur gebracht. In 1572 wordt hierbij gevoegd het overgebleven noordelijk deel van Asseneder Ambacht, dat aangeduid wordt als Quartier van Ter Neuse. Voor dit Quartier van Ter Neuse wordt in 1576 een bestuur ingesteld dat belast is met de rechtstreekse zorg voor de zeeweringen, dit met terzijdestelling van oude rechten en instellingen. Voor de ten noorden van de heerlijkheid Saeftinghe gelegen Polder van Namen en de polders Groot- en Klein Merlemont en Speyer werd eveneens zo&#039;n waterschapsbestuur ingesteld. Toen met de komst van de Staatsen, rond 1583/86, de oude rechten weer in ere hersteld werden, verdwenen deze waterschappen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===80-jarige oorlog===&lt;br /&gt;
Tijdens de 80-jarige Oorlog werd het gebied in 1583 weer onder het gezag van de Spaanse koning gebracht. Dit met uitzondering van Terneuzen, waar een Staats bruggehoofd werd gevestigd. Op 23 april 1584 kreeg deze plaats een eigen bestuur en gold sedertdien als stad. Het gebied dat in handen van de Staatsen was gekomen, t.w. Terneuzen in 1583, Axel met Axeler Ambacht in 1586, Hulst met Hulster Ambacht in 1591 tot 1596 en het eiland Biervliet dat reeds in 1575 de Staatse zijde had gekozen, werd vanaf het begin als een bolwerk van Zeeland beschouwd. In 1590 stelden de Gecommitteerde Raden van Zeeland een provisionele Unie vast tussen de steden Axel, Ter Neuse en Biervliet, het zg. [[Committimus]]. In 1594 hebben de Staten-Generaal, Axel en Axeler Ambacht met Ter Neuse en omliggend ambacht, onder één bestuur gebracht. Van 1600 tot 1643 werd daar Biervliet aan toegevoegd. Door de verovering van [[Sas]] van Gent in 1644 en Hulst met Hulster Ambacht in 1645 kwam het huidige Zeeuws-Vlaanderen volledig in Staatse handen. Bij de Vrede van Munster (1648) werd dit gebied definitief aan de Staatsen afgestaan. Het kwam, als Generaliteitsland, bij de Republiek der Verenigde Nederlanden en werd rechtstreeks bestuurd door de Staten-Generaal. Vandaar ook de naam Staats-Vlaanderen. Het bezit van deze linker Scheldeoever betekende bij een al of niet veroveren van Antwerpen (hetgeen op het eind van de 80-jarige Oorlog nog tot de mogelijkheden behoorde) dat de vaart op deze stad resp. veilig gesteld of geblokkeerd kon worden. In de bestuursvorm van het gebied kwam nagenoeg geen verandering. De ontwikkeling vanaf 1795. In 1794 werd Staats-Vlaanderen door de Fransen ingenomen. Bij het Haags Verdrag van 1795 werd Staats-Vlaanderen aan de Franse Republiek afgestaan. Het werd ingedeeld bij het departement van de Schelde, met hoofdstad Gent. De besturen van het Vrije van Sluis, het Hulster Ambacht en de heerlijkheden werden opgegeven. De diverse functies gingen over naar verschillende organen, o.a. de bestuurlijke zaken naar de nieuw gevormde gemeenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Na de Franse tijd===&lt;br /&gt;
Na de Franse tijd keert Staats-Vlaanderen tot de Noordelijke Nederlanden terug. Krachtens art. 54 van de grondwet van 29 maart 1814 werd Staats-Vlaanderen met Noord-Brabant tot één provincie samengevoegd. Bij Soeverein Besluit van 20 juli 1814 werd deze samensmelting ongedaan gemaakt en werd het gebied verenigd met de provincie Zeeland. Eerst dan kan men spreken van Zeeuws-Vlaanderen. In 1815 werden de steden en de nieuw gevormde gemeenten in West en Oost Zeeuws-Vlaanderen ondergebracht in resp. het 4e en het 5e district. Voor wat betreft de polders en waterschappen werd de Napoleontische reglementering in 1840 vervangen door het Algemeen Zeeuws Polderreglement. Al hoewel verscheidene pogingen werden ondernomen om tot een concentratie van gemeenten, polders en waterschappen te komen, leidde dit pas in 1933 tot enig resultaat toen het uitwateringswaterschap Hulster en Axeler Ambacht werd opgericht. Dit bundelde de afwateringsproblemen van 56 polders, waarbij echter de autonomie van de afzonderlijke polderbesturen niet verder werd aangetast. In 1936 werden een viertal gemeenten samengevoegd tot de nieuwe gemeente Vogelwaarde. In 1941 werden 76 polders en waterschappen in West Zeeuws-Vlaanderen samengevoegd tot het waterschap Het Vrije van Sluis. Na de watersnood van 1953 werden voorstellen gedaan om grote waterschapseenheden te vormen. Dit leidde per 1 januari 1965 tot de oprichting van de waterschappen De Verenigde Braakmanpolders, Axeler Ambacht en Hulster Ambacht, die voortkwamen uit een concentratie van resp. 43, 49 en 31 polders en waterschappen. Per 1 april 1970 volgde een gemeentelijke herindeling. Het aantal van 30 gemeenten werd teruggebracht tot acht, t.w. Sluis, Aardenburg, Oostburg, Terneuzen, Sas van Gent, Axel, Hontenisse en Hulst. Per 1 januari 1982 werden de waterschappen De Verenigde Braakmanpolders en Axeler Ambacht samengevoegd tot het waterschap De Drie Ambachten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Historische geografie==&lt;br /&gt;
De ontwikkeling tot het begin van de eerste bedijkingen (1000 a 1200 j. na Chr.). Het huidige oppervlak van Zeeuws-Vlaanderen is nagenoeg volledig ontstaan gedurende de laatste 10.000 jaar. In het zuiden, langs de rijksgrens, komen echter oudere afzettingen aan de oppervlakte. Zo komt bij Nieuw-Namen een opduiking voor van de ca. 2.000.000 jaar oude Formatie van Merksem, die daar een hoogte bereikt van N.A P. + 5m. Verder langs de grenskant bereikt de veel jongere Formatie van Twente hoogten tot N.A.P. + 4m. Deze Formatie (van vóór 8100 v. Chr.) bestaat uit, grotendeels onder invloed van de wind afgezette, fijne zanden (dekzand). Deze dekzanden hellen af in een noord-oostwaartse richting en zijn daar later als gevolg van de zeespiegelrijzing, bedekt met afzettingen van veen (in een brak- of zoetwateromgeving, bij een gesloten kustwal) en door kleien en zanden in een zoutwateromgeving, bij een doorbroken kustwal, waardoor de invloed van springtijen en stormvloeden zich kon doen gelden). Het dekzand vertoont aan de bovenzijde een aantal ruggen, die, alleen met afwijkingen bij St.-Kruis en Zuiddorpe eveneens een noord-oostwaartse richting hebben. Het aantal dekzandruggen in Oost Zeeuws-Vlaanderen is aanzienlijk groter dan in West Zeeuws-Vlaanderen. Verschillende plaatsen vinden hun ontstaan op deze dekzandruggen, zoals Aardenburg, Axel en Hulst, die via respectievelijk de Ee, de Bilde met de Zoutvliet en de Saxvliet, een bevaarbare waterloop hadden. Deze waterwegen waren waarschijnlijk reeds van oudsher aanwezige beken, die hun oorsprong hadden in het hoger gelegen dekzand. Enkele vondsten geven aan dat er in Zeeuws-Vlaanderen reeds een vroege bewoning moet zijn geweest. Zo werden te Aardenburg, Axel en Koewacht vuurstenen artefacten gevonden uit de Midden Steentijd, in Terneuzen een vuurstenen bijl en te Nieuw-Namen een vuurstenen pijlpunt uit de Late Steentijd of Vroege Bronstijd. Deze voorwerpen stammen echter uit een periode en van plaatsen waar, gelet op de geografische ontwikkeling (de toen lagere zeespiegel), een vroege bewoning mogelijk was. Rond het begin van onze jaartelling moet er ten noorden van de hooggelegen dekzanden langs de grenskant een aaneengesloten veendek hebben bestaan, dat zich verder over het huidige Zeeuwse gebied uitstrekte. Met uitzondering van fragmenten van Romeins aardewerk te Axel, werden vondsten uit de Romeinse tijd alleen maar in Aardenburg aangetroffen, waarvan ca. 170-275 n. Chr. een Romeinse vesting lag. Het op het einde van de 3e eeuw verlaten van deze vesting, alsook het verdwijnen van aangetoonde, vrij intensieve bewoning op Walcheren en in het verdere Zeeuwse, zal voornamelijk veroorzaakt zijn door grote doorbraken van de kustwal, vermoedelijk als gevolg van stormvloeden. Hierdoor kreeg de zee hoe langer hoe meer vat op het achterliggende veendek, dat mogelijk al door menselijke invloeden, zoals ontwatering, veenbranden en akkerbouw, een verlaging van het maaiveld moet hebben gekend. Er ontstonden diepe kreken die tot ver in het achterland reikten. De van ca. 300 tot 700 n. Chr, op het veendek en de daartussen liggende kreken plaatsgevonden Duinkerke II-afzettingen zijn aangetoond ten noorden van de lijn die globaal loopt van iets ten zuiden van Aardenburg, langs IJzendijke, Biervliet, Philippine, Axel en verder richting Ossenisse. In het gebied ten oosten daarvan zijn slechts geringe sporen van deze afzettingen gevonden. Naast de in die periode gevormde Sincfal, het latere Zwin, die in de 9e eeuw wordt vermeld als zuidelijke grens van het land van de Friezen, zal toen ook een aanzet gegeven zijn tot de vorming van de huidige Scheldemonding. Verondersteld wordt dat in deze periode Wulpen en Koezand als eilanden van het vaste land werden afgesneden en het gebied van het latere eiland Kadzand geheel overstroomd geraakte. Omstreeks 690 predikte St.-Willibrordus op Wulpen het evangelie en van daar begaf hij zich vermoedelijk naar Walcheren. Vóór de huidige Schelde monding lagen waarschijnlijk nog verscheidene eilanden, zoals het eiland Schoneveld. De gedurende eeuwen afgezette kleien en zanden verkregen een dusdanige hoogte, dat daar toen, gelet op een lagere, gemiddelde zeespiegel en een nog geringe inklinking van de afzettingen, slechts bij bijzondere stormvloeden een beïnvloeding van de zee kon plaatsvinden. Zo zijn van deze afzettingen de volgende, huidige hoogten boven N.A.P. aangetoond; Sluis 0,50m; Oostburg 1,75m; Groede 1,50m; Terneuzen 1,25m; Zaamslag 0,80m. Vermoedelijk door een (gedeeltelijke) sluiting van de kustwal verdween of verminderde de zeeïnvloed, zodat het met kreken doorsneden schorren- en veengebied zonder verdere bescherming van kaden en dijken, bewoond kon worden. In het kustgebied heeft men zich, door het opwerpen van kunstmatige hoogten (vliedbergen) beschermd tegen bijzondere stormvloeden. Alhoewel er gesproken wordt van een akte van 821, waarin Lodewijk de Vrome, Saeftinghe (Chaftinghe) schenkt aan het bisdom Utrecht en in de 13e-eeuwse Kroniek van de St.