<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Jan+JB+Kuipers</id>
	<title>encyclopedie van zeeland - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Jan+JB+Kuipers"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/Speciaal:Bijdragen/Jan_JB_Kuipers"/>
	<updated>2026-05-01T09:42:54Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.45.1</generator>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23630</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23630"/>
		<updated>2015-09-18T11:27:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{InfoboxPersoon&lt;br /&gt;
| afbeelding = [[Bestand:.jpg|250px]]&lt;br /&gt;
| naam = Adriaan van Reimerswaal&lt;br /&gt;
| onderschrift = &lt;br /&gt;
| geboortedatum = [[1480]]&lt;br /&gt;
| geboorteplaats = Reimerswaal&lt;br /&gt;
| overlijdensdatum = [[6 mei]] [[1534]]&lt;br /&gt;
| overlijdensplaats = Bergen op Zoom&lt;br /&gt;
| beroep = &lt;br /&gt;
| VIAF = &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was een beruchte telg uit het geslacht van de [[Heren van Reimerswaal]]. Zoon van [[Nicolaas (Klaas) van Reymerswale]] en [[Anna Claasdochter van den Sickele]]/[[Anna van der Zickele]]. Was gehuwd met [[Johanna van Glymes]], overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Adriaans schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Reimerswaal_6543.jpg|thumb|right|300px|Panorama uit de 17de eeuw op de stad Reimerswaal uit de &#039;&#039;Cronyk van Zeeland&#039;&#039; van Mattheus Smallegange (1696), Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, recordnr. 6543]]&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de methoden van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in de stad.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige [[Andries Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met [[Brussel]], benoemd als één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten [[Yerseke]]. Toch moest deze ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar [[Bergen op Zoom]], waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver [[Adriaan Loosjes]] (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (&#039;&#039;Het leven van Maurits Lijnslager&#039;&#039;) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: &#039;&#039;Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal&#039;&#039;. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in &#039;&#039;De ondergang van Reimerswaal&#039;&#039; (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver [[Jacob Stamperius]]. [[L. Janse]] werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman &#039;&#039;Heer Adriaan van Lodijke&#039;&#039; (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar [[Jacques Sinninghe]] belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het [[Zeeuwsch Sagenboek]] (1933) en vervolgens in de [http://www.verhalenbank.nl Nederlandse Volksverhalenbank] als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung.’&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2015&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
-Frederik Buylaert, &#039;&#039;Repertorium van de Vlaamse adel&#039;&#039; (ca. 1350-ca. 1500)  (Gent 2011).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-C. Dekker, &#039;&#039;Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen&#039;&#039; (Assen 1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-C. Dekker, ‘Tussen twee vloeden. De strijd tegen het water in Zeeland bewesten Schelde tussen 1530 en 1532’, &#039;&#039;Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden&#039;&#039; dl. 103, afl. 4, 1988, 607-621.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, &#039;&#039;Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw&#039;&#039; (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, &#039;Raadselachtige resten van het kasteel van Lodijke&#039;, in: &#039;&#039;Nehalennia&#039;&#039; afl. 122, 1999, 19-24. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan Kuipers, &#039;Duiker legde muurrestanten vast. Sporen van het kasteel van Lodijke&#039;, in: &#039;&#039;Zeeuws Erfgoed&#039;&#039; 5/4(december 2006) 14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Verdronken noorderburen van Oud-Rilland’, in: Dicky de Koning-Kastelijn (coörd.), &#039;&#039;Verdronken land, Oud-Rilland&#039;&#039; 2004-2008 (Kloetinge, 2008) 8-12.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Het drijvende wiegje. De literaire traditie van ‘verdronken geschiedenis’’, in: &#039;&#039;Traditie&#039;&#039; 15/4 (2009) 34-37.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Arie van Steensel, &#039;&#039;Edelen in Zeeland: macht, rijkdom en status in een laatmiddeleeuwse samenleving&#039;&#039; (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23277</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23277"/>
		<updated>2015-09-01T12:26:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Adriaans schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de methoden van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd als één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest deze ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (&#039;&#039;Het leven van Maurits Lijnslager&#039;&#039;) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: &#039;&#039;Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal&#039;&#039;. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in &#039;&#039;De ondergang van Reimerswaal&#039;&#039; (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman &#039;&#039;Heer Adriaan van Lodijke&#039;&#039; (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de [http://www.verhalenbank.nl Nederlandse Volksverhalenbank] als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2015&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Frederik Buylaert, &#039;&#039;Repertorium van de Vlaamse adel&#039;&#039; (ca. 1350-ca. 1500)  (Gent 2011).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-C. Dekker, &#039;&#039;Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen&#039;&#039; (Assen 1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-C. Dekker, ‘Tussen twee vloeden. De strijd tegen het water in Zeeland bewesten Schelde tussen 1530 en 1532’, &#039;&#039;Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden&#039;&#039; dl. 103, afl. 4, 1988, 607-621.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, &#039;&#039;Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw&#039;&#039; (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, &#039;Raadselachtige resten van het kasteel van Lodijke&#039;, in: &#039;&#039;Nehalennia&#039;&#039; afl. 122, 1999, 19-24. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan Kuipers, &#039;Duiker legde muurrestanten vast. Sporen van het kasteel van Lodijke&#039;, in: &#039;&#039;Zeeuws Erfgoed&#039;&#039; 5/4(december 2006) 14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Verdronken noorderburen van Oud-Rilland’, in: Dicky de Koning-Kastelijn (coörd.), &#039;&#039;Verdronken land, Oud-Rilland&#039;&#039; 2004-2008 (Kloetinge, 2008) 8-12.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Het drijvende wiegje. De literaire traditie van ‘verdronken geschiedenis’’, in: &#039;&#039;Traditie&#039;&#039; 15/4 (2009) 34-37.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Arie van Steensel, &#039;&#039;Edelen in Zeeland: macht, rijkdom en status in een laatmiddeleeuwse samenleving&#039;&#039; (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23276</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23276"/>
		<updated>2015-09-01T12:23:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Adriaans schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de methoden van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd als één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest deze ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (&#039;&#039;Het leven van Maurits Lijnslager&#039;&#039;) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: &#039;&#039;Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal&#039;&#039;. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in &#039;&#039;De ondergang van Reimerswaal&#039;&#039; (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman &#039;&#039;Heer Adriaan van Lodijke&#039;&#039; (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de [http://www.verhalenbank.nl Nederlandse Volksverhalenbank] als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2015&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Frederik Buylaert, &#039;&#039;Repertorium van de Vlaamse adel&#039;&#039; (ca. 1350-ca. 1500)  (Gent 2011).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-C. Dekker, &#039;&#039;Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen&#039;&#039; (Assen 1971).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-C. Dekker, ‘Tussen twee vloeden. De strijd tegen het water in Zeeland bewesten Schelde tussen 1530 en 1532’, &#039;&#039;Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden&#039;&#039; dl. 103, afl. 4, 1988, 607-621.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, &#039;&#039;Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw&#039;&#039; (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Jan J.B. Kuipers, &#039;Raadselachtige resten van het kasteel van Lodijke&#039;, in: &#039;&#039;Nehalennia&#039;&#039; afl. 122, 1999, 19-24. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Jan Kuipers, &#039;Duiker legde muurrestanten vast. Sporen van het kasteel van Lodijke&#039;, in: &#039;&#039;Zeeuws Erfgoed&#039;&#039; 5/4(december 2006) 14.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Verdronken noorderburen van Oud-Rilland’, in: Dicky de Koning-Kastelijn (coörd.), &#039;&#039;Verdronken land, Oud-Rilland&#039;&#039; 2004-2008 (Kloetinge, 2008) 8-12.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Het drijvende wiegje. De literaire traditie van ‘verdronken geschiedenis’’, in: &#039;&#039;Traditie&#039;&#039; 15/4 (2009) 34-37.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Arie van Steensel, &#039;&#039;Edelen in Zeeland: macht, rijkdom en status in een laatmiddeleeuwse samenleving&#039;&#039; (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23275</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23275"/>