-Baafsabdij te Gent de hoofdplaatsen van de Vier Ambachten van Boekhoute, Assenede, Axel en Hulst onder het jaar 936 genoemd worden, zijn de eerste schriftelijke bewijzen van bewoning in Oost Zeeuws-Vlaanderen van iets latere datum. Voor West Zeeuws-Vlaanderen worden vroegere data genoemd. Zo vermeldt het uit 941 daterende Liber traditionum van de St.-Pietersabdij te Gent reeds schenkingen vanaf het begin van de 8e eeuw. De schenkers waren adellijke dames en heren, die een deel van hun allodiaal bezit aan de abdij overdroegen. In de nabijheid van de kust waren het vooral moerassige weidegronden, waarvan de grootte slechts werd aangeduid door het aantal schapen te noemen dat daar kon grazen. Ten zuiden van de huidige rijksgrens werd echter ook over bouwland en veengrond gesproken. In de pagus Rodanensis worden bijv. schenkingen vermeld in 707, 737, 791 Locwirde, 794 Cumbingascura (Commerswerve). De naam wierde of werf duidt op het aanwezig zijn van vlied- of vluchtheuvels. Met de komst van de Noormannen breken de mededelingen van de St.-Pietersabdij omtrent schenkingen af. Zo is er uit de jaren tussen 840 en 922 geen enkel gegeven. Op hun rooftochten langs de Noordzeekust, rond het midden van de 9e eeuw, nestelden de Noormannen zich ook op het eiland Wulpen. De vermaarde Kudrunsage verhaalt, dat koning Hettel tegen de rovers van Kudrun slag leverde op een eiland, genaamd Wülpensant of Wülpenwerde. Vermoedelijk werden in verband met de dreigende invallen van de Noormannen de burchten Rodenburgh, Aardenburg en Oostburg gesticht en, verder van de zeekust verwijderd, burchten te Biervliet, Axel en Hulst. Deze burchten waren gelegen aan een scheepvaartweg en, met uitzondering van Oostburg, nagenoeg op de overgang van het dekzand c.q. veengebied naar schorrengebied. Van Aardenburg, Oostburg en Hulst kan het burchtterrein nog gelokaliseerd worden. Rond 900 na Chr. kreeg de zee, als gevolg van vermoedelijk door stormen veroorzaakte doorbraken van de kustwal, weer vat op het achterliggende gebied. Deze zeeïnvloed heeft zich waarschijnlijk slechts langzaam tot in het achterland voortgezet. In eerste instantie zullen de bewoners zich tegen bijzondere stormvloeden hebben beschermd, door het opwerpen van kunstmatige hoogten, vliedbergen. Nadat zeeïnvloed veelvuldiger ging optreden, zal men bescherming gezocht hebben door het aanleggen van kaden of dijken. De oudst bekende dijknamen zijn dicht bij de Noordzee aangetoond, zoals Tubindic (tussen Aardenburg en Oostburg) in 1025 en Isendic in 1046. De vele vermeldingen van dijknamen in overig Zeeland worden ons pas kort na de stormvloed van 1134 bekend gemaakt. Deze stormvloed, voorafgegaan door o.m. die van 1014 en 1024, zal de directe zeeïnvloed tot in het achterland hebben bewerkstelligd. De afzettingen uit deze periode (Duinkerke IIIa) bestaan in West Zeeuws-Vlaanderen uit op wassen, zoals het eiland van Cadzand en het gebied ten noorden van Groede. De hooggelegen DII-afzettingen ten westen en direct ten oosten van Terneuzen werden in deze periode niet of slechts in geringe mate aangetast. Deze gronden vormden derhalve een dusdanige barrière in de huidige Westerschelde, dat de in Oost Zeeuws-Vlaanderen aangetoonde D IIIa-afzettingen, vnl. het gebied van Hontenisse, slechts konden plaatsvinden door zeeïnvloed via in Zuid-Beveland gelegen kreken, o.m. de Zwake. Tevens geeft dit een verklaring voor het feit dat de Honte toen in oostelijke richting stroomde en daar in de Schelde uitmondde. Dit komt nl. tot uiting in de vermelding van de naam Hontemude in een stuk van 1161, waarin sprake is van een visserij bij de Agger, tegenover Ossendrecht. De D IIIa-afzettingen in Oost Zeeuws-Vlaanderen bestaan uit krekenstelsels met daarbij behorende kombergings-afzettingen. In het gebied ten oosten van de dekzandrug, die vanaf Hulst tot in het land van Saeftinghe loopt, zijn nagenoeg geen D IIIa-afzettingen aangetoond. De zeeïnvloed via de toenmalige (Ooster-)Schelde moet daar dus zeer gering geweest zijn. Uit momenteel ter beschikking staande gegevens, waaronder de geologische kaarten en bodemkaarten een goed toetsingskader vormen, kan de situatie van Zeeuws-Vlaanderen rond 1200 als volgt geschetst worden; Ten zuiden van de lijn, die globaal loopt van iets ten zuiden van Aardenburg, langs Ijzendijke, Biervliet, Philippine, Axel, Hulst en van daar uit in noord-oostelijke richting, lag een gebied dat niet of nauwelijks door de zee beïnvloed was. Het bestond uit hooggelegen dekzandruggen, waartussen veenafzettingen gevormd waren (globaal de lijn Aardenburg-Nieuw-Namen) en iets ten noorden daarvan, een volledig veendek. Op de hooggelegen gedeelten moet zonder meer een vroege bewoning zijn voorgekomen. Al hoewel later dan in het door de zee beïnvloede gebied, zijn de eerste schriftelijke vermeldingen van bewoning hier: Axel; Axla, 991; Hulst, 1108; Nieuw-Namen; Hulsterloo, 1136; en in het veengebied: Watervliet: Waterflit, 922; Elmare: Helmare, 1134-1153 (priorij van de St.-Pietersabdij te Gent in 1144). Axel en Hulst, gelegen aan een scheepvaartweg en in de 9e of 10e eeuw ontstaan rond een burcht, ontvingen in resp. 1183 en 1180, stadsrechten. In het eind 12e-eeuwse Middelnederlandse dierenepos &#039;Van den Vos Reynaerde&#039; kan men een landschapsomschrijving van dit gebied vinden, t.w. bossen, heidevelden, struiken en moeren. In dit verhaal komen ook de namen Elmare, Absdaele en Hulsterloo voor. Het gebied ten oosten van de dekzandrug, die in de ondergrond van Hulst tot in het land van Saeftinghe loopt, was eveneens een veengebied dat niet of nauwelijks door de zee was beïnvloed. Kaarten van vóór 1583 geven hier dan ook nog veengebieden weer, zoals Casuweelsche Moer, Veensche Moer. De noordgrens van de vroegere Heerlijkheid Saeftinghe blijkt op korte afstand achter de genoemde dekzandrug te liggen. Het in 1279 gebouw de kasteel Saeftinghe blijkt op een plaatselijke D IIIa-afzetting gesticht te zijn. Naast de eerder vermelde akte uit 821 van Lodewijk de Vrome, bevestigt een in het gebied uitgevoerd pollenonderzoek, waaruit een toename van cerealia (=rogge) valt te constateren, dat daar rond 700-800 n. Chr. akkerbouw op veen moet hebben plaatsgevonden en daar dus bewoning moet zijn geweest. Het op de dekzandrug gelegen Graauw; Grotha, wordt reeds vermeld in 1170. Aan de Noordzeekust strekte zich tussen Walcheren en Vlaanderen een estuarium uit. Verschillende van de daar gelegen eilanden waren bewoond. Aan de Vlaamse zijde bevond zich de monding van de Sincfal (het Zwin), die tot het einde van de 12e eeuw aan Brugge een directe verbinding met de zee gaf. Zuidelijk van Vlissingen zal in het in oostelijke richting vernauwende estuarium een hoofdgeul gelopen hebben, die, doorheen de hooggelegen D II-afzettingen rond Terneuzen, een verbinding zal hebben gemaakt met de samenkomst van de Zwake en de Honte en zodoende met de Schelde. Enkele eeuwen later kon hier de huidige Hont(e) of Westerschelde ontstaan. Ten oosten van het estuarium vormde de toenmalige Zeeuws-Vlaamse kust, vanaf het Zwin tot voorbij Biervliet, een aaneengesloten geheel, dat door geen enkel groot scheidend water gesplitst werd. De aan de Noordzeekust gelegen eilanden zullen eensdeels hebben bestaan uit oude gronden, die, als gevolg van de zeeïnvloed, van het vaste land waren afgesneden en met nieuwe afzettingen waren opgehoogd, zoals het eiland Wulpen. Anderdeels uit volledig nieuwe afzettingen, opwassen, zoals de eilanden Cadzand en Zuidzande. Wulpen, dat reeds genoemd wordt in een 9e-eeuwse sage en in 1089 vermeld wordt als Wlpis, moet een groot en langgerekt eiland geweest zijn, waarop in de 13e eeuw een viertal parochies voorkwamen. Het was gedeeltelijk gelegen vóór de noordzijde van het eiland van Cadzand, dat daardoor tegen storminvloeden beschermd werd. Om het eiland lag een ringdijk, Yevendijk genaamd. Met deze naam worden wel de oudste zeewerende dijken aangeduid, die met een defensieve bedoeling waren aangelegd. Ten oosten van Wulpen en hiervan gescheiden door de bevaarbare zeearm, de Hedenzee, lag de nog onbedijkte opwas. Koezand. De Hedenzee wordt in vele akten genoemd als de zuidgrens van Zeeland. Van het noordelijker gelegen eiland Schoneveld is niets met zekerheid bekend. Cadzand en Zuidzande waren nog twee afzonderlijke eilanden. Beide zijn ontstaan uit een kern, waartegen telkens weer kleine polders werden aangedijkt. De vroegere, afgegraven dijkjes of kaden zijn nog voor een deel in het terrein te herkennen als wegen, paden en waterlopen. Gelet op de vermelding van Cadzand, als Cadesand, in 1111/15, moeten de kaden dus wel sedert de 11e eeuw achtereenvolgens zijn aangelegd. De inpolderingen op Cadzand, die een offensieve bedoeling hadden, worden tot de oudste van West-Europa gerekend. De vanaf het Zwin tot voorbij Biervliet aanwezige, aaneengesloten kust werd slechts door enkele kleine kreken doorsneden. Deze werden gebruikt als scheepvaartweg, zoals: de Ee naar Aardenburg; de (vermoedelijk) fluvius Maris naar Oostburg; de (vermoedelijk) Elmare naar IJzendijke en de Biervliet naar Biervliet. De kust bestond uit de eerder genoemde, vrij hooggelegen D II-afzettingen, waar men zich tegen de invloed van bijzondere stormvloeden beschermde door aangetoonde vluchtheuvels. Vermoedelijk zal men omstreeks het jaar 1000 een betere beveiliging gezocht hebben door het opwerpen van een aaneengesloten dijk. Een gedeelte van de oudste zeewerende dijk is lang bekend gebleven onder de naam Yevendijk. Ten zuiden van Groede heet deze thans Barendijk. Zo zal het in 1025-1038 vermelde Tuhindic (tussen Aardenhurg en Oostburg) wel langs deze Yevendijk gelegen hebben. Het in 1046 vermelde Isendijcke lag een eind van de kust verwijderd, op de overgang van de D II-afzettingen naar het oude veengebied. Mogelijk dat de naam in verband staat met een dijk langs de scheepvaartweg van deze plaats naar de kust. Het is niet bekend wanneer