		<updated>2015-09-01T12:11:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Adriaans schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de methoden van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd als één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest deze ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (&#039;&#039;Het leven van Maurits Lijnslager&#039;&#039;) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: &#039;&#039;Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal&#039;&#039;. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in &#039;&#039;De ondergang van Reimerswaal&#039;&#039; (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman &#039;&#039;Heer Adriaan van Lodijke&#039;&#039; (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de Nederlandse Volksverhalenbank als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2015&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Frederik Buylaert, &#039;&#039;Repertorium van de Vlaamse adel&#039;&#039; (ca. 1350-ca. 1500)  (Gent 2011).&lt;br /&gt;
-C. Dekker, &#039;&#039;Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen&#039;&#039; (Assen 1971).&lt;br /&gt;
-C. Dekker, ‘Tussen twee vloeden. De strijd tegen het water in Zeeland bewesten Schelde tussen 1530 en 1532’, &#039;&#039;Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden&#039;&#039; dl. 103, afl. 4, 1988, 607-621.&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, &#039;&#039;Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw&#039;&#039; (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (eindred.), &#039;&#039;Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland&#039;&#039; (Middelburg/Vlissingen, 2004).&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Verdronken noorderburen van Oud-Rilland’, in: Dicky de Koning-Kastelijn (coörd.), &#039;&#039;Verdronken land, Oud-Rilland&#039;&#039; 2004-2008 (Kloetinge, 2008) 8-12.&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Het drijvende wiegje. De literaire traditie van ‘verdronken geschiedenis’’, in: &#039;&#039;Traditie&#039;&#039; 15/4 (2009) 34-37.&lt;br /&gt;
-Arie van Steensel, &#039;&#039;Edelen in Zeeland: macht, rijkdom en status in een laatmiddeleeuwse samenleving&#039;&#039; (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23274</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23274"/>
		<updated>2015-09-01T12:00:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (Het leven van Maurits Lijnslager) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in De ondergang van Reimerswaal (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman Heer Adriaan van Lodijke (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de Nederlandse Volksverhalenbank (www.verhalenbank.nl) als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Frederik Buylaert, Repertorium van de Vlaamse adel (ca. 1350-ca. 1500)  (Gent 2011).&lt;br /&gt;
-C. Dekker, Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen (Assen 1971).&lt;br /&gt;
-C. Dekker, ‘Tussen twee vloeden. De strijd tegen het water in Zeeland bewesten Schelde tussen 1530 en 1532’, Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden dl. 103, afl. 4, 1988, 607-621.&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) 48-49 nr. 66.&lt;br /&gt;
http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Verdronken noorderburen van Oud-Rilland’, in: Dicky de Koning-Kastelijn (coörd.), Verdronken land, Oud-Rilland 2004-2008 (Kloetinge, 2008) 8-12.&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, ‘Het drijvende wiegje. De literaire traditie van ‘verdronken geschiedenis’’, in: Traditie 15/4 (2009) 34-37.&lt;br /&gt;
-Arie van Steensel, Edelen in Zeeland: macht, rijkdom en status in een laatmiddeleeuwse samenleving (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23273</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23273"/>
		<updated>2015-09-01T11:57:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (Het leven van Maurits Lijnslager) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in De ondergang van Reimerswaal (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman Heer Adriaan van Lodijke (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de Nederlandse Volksverhalenbank (www.verhalenbank.nl) als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Frederik Buylaert, Repertorium van de Vlaamse adel (ca. 1350-ca. 1500)  (Gent 2011).&lt;br /&gt;
[[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/detail/Frederik-Buylaert/Repertorium-van-de-Vlaamse-adel-(ca-1350-ca/Boek/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/339177136&lt;br /&gt;
]]- C. Dekker, Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen (Assen 1971).&lt;br /&gt;
http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/detail/C-Dekker/Zuid-Beveland-de-historische-geografie-en-de/Boek/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/822250683&lt;br /&gt;
- C. Dekker, ‘Tussen twee vloeden. De strijd tegen het water in Zeeland bewesten Schelde tussen 1530 en 1532’, Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden dl. 103, afl. 4, 1988, 607-621.&lt;br /&gt;
http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/detail/Bijdragen-en-mededelingen-betreffende-de/periodiek/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/821052071&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23272</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23272"/>