Rodenhurg (Aardenburg), Oostburg en IJzendijke officieel stadsrechten kregen. We zien deze steden echter handelend optreden in 1127, na de moord op graaf Karel de Goede. Vermoedelijk heeft de Yevendijk verder doorgelopen tot in het gebied ten westen en direct ten oosten van Terneuzen. Hier waren eveneens vrij hooggelegen D II-afzettingen gelegen. Biervliet, dat in 1183 stadsrechten verkreeg, had een scheepvaartweg via de kreek, de Biervliet. Deze maakte een geringe doorsnijding in de aaneengesloten kust die doorliep tot aan Terneuzen. Daar lag een brede kreek, de Zoutvliet. Deze gaf, overgaand in de Bilde, aan Axel een scheepvaart weg. Deze vormde ook de westelijke begrenzing van het Eiland van Zaamslag. De oostelijke begrenzing werd gevormd door de Hulstersche Haven of Saxhaven of Saxvliet. Deze gaf aan Hulst een scheepvaartverbinding. De zuidelijke begrenzing werd gevormd door een kreek, die de Zoutvliet met de Saxvliet verbond. Ook in dit in Oost Zeeuws-Vlaanderen gelegen gebied van D II-afzettingen komen we vroege vermeldingen van plaatsen tegen, zoals: Boterzande (ten westen van Terneuzen): Boltreshanda, 990; Diepenee op Eiland van Zaamslag: Dipanha, 976. De volgende vermeldingen geven aan dat dit gebied vóór 1200 bedijkt was: Vroondijke: Fronendike, 1114; Genderdijk bij Zaamslag; Genderdihc, 1163; Willemskerke: Willemskerca, 1199; Zaamslag: Samelaht, 1169; Blide, 1164; Otene, 1160. In het gebied gelegen tussen het Eiland van Zaamslag. Hulst en de dekzandrug van Hulst, richting Saeftinghe, zijn slechts ten noorden van de Vogelkreek, in geringe mate, D II-afzettingen aangetoond. Het gebied moet in die periode nog eensdeels een veengebied en anderdeels al op enkele plaatsen een schorgebied geweest zijn. Pas hierna, in de D IIIa-afzettingsperiode, volgde een sterke aantasting als gevolg van zeeïnvloed via in het huidige Zuid-Beveland gelegen geulen. In die periode ontstonden of verbreedden zich de in latere jaren nog aanwezige kreken rond het Eiland van Zaamslag, zoals de Zoutvliet en de Saxvliet. Voorts een vroeg verdwenen, brede en (ter plaatse van Kloosterzande meer dan 20m) diepe kreek, die zich vanaf de huidige Perkpolder, via Kloosterzande en Kuitaart, vernauwend tot Hulst voortzette. Daar deze kreek veel breder en dieper geweest is dan de Saxvliet, zal dit wel de toenmalige verbinding van Hulst naar de Honte geweest zijn (de 1e Hulstersche Haven). Aan de westzijde van deze kreek lag de diepe, nu nog aanwezige, Vogelkreek, die in verbinding stond met de Saxvliet. Aan de oostzijde lag de ondiepe Inghewordinghe, die in verbinding stond met kreken die gelegen waren in het gebied van Saeftinghe. Tussen het huidige Oost Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland lag een kreek (krekengebied), de Honte. Ten westen van de brede kreek van Kloosterzande en ten noorden van de Vogelkreek, lagen Hengstdijk en Ossenisse, die reeds vermeld worden in resp. 1161 (Hencsdic) en 1170 (Ossenisse). Gelet op de eerste naam, moeten dit toen reeds bedijkte gronden geweest zijn. Bij de vaststelling van de grenzen van de parochies Ossenisse en Hengstdijk moet deze brede kreek nog aanwezig geweest zijn, aangezien de westelijke begrenzing van de kreek precies overeenkomt met de oostelijke begrenzing van deze parochies. Ten oosten van de brede kreek en ten noorden van de Inghewordinghe lagen Frankendijk en Elfsdijk met het daarin gelegen Hontenisse, die vermeld worden in resp. 1170 (Frankendic) en 1183 (Guntenesse). Frankendijk was een gebied dat zich uitstrekte tot ten noorden van de Heerlijkheid Saeftinghe. Vermoedelijk bestonden deze bedijkte gronden nog voor een belangrijk deel uit veen. Zo kan men nu nog op de slikken vóór de Kruispolder, die in 1612 bedijkt werd uit de schorren van &#039;Out-hontenesse, alias Frankendijck&#039;, oude begreppelingspatronen van het veendek constateren, alsmede op regelmatige afstand uitgevoerde aanplantingen (van heggen, e.d.) die direct op het veendek hebben gegroeid. Daar het gebied ten noorden van de Vogelkreek en de Inghewordinghe, met uitzondering van de brede kreek, bedijkt was, wordt vermoed dat ook het gebied ten zuiden hiervan op een of andere wijze beschermd was (door veendijken?). De aangetoonde kreken ten noordwesten van Hulst doen vermoeden dat daar toen een schorgebied gelegen was. Uit ter beschikking staande gegevens kan geconcludeerd worden, dat het huidige Zeeuws-Vlaanderen vóór 1200 nagenoeg bedijkt was, of door een hogere ligging, weinig of niet door de zee beïnvloed werd. De dijken (kaden) zullen van dien aard geweest zijn, dat regelmatig dijkdoorbraken konden plaatsvinden en daardoor ook geregeld veranderingen in het bedijkingspatroon. De vermoedelijk oudste vermelding van afmetingen van zeedijken doet dit vermoeden. We kennen deze uit een akte van 1243, die de volgende afmetingen aangeeft voor een dijk op het aan de Noordzee gelegen eiland Koezand: basisbreedte 2,5 roeden= 9,60m; hoogte 10 voet= 2,75m; kruinbreedte 7 voet= 1,92m. Het met D II-afzettingen bedekte gebiedsgedeelte was nagenoeg in cultuur gebracht. De met D IIIa-afzettingen bedekte gedeelten, alsmede de langs de Honte en Schelde gelegen veengronden in Oost Zeeuws-Vlaanderen verkeerden in een beginstadium van bedijking. Eerst na 1200 werd begonnen met het op grote schaal ontginnen van de veengebieden. De benedictijner abdijen van St.-Baaf en St.-Pieter te Gent hadden van oudsher bezittingen in Zeeuws-Vlaanderen. Deze waren deels verworven vanwege door de abdijen uitgevoerde ontginningen en bedijkingen. Hoofdzakelijk kwamen deze bezittingen echter tot stand door schenkingen en aankopen van reeds eerder, door wereldlijke personen, ontgonnen en bedijkte gronden. Vanaf de 2e helft van de 12e eeuw zien we verschillende cisterciënzer abdijen intensief betrokken bij het in cultuur brengen van gronden. Reeds vóór 1200 bestond er een duidelijke reglementering voor het gebied, waaronder het dijkrecht. Naast de aan de verschillende steden verleende stadsrechten kennen we die uit de door graaf Filips van de Elzas verleende keur aan de kasselrij van Brugge voor wat betreft West Zeeuws-Vlaanderen en uit de keur van de Vier Ambachten (voor wat betreft Oost Zeeuws-Vlaanderen). Deze laatste kennen we uit een in 1242 door gravin Johanna verleende bevestiging. De keur van Saeftinghe van 1263 vertoont hiermee grote gelijkenis. De ontwikkeling tussen ca. 1200 en ca. 1350. Vanaf ca. 1200 kunnen we ons, aan de hand van meer beschikbare, schriftelijke vermeldingen, een beter beeld vormen over de geografische ontwikkeling van het gebied. Wegens het ontbreken van kaartmateriaal en door overstromingen verstoorde bodemgegevens, kunnen de omstandigheden over niet meer bestaande polders, niet of slechts zeer globaal gelokaliseerd worden. Van polders die nu nog aanwezig zijn of die nog zijn weergegeven op reeds redelijk betrouwbare kaarten van vóór de militaire inundaties van 1583/85, is dit gemakkelijker. In Oost Zeeuws-Vlaanderen zien we rond 1200 eens deels duidelijk nieuwe bedijkingen, zoals die van de nu nog bestaande polders rond Kloosterzande uit de opgeslibde, brede en diepe kreek tussen de bedijkte gronden van Ossenisse en Hontenisse. Deze werden drooggelegd door de monniken van de abdij van Duinen. In de Zandpolder stichtten zij de uithof te Zande, waarvan de nu nog bestaande kapel een overblijfsel is. Anderdeels betrof dit zeer waarschijnlijk herdijkingen. In akten is nl. regelmatig sprake van het in ontginning uitgeven van (veen-)gronden. Daarnaast van het bedijken van gronden, die (een aantal jaren) overstroomd waren. Daaruit zou men kunnen concluderen, dat de daar in die periode uitgevoerde bedijkingen meestal geen voortschrijdende (eerste) bedijkingen waren, maar een veiligstellen van door ontginningen verlaagde (veen-)gronden. Gelet op verschillende vermeldingen, moet de stormvloed van 1214 hier zeer waarschijnlijk grote overstromingen hebben veroorzaakt. De kort daarop in het gehele gebied ten noorden van Hulst ontplooide bedijkingsaktiviteiten betroffen dan mogelijk ook voornamelijk herdijkingen. Deze bedijkingen gingen voornamelijk uit van de monniken van cisterciënzer abdijen. Deze werkten hier binnen min of meer afgepaalde gebieden. Daar zij echter buiten en anderen binnen deze gebieden bezittingen hadden, ontstonden geschillen. Uit de als gevolg daarvan bewaard gebleven akten, alsmede die van schenkingen en aan- en verkopen, kan de ontwikkeling van het gebied enigszins gevolgd worden. In Oost Zeeuws-Vlaanderen waren de volgende cisterciënzerabdijen werkzaam: abdij van Duinen, abdij Ter Doest, abdij van Baudeloo, abdij van Cambron, vrouwenabdij Ter Hagen. Voorts werkten hier, met vestigingen van vóór 1200, de reeds genoemde St.-Baafsen St.