		<updated>2015-09-01T11:56:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (Het leven van Maurits Lijnslager) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in De ondergang van Reimerswaal (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman Heer Adriaan van Lodijke (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de Nederlandse Volksverhalenbank (www.verhalenbank.nl) als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- [http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/detail/Frederik-Buylaert/Repertorium-van-de-Vlaamse-adel-(ca-1350-ca/Boek/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/339177136]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23271</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23271"/>
		<updated>2015-09-01T11:52:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (Het leven van Maurits Lijnslager) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in De ondergang van Reimerswaal (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman Heer Adriaan van Lodijke (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de Nederlandse Volksverhalenbank (www.verhalenbank.nl) als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheek.nl/detail/Frederik-Buylaert/Repertorium-van-de-Vlaamse-adel-(ca-1350-ca/Boek/?itemid=|universal/sru|http://data.bibliotheek.nl/ggc/ppn/339177136]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23270</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23270"/>
		<updated>2015-09-01T11:50:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Fictie en sagenschat ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal leefde al of niet sterk verbasterd voort in de (volks)literatuur en Nederlandse sagenschat. De bekende schrijver Adriaan Loosjes (1761-1818), auteur van de eerste echte historische roman in Nederland (Het leven van Maurits Lijnslager) schreef naar aanleiding van de vloed van 14/15 januari 1808 een treurspel over de watersnood van 1530: Ewoud van Lodijke of de ondergang der Zeeuwsche stad Romerswaal. Slotheer Ewoud van Lodijke is hier echter een fantasiefiguur, die even trots en halsstarrig is als de historische Adriaan. Ook figureert Adriaan in De ondergang van Reimerswaal (1896) door de Zeeuwse jeugdschrijver Jacob [[Stamperius]]. L. Janse werd door de Februariramp van 1953 geïnspireerd om in het verre verleden te duiken, getuige zijn korte historische streekroman Heer Adriaan van Lodijke (1954), een boek van orthodox-reformatorische signatuur. In dit boek is heer Adriaan getrouwd met de zeer katholieke Machteld, een fantasiefiguur. Door toedoen van sagenverzamelaar Jacques Sinninghe belandden de puur historische gebeurtenissen rondom Adriaan van Reimerswaal en de Sint-Felixvloed in het Zeeuwsch Sagenboek (1933) en vervolgens in de Nederlandse Volksverhalenbank (www.verhalenbank.nl) als voorbeeld van het verhaaltype SINSAG 117, ‘Kleine Ursache, grosse Wirkung’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23269</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23269"/>
		<updated>2015-09-01T11:47:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Mishandeling en omkoping ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23268</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=23268"/>
		<updated>2015-09-01T11:45:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Reimerswaal 1480-Bergen op Zoom 6 mei 1534). Beruchte telg uit het geslacht van [[Reimerswaal, Heren van]]. Zoon van Nicolaas (Klaas) van Reymerswale en Anna Claasdochter van den Sickele/Anna van der Zickele. Was gehuwd met Johanna van Glymes, overleden zaterdag 16 maart 1532. Johanna was een dochter van Jacob van Glymes-Bergen, heer van Grimbergen, en Elisabeth van Boshuizen. Zijn schoonvader was een neef van de heer van Bergen op Zoom. &lt;br /&gt;
Adriaan van Reimerswaal was heer van [[Lodijke]], dijkgraaf van de [[Brede Watering Beoosten Yerseke]] (Oostwatering) en baljuw van [[Reimerswaal]]. In al deze hoedanigheden verwierf hij een zeer negatieve reputatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omstreeks 1515 intimideerde Adriaan het grootste deel van de Reimerswaalse magistraat. Hij had als dijkgraaf grote schulden aan de Watering en werd daarvoor gedaagd voor de Grote Raad van Mechelen. Bedreiging, aanranding, mishandeling en omkopingspogingen (bij voorkeur tijdens de mis) waren de middelen van Adriaan, zijn bastaardbroer Cornelis, zijn neef Govert en andere handlangers. Adriaan had de gewoonte om, begeleid door gewapende knechten, door de stad te lopen met broodmessen aan zijn gordel, terwijl achter hem aan een groot slagzwaard werd gedragen, zodat ‘up die tijdt niemende van den ghelande ende geërfde van der Oistwateringhe hem up strate en dorrten vinden van vreesen moghen gesleghen te zijne’. Doelwitten van Adriaans gramschap waren onder anderen schepen mr. Jan Hendriksz, schepen en oud-baljuw Martin Baeck en Pieter Govert, vertegenwoordiger der ingelanden. De laatste werd bedreigd door Cornelis met de woorden dat deze hem met een ‘cleerbesem’, een groot slagzwaard, zou ‘cappen gelijck vlees ter banck in duysent sticken’. Het gerechtelijk onderzoek leidde niet tot vervolging, maar leden van de familie van Reimerswaal oefenden na 1518 geen ambten meer uit in Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 zo’n desastreus gevolg voor oostelijk Zuid-Beveland zou hebben, was ook mede te wijten aan Adriaan van Reimerswaal. De vloed sloeg hier gaten in de dijk bij [[Kreke]] en Vijfhuizen en één bij Lodijke. Dit kleinere gat bij Lodijke was aanvankelijk goed te dichten. Twee bronnen, onder andere waterbouwkundige Andries [[Vierlingh]], melden echter onafhankelijk van elkaar de tegenwerking van Adriaan van Reimerswaal, die meende dat het