-Pietersabdij te Gent en de norbertijner abdij van Drongen. Ook andere abdijen en instellingen hadden hier nog bezittingen en rechten. Zo had het kapittel van de O.L. Vrouwekerk te Kortrijk een grote invloed vanwege de tiendenrechten. Ook door leken werden bedijkingen uitgevoerd. Zo werd bijv. de ten noorden van de Heerlijkheid Saeftinghe gelegen Polder van Namen in 1285 bedijkt door Jan van Namen. Zijn weduwe, Maria van Artois, bedijkte in 1336 o.a. de Triniteitspolder bij Terneuzen. Alhoewel ook in West Zeeuws-Vlaanderen de abdijen hun medewerking verleenden bij de inpolderingen, was het aantal daarbij betrokken wereldlijke personen bijzonder groot. Vermoedelijk was dit een gevolg van de daar reeds verdere ontwikkeling op velerlei gebied. Het met D II-afzettingen bedekte kustgebied was volledig in cultuur gebracht. Tarwe, rogge, haver, gerst en meekrap waren de voornaamste gewassen. Ook werd er reeds op ruime schaal fruitcultuur beoefend. De steden bloeiden door hun internationale handel, hun lakennijverheid, zoutindustrie en scheepvaart. Aardenburg was de belangrijkste stad. Ze speelde in het verbond van steden die handel op Engeland dreven, de Vlaamse Hanze van Londen, een voorname rol. Uit tussen 1250 en 1275 opgestelde teksten blijkt dat Aardenburg, na Brugge en Ieper, op één lijn stond met Diksmuide en Rijsel. Voorts waren ook Oostburg, IJzendijke en Mude (stadsrecht 1242) lid van deze Londense Hanze. Over Sluis wordt nog niet gerept. Deze plaats was nog nauwelijks aan het begin van haar glansrijke periode. Pas in 1290 vernemen we dat Sluis het stadsrecht van Brugge bezit en zich, als stad, Lamminsvliet noemt. In de 13e eeuw zien we het in ontginning nemen van het veengebied ten oosten van Aardenburg. Er vond een intensieve exploitatie van turf, als brandstof, plaats. De afgegraven grond werd geleidelijk in bouw- en weiland omgezet. Daardoor verkreeg het maaiveld een dusdanige verlaging, dat de zee hier in de 14e eeuw kon toeslaan. Geringe, aaneengesloten verhogingen in het terrein waren toen echter in staat om de zee te keren. Deze verhogingen waren scheidingen van waterschaps- en ambachtsgrenzen die gemarkeerd werden door wegen tot lage dijken op te hogen. Deze grenzen werden in de regel aangeduid als &#039;zidelinghe&#039;. Op de grens van de waterschappen Beooster Ee en IJzendijke sprak men van een &#039;ware&#039; (reeds vermeld in 1290). Het ontginnen van deze woest liggende veen- of moergebieden geschiedde voor een groot deel door de abdij en van St.-Pieter en Ter Doest en verder door de wilhelmieten. Daarnaast hadden ook wereldlijke personen, waaronder kleine particulieren, een duidelijke inbreng in het ontginningswerk. Hierdoor is er een parallel te trekken met de situatie in Oost Zeeuws-Vlaanderen, waar de abdijen eveneens een groot aandeel hadden in het herwinnen van teloor gegane gronden en het ontginnen van woest liggende veengebieden. Zoals gesteld, hadden de abdijen bij nieuwe landaanwinsten in West Zeeuws-Vlaanderen hun aandeel, maar dan wel geassocieerd met wereldlijke personen. Zo werden bedijkingen uitgevoerd ten westen van Aardenburg; op de eilanden Cadzand en Zuidzande die aaneen groeiden; uitbreiding van het eiland Wulpen; eerste bedijkingen op het eiland Koezand, dat uit eindelijk met Wulpen één geheel werd; bedijking van de reeds in 1133 met de naam Groede aangeduide schorren ten noorden van de Yevendijk en verder langs de Hontekust. Rond 1350 heeft het huidige Zeeuws-Vlaanderen wel haar grootste omvang gehad. Bedijkingen waren toen uitgevoerd aan de westen noordzijde van het gebied. Ten zuiden daar van en in het oosten (Saeftinghe) lagen slecht of niet bedijkte moergronden, die eensdeels uitgeput (West Z-Vl.) en anderdeels in een staat van ontginning waren (Oost Z-Vl.). De afwatering van deze moerlanden vond plaats door een net van &#039;scipleeden&#039;, moervaarten met sluizen, die tevens waren aangelegd voor de afvoer van de in de moeren gestoken turf. Deze turf werd benut als brandstof. De zilte turf uit de moeren die door het zeewater zout geworden waren, werd gebruikt voor de bereiding van zout in de op vele plaatsen aanwezige zoutketen. De bedijkte gronden verkregen afwatering door oude kreekbeddingen en door sluizen op open water, alsook door gegraven waterlopen. De ontwikkeling tussen ca. 1350 en 1583. Na de in de 13e eeuw bereikte bloei op velerlei gebied, zoals (internationale) handel, ontginningen en landaanwinsten, valt er in de 14e eeuw een algemene teruggang te constateren. Deze dient aan een samenloop van allerlei omstandigheden te worden geweten. Oorlogen en sociale onrust zorgden voor een sterke teruggang van de welvaart in de steden. Dit echter met uitzondering van Mude en Sluis, die profiteerden van de gunstige ligging aan de toegangsweg naar Brugge. Deze ontwikkelingen hadden hun weerslag op het platteland. Brandstichtingen, plunderingen, militaire inundaties en een opstandige bevolking had den een negatieve invloed op de onderhoudstoestand van de zeedijken. Rond 1300 raakten de moeren in West Zeeuws-Vlaanderen uitgeput en werd er ook veen gewonnen uit de met klei overslibde ondergrond bij de zeearmen. Beide vormen van ontginning veroorzaakten een verlaging van het maaiveld. De in de 14e eeuw uitgevoerde inpolderingen langs het Zwin en de Hontekust hadden nog slechts een geringe omvang. Het waren vermoedelijk bedijkingen van niet al te &#039;rijpe’ schorren. Als gevolg van de voor de exploitatie benodigde ontwatering, verkregen juist deze gronden een sterke verlaging (inklinking). Ook blijkt dat de zeeïnvloed via de huidige Westerscheldemonding was vergroot. We merken dit aan het toenemen van oevervallen (arondbrexemen) langs de Hontekust. De bovengeschetste omstandigheden moeten voor het westelijk en middendeel van Zeeuws-Vlaanderen ingrijpender geweest zijn dan voor het later tot ontwikkeling gekomen oostelijk deel. Groot landverlies zien we daar nl. pas twee eeuwen later optreden. Het grote landverlies in het westelijk en middendeel vangt aan bij de stormvloed van 1375. Als gevolg van een grote dijkdoorbraak ten noordoosten van Biervliet inundeerde daar toen ten zuiden van Biervliet en IJzendijke een groot gebied van reeds ontgonnen moeren. Het door de ontginningen verlaagde maaiveld vormde een diepe kom die zich geheel met vloedwater kon vullen. Hierdoor ontstond spoedig een ware binnenzee, die Zuudzee en later ook Dullart of Braakman genoemd werd. Door het enorme waterbergend vermogen van dit geïnundeerde gebied, waardoor bij elke eb- en vloedbeweging grote hoeveelheden water werden verplaatst, moet o.m. deze doorbraak belangrijke veranderingen in de Honte te weeggebracht hebben, waaronder een vergroting van de uitmonding in de Noordzee. De inundatie werd aan de noordzijde een halt toegeroepen door de hoger gelegen D II-afzettingen; in het westen, door de reeds genoemde &#039;ware&#039;, de verhoogde markering van de waterschapsgrens tussen Beooster Ee en IJzendijke; in het zuiden, door een hoge dekzandrug. &#039;de Heerst&#039;. In 1394 vernemen we dat daar een dijk aanwezig is. Na 1404 krijgt deze de naam Graaf Jansdijk; in het oosten, door een mogelijk aanwezige &#039;zidelinghe&#039; of &#039;ware&#039; op de grens van Boekhouter en Asseneder Ambacht of door een daar toen aangelegde dijk. Op oude kaarten zien we daar nl., tussen de Graaf Jansdijk en de hoger gelegen D II-afzettingen ten westen van Terneuzen, een (doorbroken) &#039;landdijk&#039; aangegeven. Biervliet werd in 1375 nog geen eiland. Het kwam, evenals IJzendijke, wel aan de uiterste grens van het overstromingsgebied te liggen. Langs de Hontekust gingen de meeste kleine poldertjes verloren die in de eerste helft van de 14e eeuw waren bedijkt. Ook in het Land van Saeftinghe kwamen overstromingen voor. De krachtig ter hand genomen herstelwerken werden bemoeilijkt door de Vlaamse burgeroorlog. In 1384/85 uitgevoerde brandstichtingen deden vele bewoners op de vlucht slaan, het land bleef onbebouwd en de dijken werden verwaarloosd. Hier en daar werden dijken doorgestoken, zoals nabij Ossenisse en Hengstdijk. Ook de stormvloeden van 1394 en 1398, met nieuwe inundaties, verhinderden een ongestoorde voortgang van de beveiliging van het gespaarde gebied en het terugwinnen van gronden. De stormvloed van 1404, de 1e St.-Elisabethsvloed veroorzaakte een verdere aantasting van het gebied. Langs de Noordzeekust leden de eilanden Cadzand en Wulpen grote schade. Van Wulpen werd vermoedelijk het westelijk deel weggeslagen, waardoor zich het Zwarte Gat vormde. Langs de rand van de Zuudzee, de Braakman, gingen alle polders verloren die de voorgaan de jaren waren teruggewonnen. Verder ontstonden er ook nieuwe verliezen, waardoor de stad IJzendijke in de golven verdween en Biervliet gedurende eeuwen op een eiland kwam te liggen. Overstromingen deden zich verder langs de gehele Hontekust voor, tot in het Land van Saeftinghe. Er mag verondersteld worden dat door de gevolgen van deze stormvloed de bevaarbaarheid van de Honte (Westerschelde) verbeterd werd, zodat Antwerpen een betere verbinding met de Noordzee verkreeg. Door deze stormvloed werd in West Zeeuws-Vlaanderen een dieptepunt in de landvernieling bereikt. Met uitzondering Sluis, van Mude en Sis, die dankzij hun handel bloeiden, was een welvarende streek in een eeuw tijd dusdanig in bevolkingsaantal verminderd en verarmd, dat herstel slechts met hulp van elders kon worden verkregen. Het terugwinnen van de verdronken gronden werd met kracht ter hand genomen. Het initiatief hiertoe ging veelal uit van wereldlijke personen. De abdijen verleenden daarbij wel dikwijls hun medewerking. De getoonde inspanning wierp duidelijk vruchten af. Bij de 2e St.-Elisabethsvloed van 1421, die elders grote schade aanrichtte en de 3e St.