gat hem een natuurlijke haven bij zijn kasteel te Lodijke zou uitschuren. Het gat werd dus niet gedicht, met rampzalig gevolg. Na drie dagen was het al tot honderd voet uitgeschuurd, en veertig voet diep. ‘Het havenken schuerde zoo dat mijnen heere van Lodijcke alle zijn schoon goet verloos,’ aldus Vierlingh. Niettemin werd Adriaan, wegens zijn goede connecties met Brussel, benoemd tot één van de regeringscommissarissen die toezicht moesten houden op de herdijking van Beoosten Yerseke. Toch moest de ooit vermogendste ambachtsheer uit de omgeving als gevolg van zijn rampzalige beslissing in 1530 uitwijken naar Bergen op Zoom, waar hij in 1534 overleed. Adriaan wordt in 1535 nog vermeld als leenhouder van de Burg van Brugge, waarbij hij in zijn leenbezit is opgevolgd door ‘mer Clais van Rumerswalen, ruddere, zijn zone’. Zijn grafmonument bevindt zich in de Gertrudiskerk in Bergen op Zoom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=22777</id>
		<title>Adriaan van Reimerswaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Adriaan_van_Reimerswaal&amp;diff=22777"/>
		<updated>2015-08-11T12:22:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Reimerswaal, Adriaan van&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
is in bewerking&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Auteur ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers, 2014&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Literatuur ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:persoon]]&lt;br /&gt;
[[category:Zeeuwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=22776</id>
		<title>Allerzielenvloed 1532</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=22776"/>
		<updated>2015-08-11T12:02:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Allerzielenvloed 1532&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stormvloed op 2 november 1532, die in Zeeland het overgrote deel van de herstelwerkzaamheden na de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 wegvaagde. Als gevolg van beide vloeden bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige [[Verdronken land van Zuid-Beveland]]. De parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, verdronken nu ook; alle drie verdwenen definitief door de Pontiaansvloed in 1552. De stad [[Reimerswaal]] werd pas in 1631 door zijn laatste inwoners verlaten.&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de vloed van 1530 trof die van 1532 ook Holland ten noorden van de Zuid-Hollandse eilanden en de westelijke en zuidelijke Zuiderzeekust in aanzienlijke mate. Ook een deel van Texel en de Friese westkust werd getroffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Allerzielenvloed 1532.jpg|thumb|right|488x545px|Kaart van de getroffen gebieden in 1532 (M.K.E. Gottschalk 1975).]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 475-499.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:stormrampen en inundaties]]&lt;br /&gt;
[[category:waterstaat]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=22775</id>
		<title>Allerzielenvloed 1532</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=22775"/>
		<updated>2015-08-11T12:01:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Allerzielenvloed 1532&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:allerzielenvloed1532.jpg|thumb|300px|right|M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958) 476]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 2 november 1532, die in Zeeland het overgrote deel van de herstelwerkzaamheden na de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 wegvaagde. Als gevolg van beide vloeden bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige [[Verdronken land van Zuid-Beveland]]. De parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, verdronken nu ook; alle drie verdwenen definitief door de Pontiaansvloed in 1552. De stad [[Reimerswaal]] werd pas in 1631 door zijn laatste inwoners verlaten.&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de vloed van 1530 trof die van 1532 ook Holland ten noorden van de Zuid-Hollandse eilanden en de westelijke en zuidelijke Zuiderzeekust in aanzienlijke mate. Ook een deel van Texel en de Friese westkust werd getroffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Allerzielenvloed 1532.jpg|thumb|right|488x545px|Kaart van de getroffen gebieden in 1532 (M.K.E. Gottschalk 1975).]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 475-499.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:stormrampen en inundaties]]&lt;br /&gt;
[[category:waterstaat]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Allerzielenvloed_1532.jpg&amp;diff=22774</id>
		<title>Bestand:Allerzielenvloed 1532.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Allerzielenvloed_1532.jpg&amp;diff=22774"/>
		<updated>2015-08-11T12:00:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=22773</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=22773"/>
		<updated>2015-08-11T11:55:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach, Sint Felixvloed)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432.]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sint-Felixvloed.jpg|thumb|right|488x545px|Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk 1975).]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Sint-Felixvloed.jpg&amp;diff=22772</id>
		<title>Bestand:Sint-Felixvloed.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Sint-Felixvloed.jpg&amp;diff=22772"/>
		<updated>2015-08-11T11:53:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=14105</id>
		<title>Allerzielenvloed 1532</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=14105"/>
		<updated>2014-11-10T14:51:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Allerzielenvloed 1532&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:allerzielenvloed1532.jpg|thumb|300px|right|M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958) 476]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 2 november 1532, die in Zeeland het overgrote deel van de herstelwerkzaamheden na de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 wegvaagde. Als gevolg van beide vloeden bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige [[Verdronken land van Zuid-Beveland]]. De parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, verdronken nu ook; alle drie verdwenen definitief door de Pontiaansvloed in 1552. De stad [[Reimerswaal]] werd pas in 1631 door zijn laatste inwoners verlaten.&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de vloed van 1530 trof die van 1532 ook Holland ten noorden van de Zuid-Hollandse eilanden en de westelijke en zuidelijke Zuiderzeekust in aanzienlijke mate. Ook een deel van Texel en de Friese westkust werd getroffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 475-499.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:stormrampen en inundaties]]&lt;br /&gt;
[[category:waterstaat]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Allerzielenvloed1532.jpg&amp;diff=14104</id>
		<title>Bestand:Allerzielenvloed1532.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Allerzielenvloed1532.jpg&amp;diff=14104"/>
		<updated>2014-11-10T14:49:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=14103</id>
		<title>Allerzielenvloed 1532</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=14103"/>
		<updated>2014-11-10T14:43:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Allerzielenvloed 1532&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:allerheiligenvloed1532.jpg|thumb|300px|right|M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958) 476]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 2 november 1532, die in Zeeland het overgrote deel van de herstelwerkzaamheden na de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 wegvaagde. Als gevolg van beide vloeden bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige [[Verdronken land van Zuid-Beveland]]. De parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, verdronken nu ook; alle drie verdwenen definitief door de Pontiaansvloed in 1552. De stad [[Reimerswaal]] werd pas in 1631 door zijn laatste inwoners verlaten.&lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de vloed van 1530 trof die van 1532 ook Holland ten noorden van de Zuid-Hollandse eilanden en de westelijke en zuidelijke Zuiderzeekust in aanzienlijke mate. Ook een deel van Texel en de Friese westkust werd getroffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 475-499.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:stormrampen en inundaties]]&lt;br /&gt;
[[category:waterstaat]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14102</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14102"/>
		<updated>2014-11-10T14:40:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[File:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg|frame|488x545px|Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk 1975).]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14101</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14101"/>
		<updated>2014-11-10T14:40:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[File:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg|frame|488x545px|Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk)]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14100</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14100"/>
		<updated>2014-11-10T14:39:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[File:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg|frame|488x545px|Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14099</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14099"/>
		<updated>2014-11-10T14:33:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[File:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg|frame|caption]]&lt;br /&gt;
Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14098</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14098"/>
		<updated>2014-11-10T14:31:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[File:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg|upright|caption]]&lt;br /&gt;
Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14097</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=14097"/>
		<updated>2014-11-10T14:26:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Bestand:felixvloed.jpg|right|thumb|300px|M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432]]&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[File:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg|upright|Kaart van de getroffen gebieden in 1530 (M.K.E. Gottschalk)]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Varia ==&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== AUTEUR ==&lt;br /&gt;
-Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== LITERATUUR ==&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647 Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973 M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958).]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236 M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071 Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Water &amp;amp; energie]]&lt;br /&gt;
[[category:Stormvloeden en inundaties]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Gottschalk-2-476_vloed_1532.jpg&amp;diff=14096</id>
		<title>Bestand:Gottschalk-2-476 vloed 1532.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Gottschalk-2-476_vloed_1532.jpg&amp;diff=14096"/>
		<updated>2014-11-10T14:11:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Gottschalk-2-432_Felixvloed.jpg&amp;diff=14095</id>
		<title>Bestand:Gottschalk-2-432 Felixvloed.jpg</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Bestand:Gottschalk-2-432_Felixvloed.jpg&amp;diff=14095"/>
		<updated>2014-11-10T14:10:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Triniteit&amp;diff=14044</id>
		<title>Triniteit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Triniteit&amp;diff=14044"/>
		<updated>2014-10-30T14:10:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Triniteit&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Voormalige polder en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Het dorp lag in het ambacht [[Zaamslag]] en is in 1339 in de bedijkte schorren ten westen van [[Othene]] gesticht; het is nu overbouwd door de gelijknamige stadswijk van Terneuzen. Kerk en kerkhof van Triniteit lagen even ten zuiden van het vroegere Terneuzen, in het noordwesten van de huidige [[Zuidpolder]]. De parochie ontstond op initiatief van Maria van Artois, weduwe van graaf Jan van Namen. Blijkens stukken van 19 sept. 1336 wendde zij zich met dit doel tot Jan van Diest, bisschop van Utrecht. Zij beloofde dat drie vierden van de tienden voor de pastoor en één vierde voor een aldaar te stichten hospitaal zou zijn. Haar zoon, Willem van Namen, liet op 14 mei 1339 weten dat de betreffende polder was bedijkt en dat hij de kerk drie vierendelen grond wilde schenken. Het pastoorsrecht wilde hij voor zichzelf, voor zijn erven en voor zijn opvolgers behouden. De officiaal van het bisdom Utrecht willigde het verzoek op 8 nov. 1339 in. Mits Maria in de nodige begiftiging van de kerk zou hebben voorzien, zou een bisschop deze inwijden. De inwijding van kerk en kerkhof vond plaats op St.-Agnesdag (21 jan.) 1340, door de wijbisschop, plaatsvervanger van de bisschop van Utrecht, met als bijzonder geschenk, dat al wie deze kerk zou bezoeken en met devotie rond het kerkhof zou gaan, aan deze kerk en haar kerkfabriek zijn aalmoezen zou hebben geschonken en aldaar zijn gebeden zou hebben uitgestort, mocht rekenen op 40 dagen aflaat. De eerste pastoor, gepresenteerd door de patrones Maria van Namen, was Johannes, zoon van Boudewijn (Jan Bouwinsz). Blijkens het beroepen van Lieve Coenen als predikant tijdens de classis te Beoostenblij op 1 aug. 1580, bestond de kerk toen nog. Het dorp had ook een gasthuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1574 verwoestten Vlissingse en Middelburgse Watergeuzen de parochie Triniteit, evenals [[Axel]], Othene, [[Willemskerke]] en Zaamslag. De bewoners werden definitief verjaagd door de militaire inundaties van 1584/85. Het dorp hield op te bestaan als zelfstandig dorp, maar de begraafplaats bleef in gebruik tot 1850. Al snel (1586 en na nieuwe inundatie 1589) kwam hier de Zuidpolder tot stand. De Visscher-Romankaart uit 1655, deels gebaseerd op verouderde gegevens, toont nog de Triniteitpolder; op de kaart van Tirion (1747) valt het gebied van de voormalige polder binnen de Zuidpolder. Omstreeks 1968 zijn resten van de Triniteitskerk onderzocht door de Terneuzense geschiedenisleraar Van Voornveld met scholieren. Er waren destijds vele skeletten gevonden bij de bouw van een garagebedrijf met tankstation. Deze zijn later weer gesloopt en op de locatie zijn kantoorvilla’s gebouwd. Nog in 2000 zijn bij de uitbreiding van een school fundamenten gevonden en door sloop vernietigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Voormalig fort bij Terneuzen, in 1584 door de Spanjaarden opgeworpen. Lag ten zuidoosten van de Staatse [Moffenschans].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
K.J.J. Brand, Fortificaties in Oost Zeeuws-Vlaanderen.&lt;br /&gt;
J .H. van Dale, Oorkonden Triniteit kerk te Neuzen.&lt;br /&gt;
Van Empel en Pieters, Zeeland.&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Tot de Elisabethsvloed van 1404 (2e dr., Dieren 1983); id., Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Van het begin der 15e eeuw tot de inundaties tijdens de tachtigjarige oorlog (Assen, 1955-1958).&lt;br /&gt;
[[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255386]]&lt;br /&gt;
H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen.   &lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) 40-49 (nr. 81), 82, 84.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