-Elisabethsvloed van 1424, bleef de schade hier beperkt. De 15e eeuw kenmerkte zich door een aaneenschakeling van stormvloeden en oorlogen, met grote en kleine overstromingen. Desondanks konden, voornamelijk in de 1e helft van de 15e eeuw, nieuwe polders worden aangewonnen. In 1488, hij het begin van de burgeroorlog in Vlaanderen, werd de aan de oostzijde van de Braakman gelegen dijk, de reedsvermelde landdijk op of nabij de grens van Boekhouter- en Asseneder Ambacht, op verschillende plaatsen doorgestoken. Hierdoor gingen acht parochies verloren en bleef er van de polder Koudekerke (Z.W. van Terneuzen) slechts een eilandje over. Om verder opdringen van de Braakman naar het oosten te voorkomen, kwam in 1492 een nieuwe landdijk gereed. Deze liep vanaf Boekhoute langs Assenede en Axel, naar Terneuzen (lengte 6444 roeden= ca. 25 km). Langs de Noordzee, de Hontekust en het randgebied van de Braakman zien we dat keer op keer oud land moet worden prijs gegeven. Daarentegen zien we dat vanaf ca. 1500 nieuw land wordt aangewonnen bij de ingang van de Honte, uit verlandende zeearmen tussen de eilanden en vooral uit de Braakman. Tegen het einde van de 15e eeuw was een van die zeearmen, het Zwin, reeds zover verland, dat het zelfs moeilijk werd de haven van Sluis te bereiken. De handel en de welvaart van Sluis, evenals die van Brugge, werden hierdoor zeer nadelig beïnvloed. Er werden verschillende plannen ontworpen om door een grotere toevoer van water een uitschuring van het Zwin te bereiken. Uiteindelijk leidde dit tot de aanleg van een groot kanaal, de *&#039;Brugse Vaart’. Deze doorsneed het oude land en bracht een verbinding tot stand tussen de Braakman en het Zwin. Dit in 1505 voltooide en, vanwege allerlei verwikkelingen, pas in 1516 in werking gestelde kanaal, bracht niet de beoogde verbetering tot stand. Terwijl er in het westelijk en middendeel van het gebied reeds sedert het einde van de 14e eeuw een duidelijke landvernieuwing aan de gang was, t.w. verlies van oud land en winst door het bedijken van weer opgeslibde gronden, zien we dit proces in het oostelijk deel vanaf het begin van de 16e eeuw aarzelend op gang komen. De invloed van de zich vergrotende Honte doet zich gelden door uitschuringen van de vooroever. Hierdoor moet keer op keer land worden prijsgegeven en moeten steeds nieuwe inlaagdijken worden aangelegd. We zien dat de stormvloeden nu ook geregeld overstromingen veroorzaken langs de kust in het oostelijk gedeelte van de Honte. Grote stormvloeden, zoals die van 1530,1532 en 1570, inundeerden grote gedeelten van het gebied. Blijvend landverlies werd door deze stormvloeden slechts in geringe mate veroor zaakt. Door de oorlogstroebelen bij het begin van de 80-jarige oorlog, vlotte het herstel van de door de stormvloed van 1570 beschadigde dijken langzaam. Militaire ontwikkelingen zorgen er echter voor dat Zeeuws-Vlaanderen kort daarna nagenoeg met de zee gemeen komt. De ontwikkeling tussen 1583 en 1609. Alhoewel Alva reeds in 1573 de intentie had om de gehele (Noordzee-)kuststreek onder water te zetten, doen de gevolgen van de 80-jarige oorlog zich in het huidige Zeeuws-Vlaanderen pas vanaf 1583 in alle hevigheid gevoelen. Oorlogshandelingen zullen het gebied de volgende twee eeuwen blijven beheersen. In het najaar van 1583 werd, onder Alexander Farnese (Parma) het gezag van de Spaanse koning Filips II over dit gebied weer ingevoerd. Dit met uitzondering van Biervliet, dat reeds in 1575 de Staatse zijde had gekozen, alsmede Sluis en Terneuzen, waar men zich door inundaties trachtte te beschermen. Deze inundaties namen dusdanig in omvang toe, dat weldra bijna geheel West Zeeuws-Vlaanderen en Oost Zeeuws-Vlaanderen voor een zeer groot gedeelte onder water kwam te staan. Alhoewel hier en daar dijken werden hersteld, kon door de verdere oorlogshandelingen en het daarmee gepaard gaande doorsteken van dijken, het verloren gegane gebied niet worden herwonnen. De wisselende oorlogskansen blijken uit het volgende: In 1586 werd het Staatse bruggehoofd Terneuzen uitgebreid met Axel en in 1591 met Hulst en Hulster Ambacht, dat in 1596 weer Spaans werd. In 1587 viel Sluis in Spaanse handen. In 1604 werd deze stad, alsmede het verdronken gebied van West Zeeuws-Vlaanderen definitief Staats. In 1600 was er in het huidige Zeeuws-Vlaanderen slechts het volgende overgebleven: Een Staats gebied bestaande uit het eiland van Biervliet en bedijkte gronden rond Terneuzen en Axel, die door een smalle strook verbonden waren. Een Spaans gebied bestaande uit de bedijkte gronden van Ossenisse en Hontenisse, door een smalle strook verbonden met Hulst, de Polder van Namen, de wat hoger gelegen gronden ten zuiden van de (forten) lijn tussen Sas van Gent en Hulst, een gebiedje ten westen van Oostburg en, naast de steden Sluis, Oostburg en Aardenburg, een enigszins bedijkt gebied ten oosten van deze laatste stad. Dit gebied werd in 1604 weer geïnundeerd. Zeeuws-Vlaanderen moet er toen troosteloos hebben uitgezien. Bij vloed, één grote watervlakte met hier en daar een kerktoren, restanten van huizen en dijken en, langs de kust, duinen. Bij eb, een met geulen doorsneden schorrengebied, waarin de trieste restanten nog duidelijker uitkwamen. Het oude, verdronken land werd begraven onder nieuwe, hoger gelegen afzettingen. Hieruit werd, volgens een nagenoeg volledig nieuw bedijkingspatroon, het merendeel van de huidige polders bedijkt. De ontwikkeling tussen 1609 en 1795. Een keerpunt betekende het 12-Jarig Bestand (1609-1621), toen opnieuw vele gronden werden bedijkt. Direct hierna volgden ten oosten van Aardenburg weer militaire inundaties. De bedijkingswerken gingen echter door. Soms was er voor het bedijken van één polder Stoppeldijk in 1644/45 zowel een octrooi van de Staten-Generaal als een octrooi van Spaanse zijde nodig. Door de verovering van Sas van Gent in 1644 en Hulst met Hulster Ambacht in 1645, kwam het huidige Zeeuws-Vlaanderen volledig in Staatse handen. Na de Vrede van Munster (1648) werden verdere bedijkingswerken op grote schaal voortgezet. Rond 1670 was het toenmalige Staats-Vlaanderen wat meer leefbaar geworden. Grote delen die bedijkt waren, waren gescheiden door geulen zoals o.m.: Coxysche Gat, Passegeule, Nieuwerhavens Gat, Braakman, Sasse Gat, Canaal naar Axel, Vaart naar Hulst en Hellegat. Het gebied bleef echter militair belangrijk  [[fortificaties]] en vestingsteden in Oost Zeeuws-Vlaanderen), als buffer tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. De geografische ontwikkeling werd daardoor dan ook ten zeerste beïnvloed. Door de oorlog van 1672/1678, met o.m. Frankrijk, werden inundaties uitgevoerd van polders rond Sluis, Aardenburg, Sas van Gent en Hulst. Mede als gevolg van de daarop volgende stormvloed van 1682, werd weer aanmerkelijk landverlies geleden en ontstond rond Zuiddorpe een nieuw bedijkingspatroon. Sommige polders, zoals Canisvliet en Absdale-Riet-en Wulfsdijk moesten meer dan 100 jaar wachten op herbedijking. Onder meer als gevolg van de 9-jarige oorlog met Frankrijk (1688/1697) werden de verdedigingswerken uitgebreid en werd een inundatieplan (Generale Inundatie door Coehoorn) opgesteld. Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) werden beperkte inundaties uitgevoerd. De stormvloed van 1715 deed de ten noorden van het Verdronken Land van Saeftinghe uitstekende Polder van Namen verloren gaan. De Oostenrijkse Successieoorlog (1741/1748) en de (Ketel)oorlog van 1784/1785, gingen eveneens gepaard met het inunderen van polders. Wanneer de situatie van het gebied tussen 1670 en 1770 vergeleken wordt, dan kan eerder landverlies dan landwinst geconstateerd worden. De oorlogsdreiging van 1784 gaf uitvoering aan een reeds eerder aanwezige gedachte om de defensie van het toenmalige Staats-Vlaanderen grondig te herzien. De voor de verdediging waardeloos geworden, hoog opgeslibde, schorren dienden te worden bedijkt. De sluizen, die nodig waren voor de normale afwatering van de polders, moesten tevens dienst kunnen doen voor het zo nodig uitvoeren van inundaties. Zo kwam in 1784/ 1790 een enorm bedijkingsproject tot stand tussen Sas van Gent en oostelijk van Hulst. Tevens werd toen ook de Passegeule bedijkt. Van deze inundatiemogelijkheid werd maar in beperkte mate gebruik gemaakt. De hier sinds de 80-Jarige Oorlog opgetreden geografische en staatkundige ontwikkelingen waren tot na de 2e wereldoorlog van invloed op de samenstelling van de bevolking, qua religie. Zo was het gebied, dat tot 1645 Spaans gebleven was en waar een hernieuwd katholicisme had kunnen inwerken, katholiek gebleven. Dit betreft de streek ten oosten van het Hellegat, Hulst en Hulster Ambacht en het gebied ten zuiden van de fortenlinie van Sas van Gent en Hulst. Het eiland van Biervliet, dat reeds in 1575 Staats (Zeeuws) gebied was geworden, alsmede Terneuzen in 1583 en Axel in 1586, was protestant. Naast de overgebleven autochtone bevolking, vestigden zich hier protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden. West Zeeuws-Vlaanderen was voor een groot deel protestant met enkele geheel katholieke plaatsen. Dit nagenoeg volledig verdronken gebied kwam in 1604 in Staatse handen. De nieuwe bewoners van de herdijkte polders waren protestanten, afkomstig uit Zeeland, de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk (Hugenoten) en uit Salzburg (Lutheranen). Vanaf het einde van de 17e eeuw zien we katholieke Vlamingen, kleine boeren en landarbeiders, het gebied, vooral de grensstreek, bevolken. Ook doordat vanaf de Franse Tijd verschillende landerijen eigendom werden van katholieke, voornamelijk Belgische, grootgrondbezitters, steeg daar het percentage katholieken. De ontwikkeling van 1795 tot heden. Met de komst van de Fransen in 1794 en het afstaan van dit gebied aan de Franse Republiek in 1795, kwam het militaire belang van het toenmalige Staats-Vlaanderen te vervallen en daardoor ook de militaire invloed op het al of niet bedijken van gronden. Door het grote bedijkingsproject tussen Sas van Gent en Hulst, was de stroomgeul tussen de Braakman en het Hellegat afgedamd. Hierdoor werd een snellere opslibbing van de resteren de geulen bewerkstelligd. Een versnelde opslibbing deed zich ook voor in het Verdronken Land van Saeftinghe. We zien dan ook dat Zeeuws-Vlaanderen in de 19e eeuw nagenoeg haar huidige vorm verkrijgt. Een belangrijke bedijking vormde de afsluiting van de Braakman in 1952. Hier door werd zeer zeker voorkomen dat, tijdens de stormvloed van 1953, een groot gedeelte van Zeeuws-Vlaanderen werd overstroomd. Gelet op de grote natuurwetenschappelijke waarde die momenteel aan de nog aanwezige schorren, zoals het Verdronken Land van Saeftinghe, wordt toegekend, zijn verdere bedijkingen van het gebied niet meer te verwachten. Het militaire belang van Zeeuws-Vlaanderen kwam ook weer tijdens de 2e Wereldoorlog naar voren. Voor de verdediging van de Scheldemonding werden toen, evenals eeuwen geleden, polders onder water gezet. In de nadagen van Dolle Dinsdag was Oost Zeeuws-Vlaanderen, zonder veel verwoestingen, kort na 20 september 1944 van de Duitse bezetters bevrijd. In West Zeeuws-Vlaanderen, waar vanwege het Scheldemondbelang zeer grote verwoestingen waren aangericht, duurde het tot 1 november toen, als laatste. Sluis werd bevrijd. Het in de loop der eeuwen van een veengebied tot een rijk poldergebied ontwikkelde Zeeuws-Vlaanderen is van oudsher een overwegend akkerbouwgebied. Daarnaast vindt men er ook reeds geruime tijd industrie, voornamelijk langs het in 1827 opengestelde kanaal Gent-Terneuzen. Aanvankelijk was deze bedrijvigheid vooral gericht op de landbouw. Vooral na de 2e Wereldoorlog heeft zich langs dit kanaal. Europa&#039;s grootste scheepvaartkanaal, en langs de Westerschel de een indrukwekkende industriële bedrijvigheid ontwikkeld. Het zwaartepunt hiervan is gelegen bij Terneuzen, dat als derde haven van Nederland gerangschikt wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
K.J.J. Brand, F. Doeleman, Kl. Sierksma (wapen, vlag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Van der Aalst, P.J. Brand, J.P.B. Zuurdeeg, Waterschap Hulster Ambacht. &lt;br /&gt;
*Adriaanse, Poort van Hulst; id., Gedenkboek; id., Eerste bedijkingen. &lt;br /&gt;
*Bauwens, Waterschap Axeler Ambacht. &lt;br /&gt;
*Beekman, Nederland als polderland. &lt;br /&gt;
*Stichting voor bodemkartering, Rapporten omtrent de bodemgesteldheid van de ruilverkaveling Stoppeldijk (1958), Zuiddorpe-Clinge (1964), Kieldrecht (1967), van een gedeelte van het waterschap Axeler Ambacht (1969). &lt;br /&gt;
*Borger, Ontwatering. &lt;br /&gt;
*K.J.J. Brand, Historische geografie (1970/1971); id., Oost Zeeuws-Vlaamse polderland; id., Hulst en de Vier Ambachten; id., Fortificaties Oost Zeeuws-Vlaanderen; id., Oost Zeeuws-Vlaanderen, bestuurlijke ontwikkeling, historische geografie, in; Het Zeeuwse Waterschap, jg. 25, nov. 1982. &lt;br /&gt;
*K.J.J. Brand, Over de bestuurlijke en de historisch-geografische ontwikkeling van Zeeuws-Vlaanderen. &lt;br /&gt;
*P.J. Brand, Hulsterloo; id., Geschiedenis van Hulst; id., Saeftinghe. &lt;br /&gt;
*De Bruin, Oost Zeeuws-Vlaanderen; id., Polders rond Terneuzen en Axel. &lt;br /&gt;
*Buise, Groot Eiland. &lt;br /&gt;
*Doeleman, Zeggenschap op de Honte. &lt;br /&gt;
*Van den Dool, Canisvliet. &lt;br /&gt;
*Edelman, Nederlandse Kuststreek. &lt;br /&gt;
*Emmer, De grenzen. &lt;br /&gt;
*Van Empel en Pieters, Zeeland. &lt;br /&gt;
*Fockema Andreae, Waterschapsgeschiedenis Zeeuws-Vlaanderen. &lt;br /&gt;
*Fruin, Provincie Zeeland. &lt;br /&gt;
*Fruijtier, Hontenisse. &lt;br /&gt;
*Gallé, Beveiligd bestaan. &lt;br /&gt;
*Ganshof, Vlaanderen. &lt;br /&gt;
*R. van Gerven, De polders in het land van Beveren, in; Heemkundig Tijdschrift &#039;Het land van Beveren&#039;, 1963-1967. &lt;br /&gt;
*Gottschalk, Historische geografie; id., Stormvloeden. &lt;br /&gt;
*Guns, Historische evolutie. &lt;br /&gt;
*Gijsseling, Toponymie. &lt;br /&gt;
*Keur, Kanaal van Gent naar Terneuzen. &lt;br /&gt;
*Lansberghe, Hulst. &lt;br /&gt;
*Leper, Kunstmatige inundaties. &lt;br /&gt;
*Meerkamp van Embden, Vrije van Sluis en Hulster Ambacht. &lt;br /&gt;
*Meijers, Des Graven stroom. &lt;br /&gt;
*Nolet en Boeren, Kerkelijke instellingen. &lt;br /&gt;
*Ovaa. Landschap in Zeeland. &lt;br /&gt;
*Provinciale Waterstaat in Zeeland, Rapport over de stormvloed van 12 maart 1906. &lt;br /&gt;
*Ramaer, Fransche tijd. &lt;br /&gt;
*De Reu, Historisch geografisch onderzoek. &lt;br /&gt;
*Rottier, La Flandre Zélandaise. &lt;br /&gt;
*Rijkswaterstaat, Verslag stormvloed 1953; id., Beschrijving van de Provincie Zeeland, behorende bij de waterstaatskaart, &#039;s-Gravenhage 1971. &lt;br /&gt;
*Van Rummelen, Blad Zeeuwsch-Vlaanderen. &lt;br /&gt;
*De Smidt, Keuren Vier Ambachten. &lt;br /&gt;
*Snacken, Scheldepolderlandschap. &lt;br /&gt;
*Tegenwoordige Staat, Zeeuwsch-Vlaanderen. &lt;br /&gt;
*Verhulst, Landschap in Vlaanderen; id., St.Baafsabdij Gent. &lt;br /&gt;
*Wesseling, Terneuzen; id., Axel. &lt;br /&gt;
*Wilderom, Tussen afsluitdammen IV. (Zie ook pagina 390 &amp;amp; 392).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
Situatie Hont of Westerscheldegebied rond 1200, door K.J.J. Brand. Situatie Hont of Westerscheldegebied vóór 1530, door K.J.J. Brand. Situatie van het geïnundeerde gebied van Oost Zeeuws-Vlaanderen ca. 1599, door K.J.J. Brand. Nieuwe kaart van Staats-Vlaanderen in haare liemieten, uitgegeven door Mortier, Covens en zoon te Amsterdam, z.j. (ca. 1785). Polderkaart Oost Zeeuwsch-Vlaanderen. Polderkaart West Zeeuwsch-Vlaanderen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Van_der_Have_Zaadveredeling&amp;diff=119768</id>
		<title>Van der Have Zaadveredeling</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Van_der_Have_Zaadveredeling&amp;diff=119768"/>
		<updated>2025-07-30T08:20:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Van der Have hernoemd tot Van der Have Zaadveredeling zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Van der Have1.JPG|thumb|right|250px|Voorgevel oude fabriek Van der Have in Kapelle, foto: Willem Mieras, bron: [https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/2007-03-12/edition/null/page/69 PZC, 12 maart 2007, pag. 69]]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zaadveredelingsbedrijf uit Kapelle.&lt;br /&gt;
==Geschiedenis van het bedrijf==&lt;br /&gt;
===Het begin===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Van der Have2.JPG|thumb|left|200px|Borstbeeld oprichter Daan van der Have, foto: Willem Mieras, bron: [https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/2007-03-12/edition/null/page/69 PZC, 12 maart 2007, pag. 69.]]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ontstaansgeschiedenis van het bedrijf Van der Have begon in 1879. In dat jaar begon oprichter Daniel Johannes van der Have, afkomstig uit Oosterland, met 200 gulden startkapitaal aan de Biezelingsestraat een boomkwekerij. Deze plek lag op die van het oude landgoed Gistellis. Vijf jaar later, in 1884, werd westelijk van het dorp begonnen met de bouw van familievilla Eureka.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Rond 1914 werden de activiteiten van de firma Van der Have uitgebreid met de handel van zaaizaden (vooral gras- en klaverzaden). Als de zoon van oprichter Daniel van der Have afstudeert als plantenveredelaar ontwikkelde zich in het bedrijf ook een veredelingstak. Daarnaast hield het bedrijf zich ook bezig met tuinarchitectuur. Vanaf 1918 produceerde Van der Have ook elektriciteit voor openbare verlichting.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Arbeidsomstandigheden===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bedrijf Van der Have ontwikkelde zich tot een bloeiende onderneming, waar de arbeidsomstandigheden uitstekend waren. De werknemers, overwegend arbeiders met een landbouwachtergrond, konden bij het bedrijf een vast arbeidscontract krijgen. Iets wat tot die tijd - zeker in de landbouw - nog niet altijd gebruikelijk was. Daarnaast was Van der Have een van de eerste bedrijven die de vrije zaterdagmiddag invoerde en bij ziekte het loon doorbetaalde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Internationale doorbraak===&lt;br /&gt;
Na de Tweede Wereldoorlog maakte het bedrijf een enorme groei door. Door technische verbeteringen in de landbouw en in het transport transformeerde het bedrijf zich tot een onderneming van internationale allure. Zo waren er contacten met Iran, de Verenigde Staten en Japan. In 1956 kreeg het bedrijf het predicaat ‘Koninklijk’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verkoop en doorverkoop===&lt;br /&gt;
In 1970 werd de helft van de aandelen verkocht aan de Suiker Unie. Omdat er geen opvolgers klaarstonden om het familiebedrijf over te nemen werd de andere helft zeven jaar later (1977) verkocht. De keuze voor de Suiker Unie was vooral ingegeven door haar kennis van de suikerbietenveredeling. Dat de directievoorzitter van de Suiker Unie (Marien Geuze uit Poortvliet) een vriend was van Daan van der Have was ongetwijfeld een bijkomend voordeel geweest.&amp;lt;ref&amp;gt;[https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/1977-07-13/edition/0/page/2 Krantenbank Zeeland, &#039;Suikerunie neemt in najaar Van der Have geheel over&#039;, in: PZC, 13 juli 1977, pag. 2.]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Doordat de Suiker Unie (inmiddels omgedoopt in Cosun) zich in de vingers sneed met de aankoop van conservenfabrieken werd het genoodzaakt het Zeeuwse bedrijf in de verkoop te doen. Het bedrijf maakte volgens de nieuwe directie te weinig winst en werd in 1996 gedeeltelijk doorverkocht aan het Britse zadenbedrijf &#039;&#039;&#039;Zeneca&#039;&#039;&#039;. Zo ontstaat &#039;&#039;&#039;Advanta Seeds&#039;&#039;&#039;, met in Kapelle de toevoeging Van der Have.&amp;lt;ref&amp;gt;[https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/1996-02-22/edition/0/page/29 Krantenbank Zeeland, &#039;Van der Have samen met Britten&#039;, in: PZC, 22 februari 1996, pag. 29.]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Van der Have4.JPG|thumb|right|300px|Prins Bernhard reikt de Koning Willem I prijs voor ondernemerschap uit aan D.J. van der Have, foto J. Wolterbeek, 1980, bron: [https://digitaal.dezb.nl/beeldbank/indeling/detail/start/11 ZB Beeldbank Zeeland, rec.nr. 114178]]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2004 trok Cosun zijn handen helemaal af van Advanta Seeds. De voormalige Suiker Unie wilde zich richten op de levensmiddelenhandel en haar landbouwactiviteiten afstoten. Het Zwitserse chemiebedrijf &#039;&#039;&#039;Syngenta&#039;&#039;&#039; kocht Adventa en verkocht het bedrijf binnen een week door aan het Amerikaanse beleggingsfonds Fox Paine. Met uitzondering van de mais-, sojaboon- en graanbedrijven in Noord-Amerika.&amp;lt;ref&amp;gt;[https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/2004-05-13/edition/null/page/17  Krantenbank Zeeland, &#039;Adventa in Zwitserse handen&#039;, in: PZC, 13 mei 2004, pag. 17.]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Groupe Limagrain===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het was uiteindelijk het grote Franse zaadveredelingsbedrijf Groupe Limagrain (&#039;&#039;&#039;Limagrain Advanta&#039;&#039;&#039;) die zich profileerde als erfgenaam van het oude Zeeuwse bedrijf. Het hoofdkantoor werd gevestigd in het oude onderzoekscentrum in Rilland. Overigens werd in oktober 2006 de graszadenpoot overgedaan aan het Deense [http://www.dlf.nl/&#039;&#039;&#039;DLF Trifolium&#039;&#039;&#039;]. Het kweekbedrijf Van der Have (met name in graszaden, suikerbieten, granen, mais en uien) bestond feitelijk dan niet meer. &amp;lt;ref&amp;gt;[https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/2006-09-16/edition/null/page/53 Krantenbank Zeeland, &#039;Overname Advanta vrijwel rond&#039;, in: PZC, 16 september 2016, pag. 53.]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Van der Have werkten ooit meer dan 300 mensen. Tegenwoordig zijn dat er minder dan een derde van dat aantal. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Have_PZC12maart2007pag69.jpg|thumb|right|450px|Organisatieschema Van der Have, bron: [https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/2007-03-12/edition/null/page/69 PZC, 12 maart 2007, pag. spectrum v5]]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
W. van Gorsel, 2016&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Bron ==&lt;br /&gt;
===Sites===&lt;br /&gt;
[https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/2007-03-12/edition/null/page/68 Krantenbank Zeeland, PZC, 12 maart 2007]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Aanvullende literatuur==&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/850653142 Marinus Adriaan Geuze, Daniël J. van der Have, &#039;&#039;Zeeuw in zaaizaden; gesprekken met en over Daniël J. van der Have&#039;&#039; (Kapelle, 1984)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/044835159 Kon. kweekbedrijf en zaadhandel D.J. van der Have b.v., &#039;&#039;Jaarverslag koninklijk kweekbedrijf en zaadhandel d.j. van der have n.v. Kapelle-Biezelinge&#039;&#039; (Kapelle, 1981)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/325468036 Kon. kweekbedrijf en zaadhandel D.J. van der Have b.v., &#039;&#039;Van der Have suikerbietenzaad&#039;&#039; (Kapelle, 1980)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Noten ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;references/&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Economie en bedrijven]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Queerens&amp;diff=119767</id>
		<title>Queerens</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Queerens&amp;diff=119767"/>
		<updated>2025-07-30T08:19:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina QÚeerens hernoemd tot Queerens zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;(Domburger Rassen, Domburgerrassen of Kueerens). Zandbankencomplex voor de noordwestelijke kust van Walcheren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Wilderom, Tussen afsluitdammen III en IV. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:geografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:topografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bostulp_(t%C3%BAlipa_Sylv%C3%A9stris)&amp;diff=119766</id>
		<title>Bostulp (túlipa Sylvéstris)</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bostulp_(t%C3%BAlipa_Sylv%C3%A9stris)&amp;diff=119766"/>
		<updated>2025-07-30T08:18:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Tulp, Bos (túlipa Sylvéstris) hernoemd tot Bostulp (túlipa Sylvéstris) zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Bostulp1.jpg|thumb|right|300px|Bostulp. Bron: Wikimedia Commons]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tulp, Bos (túlipa Sylvéstris). Stinseplant. De bostulp kwam oorspronkelijk alleen in het Middellandse Zeegebied voor en is van hieruit verspreid door aanplant op buitenplaatsen, ook in Zeeland. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A.M.M. van Haperen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Flora]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Zeeuwse_Stromen&amp;diff=119765</id>
		<title>Zeeuwse Stromen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Zeeuwse_Stromen&amp;diff=119765"/>
		<updated>2025-07-30T08:17:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Stromen, Zeeuwse hernoemd tot Zeeuwse Stromen zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Zeeuwse stromen1.jpg|thumb|right|300px|Kaart(je) van het graafschap Zeeland in het begin van de 17e eeuw uit het Nieuw Nederlandtsch Caertboeck. Maker: A. Goos. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 2497]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wateren in de provincie Zeeland, die onder invloed staan (of stonden) van de eb- en vloedbeweging. In de middeleeuwen werd Zeeland doorkruist door tal van geulen waarvan er vele in de loop der eeuwen zijn verzand, ingepolderd of afgedamd. De meest bekende daarvan werden destijds benut voor de scheepvaart, zoals: Gouwe: Een geul die Schouwen van Duiveland scheidde en in 1374 werd afgedamd. De restanten kregen later de naam Dijkwater, waarvan het meest noordelijke deel als laatste in 1954 werd afgedamd. Slaak. Een geul tussen St.-Philipsland en West Noord-Brabant, die in 1884 werd afgedamd met de Slaakdam. Met de aanleg van de Schelde-Rijnverbinding werd de Slaakdam in 1972 weer doorgegraven en het nieuwe vaarwater overbrugd. Striene. Eertijds een oude geul in het oostelijk deel van Tholen; werd afgedamd voor 1220. De Thoolse polders Oud- en Nieuw-Strijen herinneren aan die geul. Schenge. Vaarwater het v.m. eiland Wolphaartsdijk en Zuid-Beveland; werd in 1809 afgedamd. Men vindt de restanten terug in de Sehengepolder en in de Wilhelminapolder in Zuid-Beveland. Zwake. Een geul die vanuit het Veerse Gat in zuidoostelijke richting ongeveer 5 km ten westen van Hansweert in de tegenwoordige Westerschelde uitmondde. De eerste afdamming vond plaats in 1445 en vervolgens in 1474, 1510 en 1554 met resp. de &#039;tweede, derde en vierde Zwakedam&#039;. Sloe. Een zeer bekende oude geul die Walcheren en Zuid-Beveland scheidde en in 1871 werd afgedamd met de Sloedam. Het zuidelijk gedeelte werd in 1949 en 1962 ingepolderd en daarna merendeels bestemd voor haven- en industrieterrein. Kreekrak. Tussen Zuid-Beveland en Noord-Brabant de vroegere verbinding van de (Ooster)schelde met Antwerpen; werd in 1867 afgedamd met de Kreekrakdam; met de aanleg van de Schelde-Rijnverbinding in 1967/1975 werd de Kreekrakdam doorgegraven en het vaarwater overbrugd. Braakman. Ontstaan bij de stormvloed van 1375. Vormde de toegang tot de v.m. haven van Philippine en via het Axelsche Gat en het Sassche Gat tot de v.m. haven van Axel en tot Sas van Gent. vanwaar een scheepvaartroute naar het Belgische Gent werd verkregen. Als gevolg van verzanding werden diverse inpolderingen verricht. De laatste afdamming van de Braakman geschiedde in 1952 (Braakmanpolder). Op de buitengronden van deze polder werd in 1975/1977 bovendien het industrieterrein uitgebreid. Hellegat. Eén van de laatste vaarwegen vanuit de Westerschelde naar Hulst. Afdamming geschiedde in 1789, waarna de verder dichtgeslibde geul in 1846, 1861, 1876 en 1926 werd ingepolderd. De laatste bedijking was die van de Hellegatpolder. Zwarte Gat. Eertijds de toegang vanuit het Zwin en de Westerschelde tot de v.m. haven van Oostburg. De geul verzandde en werd in 1679 afgedamd bij de buurtschap Oostburgsche Brug. Zwin. Een geul in het grensgebied Nederland België. Was indertijd een belangrijke toegang naar de Belgische steden Brugge en Damme. Reeds in de 12e eeuw is de verzanding begonnen; in de 14e eeuw kwamen de schepen niet verder meer dan Sluis, totdat in het midden van de 18e eeuw ook Sluis niet meer bereikbaar was voor schepen vanuit de Zwinmonding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Momenteel is bij de Nederlands-Belgische grens alleen nog een prachtig natuurgebied overgebleven. Behalve bovengenoemde stromen bestonden eertijds vele kleine, minder bekende geulen zoals: de Helchersee en het Sunne Mare in Schouwen, de Kamer en de Breedenvliet in Tholen en de Wijtvliet die Noord-Beveland in twee delen scheidde. Walcheren kende enkele oude geulen zoals o.a. de Swalinge bij Zoutelande en de Pekelinge. De Arne vormde lange tijd de toegang tot de havens van Arnemuiden en Middelburg. In Zeeuws Vlaanderen waren bovendien scheepvaart geulen via de Ee (Eedepolders) naar Aardenburg en via het IJzendijkse Gat naar IJzendijke. Door uitvoering van de Deltawerken zijn in de jongste decennia in de Zeeuwse stromen een aantal veranderingen tot stand gekomen, zoals het restant van de Pluimpot (tot 1556 een geul die Tholen in twee delen scheidde) dat in 1957 werd afgedamd. Door afdamming van het Veerse Gat en de Zandkreek ontstond het Veerse Meer, terwijl door afsluiting van het Brouwershavensche Gat en van de Grevelingen het Grevelingenbekken tot stand kwam; beide wateren behoren nu tot de zg. Deltanieren. De huidige Zeeuwse stromen zijn de geulen in het Oosterscheldebekken en in de Westerschelde. Voor het Oosterscheldebekken, dat volgens het oorspronkelijke Deltaplan afgedamd zou worden, is een alternatieve oplossing gevonden die in 1986 moet resulteren in een afsluitbare pijlerdam. Van west naar oost vindt men in de Oosterschelde de hoofdgeulen: de Hammen en de Roompot, resp. langs Schouwen en Noord-Beveland. Beide geulen komen via een dwarsverbinding-het Schaar van Vuilbaard-samen voor de haveningang van Zierikzee. Zuidoostwaarts stromen dan het Engelse Vaarwater en het Brabantsche Vaarwater, die tenslotte aan de zuidzijde van Tholen in het Tholensche Gat overgaan. Over enige jaren zal de Oosterschelde daar begrensd worden door de thans in uitvoering zijnde Oesterdam tussen Zuid-Beveland en Tholen. De Eendracht, die de scheiding vormt tussen Tholen en Brabant zal dan tot het toekomstige Zoommeer komen te behoren. Noordoostwaarts stromen tussen Schouwen Duiveland en Tholen/St.-Philipsland de geulen Keeten, Mastgat, Zijpe, die via het Krammer en het Volkerak verbinding geven met het sluizencomplex in de Volkerakdam bij Willemstad. Over enkele jaren zal in het Krammer tussen de Grevelingendam en St.-Philipsland de Philipsdam zijn aangelegd zo dat ook daar het Oosterscheldebekken zijn begrenzing zal krijgen. Nevengeulen in het Oosterscheldebekken zijn: het Schaar van Onrust en het Schaar van Colijnsplaat terwijl tussen St.-Philipsland en Tholen de Krabbenkreek is gelegen. De Dortsman en de Witte Tonne Vlije vormen de scheepvaartroute vanuit het Kanaal door Zuid-Beveland met het Keeten c.a. Voor de Westerschelde is de toegang vanuit de Noordzee gevormd door de hoofdgeulen Oostgat/Sardijngeul en de Wielingen, resp. voor de scheepvaart vanuit het noorden en het zuiden. Beide vaarwegen komen voor Vlissingen samen om dan via de Home, het Pas van Terneuzen, het Middelgat en/of het Gat van Ossenisse, Hansweert te bereiken. Vandaar stroomt de hoofdgeul door het Zuidergat langs Walsoorden om vervolgens via het Nauw van Bath de Belgische grens te bereiken. Nevengeulen van de Westerschelde zijn: het Vaarwater van Hoofdplaat, Everingen en het zg. Boerengat, het Schaar van Waarde, het Schaar van Valkenisse en de Zimmerman geul.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:topografie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Noordse_Stormvogel&amp;diff=119764</id>
		<title>Noordse Stormvogel</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Noordse_Stormvogel&amp;diff=119764"/>
		<updated>2025-07-30T08:16:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Stormvogel, Noordse hernoemd tot Noordse Stormvogel zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Noordse Stormvogel1.jpg|thumb|right|300px|Noordse Stormvogel. Bron: Wikimedia Commons]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Noordse Stormvogel (fulmárus Glaciális). In Zeeland is de noordse stormvogel uitsluitend in klein aantal waar te nemen aan de zeekust, echter vrij zelden. Alleen tijdens of direct na zware storm soms wat grotere aantallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
P.L. Meininger &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Fauna]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Vogels]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Stichting_Zeeuws_Co%C3%B6rdinatieorgaan_Voor_Natuur-,_Landschaps-_en_Milieubescherming&amp;diff=119763</id>
		<title>Stichting Zeeuws Coördinatieorgaan Voor Natuur-, Landschaps- en Milieubescherming</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Stichting_Zeeuws_Co%C3%B6rdinatieorgaan_Voor_Natuur-,_Landschaps-_en_Milieubescherming&amp;diff=119763"/>
		<updated>2025-07-30T08:15:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Stichting Zeeuws Cocordinatieorgaan Voor Natuur-, Landschaps- En Milieubescherming hernoemd tot Stichting Zeeuws Coördinatieorgaan Voor Natuur-, Landschaps- en Milieubescherming zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Zeeuws Coordinatieorgaan1.jpg|thumb|right|300px|Zeeland stralend land; onderdeel van affiche-actie van stichting Zeeuws coördinatie-orgaan voor natuur-, landschaps- em milieubescherming (ZCO). Vier kunstenaars ontwierpen een affiche m.b.t. milieu-aspecten. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 9826]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opgericht 11 oktober 1971. De stichting stelt zich ten doel het beleid van overheden, instanties, groepen en personen op het gebied van bescherming en beheer van natuur, landschap en milieu te beïnvloeden en de publieke opinie te mobiliseren. De stichting vormt een belangrijk actievoerend orgaan op het gebied van natuur, landschap en milieu in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
A. Teunis &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:flora]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Jansteen&amp;diff=119762</id>
		<title>St.-Jansteen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=St.-Jansteen&amp;diff=119762"/>
		<updated>2025-07-30T08:14:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina St.Jansteen hernoemd tot St.-Jansteen zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:St-Jansteen-1.jpg|thumb|right|250px|Luchtfoto van St. Jansteen. Foto: J. Midavaine/Slagboom en Peeters, 23-10-1973. Bron: ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 5837]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Het dorp: kenmerken==&lt;br /&gt;
St.jansteen (sint Jan Ten Steene, Inghelosenberghe). Dorp binnen de gemeente Hulst. Oost Zeeuws-Vlaanderen, tegen de Belgische grens. Tot de gemeentelijke herindeling op 1 april 1970 een zelfstandige gemeente, waartoe behoorden Absdale, Drie Hoefijzers, Heikant, &#039;t Hoekje, Het Holleken. Kapellebrug (ged.) en (de) Tragel: Het dorp telt 3.180 inwoners (2021). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Wapen==&lt;br /&gt;
Dit stelt waarschijnlijk het kasteel van de vrijheren van Sint Jan ten Steene en Inghelosenberghe voor. De steen in de schildvoet. bevestigd aan een ketting niet boeien stelt duidelijk een schandsteen voor: hij illustreert de plaatsnaam maar wijst misschien ook In St.-Jansteen kan men de staande wippen voor het boogschieten nog tegenkomen. op het eigen recht in deze vrije heerlijkheid. Oorspronkelijk kwam boven het schild een halve rode leeuw uit. Het wapen werd op 31 juli 1817 bevestigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Vlag==&lt;br /&gt;
Deze is niet officieel vastgesteld: zij heeft vanouds twee banen wit-zwart, ontleend aan het wapen van het geslacht Van Vylain. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Varia==&lt;br /&gt;
Veemarkt op de eerste donderdag van maart. Kermis laatste zondag in juni tot en met dinsdag d.a.v.. Toneelvereniging &#039;Camere van Rhetorica Sint Jan ten Steene..&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Geschiedenis==&lt;br /&gt;
Sint Jan ten Steene is een vrije heerlijkheid geweest. Vermoedelijk was Zeger van Gent van 1190 tot 1199 de eerste heer van die heerlijkheid. Hij of zijn zoon liet binnen het g ebied een kasteel bouwen met een kapel. die gewijd was aan Johannes de Doper. In de loop der jaren ontstond daar een dorp, dat we thans nog kennen als St.-Jansteen. Welke rol het kasteel in de loop der eeuwen heeft gespeeld is niet duidelijk. Vermoedelijk diende het slechts als zomerverblijf, om dat de elkaar opvolgende ambachtsheren ook elders veel goederen bezaten. In 1732 kwam het in het bezit van Gijsbert van Hogendorp, van wie Gijsbert Karel van Hogendorp een afstammeling is. Over vorm en afmetingen van het kasteel zijn geen gegevens meer bekend. De bevelhebber van Hulst liet, tijdens de strijd tussen de Republiek en Frankrijk, op 26 april 1747 het dorp platbranden.&lt;br /&gt;
Waarschijnlijk is toen ook het kasteel verloren gegaan of wat er nog van over was. In 1790 liet Willem van Hogendorp een gerechtshuis bouwen, later gemeentehuis, versierd met twee levensgrote houten beelden van Justitia en Prudentia, die de vierschaar luister bijzetten. Er zijn maar korte tijd vonnissen geveld. De beelden staan thans in het gemeentehuis van Hulst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Kerkelijke geschiedenis==&lt;br /&gt;
[[Bestand:St.-Jansteen2.jpg|thumb|left|300px|Pastorie uit 1927. Foto: W. Helm, 1998. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 12370]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1256 was St. Jansteen reeds een parochie. Ze is vermoedelijk afgescheiden van het bisdom Utrecht en gevoegd hij Doornik: in 1559 kwam ze hij het bisdom Gent. Toen de classis in 1580 bijeen kwam was het onzeker of St.-Jansteen onder de kerkelijke gemeenten kon worden gerangschikt, circa 1750 had St.-Jansteen een eigen kerkeraad. onder de classis Zuid-Beveland; een eigen predikant heeft de gemeente nooit gehad. Voor het katholieke volksdeel werd in 1936 een nieuwe kapel gebouwd op de plaats van de oude, die sinds eeuwen door bedevaartgangers was bezocht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J.A. Trimpe Burger, F. Noordewier, S.J.M. Hulsbergen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*J. Adriaanse en J. A. Everaard, De heerlijkheid St.-Jan ten Steene. &lt;br /&gt;
*Th.B.W. Kok, Dekenaat in de steigers. &lt;br /&gt;
*H.0. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. &lt;br /&gt;
*Van Empel en Meters, Zeeland. &lt;br /&gt;
*J.P. van den Broecke, Middeleeuwse kastelen van Zeeland. &lt;br /&gt;
*A.N.W.B., Toeristengids 1972 Limburg. Brabant, Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Encyclopedie van Zeeland, 1982-1984==&lt;br /&gt;
{{GoToOriginal}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Snellegheerspolder&amp;diff=119761</id>
		<title>Snellegheerspolder</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Snellegheerspolder&amp;diff=119761"/>
		<updated>2025-07-30T08:13:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Andrea van Boven: Andrea van Boven heeft de pagina Snellegheers (polder) hernoemd tot Snellegheerspolder zonder een doorverwijzing achter te laten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Voormalige polder in West-Zeeuws-Vlaanderen; bekend als [[begin]] aan de oostzijde van de [[Zuidzandepolder]]. Door Roos vermeld als Snebbegeerstpolder.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Auteur==&lt;br /&gt;
J. Kuipers &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Literatuur==&lt;br /&gt;
*Gottschalk. Historische geografie I, 110. &lt;br /&gt;
*Roos, Woordenboek (onder Kadzand). &lt;br /&gt;
*Van Empel en Pieters. Zeeland, 129.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Geografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Andrea van Boven</name></author>
	</entry>
</feed>