Visscher-Romankaart van Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Voormalige polder en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Kerk en kerkhof van Triniteit lagen even ten zuiden van het vroegere Terneuzen, in het noordwesten van de huidige [[Zuidpolder]]. De parochie ontstond op initiatief van Maria van Artois, weduwe van graaf Jan van Namen. Blijkens stukken van 19 sept. 1336 wendde zij zich met dit doel tot Jan van Diest, bisschop van Utrecht. Zij beloofde dat drie vierden van de tienden voor de pastoor en één vierde voor een aldaar te stichten hospitaal zou zijn. Haar zoon, Willem van Namen, liet op 14 mei 1339 weten dat de betreffende polder was bedijkt en dat hij de kerk drie vierendelen grond wilde schenken. Het pastoorsrecht wilde hij voor zichzelf, voor zijn erven en voor zijn opvolgers behouden. De officiaal van het bisdom Utrecht willigde het verzoek op 8 nov. 1339 in. Mits Maria in de nodige begiftiging van de kerk zou hebben voorzien, zou een bisschop deze inwijden. De inwijding van kerk en kerkhof vond plaats op St.-Agnesdag (21 jan.) 1340, door de wijbisschop, plaatsvervanger van de bisschop van Utrecht, met als bijzonder geschenk, dat al wie deze kerk zou bezoeken en met devotie rond het kerkhof zou gaan, aan deze kerk en haar kerkfabriek zijn aalmoezen zou hebben geschonken en aldaar zijn gebeden zou hebben uitgestort, mocht rekenen op 40 dagen aflaat. De eerste pastoor, gepresenteerd door de patrones Maria van Namen, was Johannes, zoon van Boudewijn (Jan Bouwinsz). Blijkens het beroepen van Lieve Coenen als predikant tijdens de classis te Beoostenblij op 1 aug. 1580, bestond de kerk toen nog. Ook deze omgeving werd getroffen door de militaire inundaties van 1584/85. Op de Visscher-Romankaart van ca. 1655 is de Triniteitpolder nog afgebeeld; op de kaart van Tirion (1747) valt het gebied van de voormalige polder binnen de Zuidpolder. 2. Voormalig fort bij Terneuzen, in 1584 door de Spanjaarden opgeworpen. Lag ten zuidoosten van de Staatse [[Moffenschans]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
J .H. van Dale, Oorkonden Triniteit kerk te Neuzen. H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. K.J.J. Brand, Fortificaties in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Van Empel en Pieters, Zeeland. Visscher-Romankaart van Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Bouwkunde]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Krijgskunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Triniteit&amp;diff=14043</id>
		<title>Triniteit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Triniteit&amp;diff=14043"/>
		<updated>2014-10-30T14:08:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Triniteit&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Voormalige polder en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Het dorp lag in het ambacht [[Zaamslag]] en is in 1339 in de bedijkte schorren ten westen van [[Othene]] gesticht; het is nu overbouwd door de gelijknamige stadswijk van Terneuzen. Kerk en kerkhof van Triniteit lagen even ten zuiden van het vroegere Terneuzen, in het noordwesten van de huidige [[Zuidpolder]]. De parochie ontstond op initiatief van Maria van Artois, weduwe van graaf Jan van Namen. Blijkens stukken van 19 sept. 1336 wendde zij zich met dit doel tot Jan van Diest, bisschop van Utrecht. Zij beloofde dat drie vierden van de tienden voor de pastoor en één vierde voor een aldaar te stichten hospitaal zou zijn. Haar zoon, Willem van Namen, liet op 14 mei 1339 weten dat de betreffende polder was bedijkt en dat hij de kerk drie vierendelen grond wilde schenken. Het pastoorsrecht wilde hij voor zichzelf, voor zijn erven en voor zijn opvolgers behouden. De officiaal van het bisdom Utrecht willigde het verzoek op 8 nov. 1339 in. Mits Maria in de nodige begiftiging van de kerk zou hebben voorzien, zou een bisschop deze inwijden. De inwijding van kerk en kerkhof vond plaats op St.-Agnesdag (21 jan.) 1340, door de wijbisschop, plaatsvervanger van de bisschop van Utrecht, met als bijzonder geschenk, dat al wie deze kerk zou bezoeken en met devotie rond het kerkhof zou gaan, aan deze kerk en haar kerkfabriek zijn aalmoezen zou hebben geschonken en aldaar zijn gebeden zou hebben uitgestort, mocht rekenen op 40 dagen aflaat. De eerste pastoor, gepresenteerd door de patrones Maria van Namen, was Johannes, zoon van Boudewijn (Jan Bouwinsz). Blijkens het beroepen van Lieve Coenen als predikant tijdens de classis te Beoostenblij op 1 aug. 1580, bestond de kerk toen nog. Het dorp had ook een gasthuis.&lt;br /&gt;
In 1574 verwoestten Vlissingse en Middelburgse Watergeuzen de parochie Triniteit, evenals [[Axel]], Othene, [[Willemskerke]] en Zaamslag. De bewoners werden definitief verjaagd door de militaire inundaties van 1584/85. Het dorp hield op te bestaan als zelfstandig dorp, maar de begraafplaats bleef in gebruik tot 1850. Al snel (1586 en na nieuwe inundatie 1589) kwam hier de Zuidpolder tot stand. De Visscher-Romankaart uit 1655, deels gebaseerd op verouderde gegevens, toont nog de Triniteitpolder; op de kaart van Tirion (1747) valt het gebied van de voormalige polder binnen de Zuidpolder. Omstreeks 1968 zijn resten van de Triniteitskerk onderzocht door de Terneuzense geschiedenisleraar Van Voornveld met scholieren. Er waren destijds vele skeletten gevonden bij de bouw van een garagebedrijf met tankstation. Deze zijn later weer gesloopt en op de locatie zijn kantoorvilla’s gebouwd. Nog in 2000 zijn bij de uitbreiding van een school fundamenten gevonden en door sloop vernietigd.  &lt;br /&gt;
2. Voormalig fort bij Terneuzen, in 1584 door de Spanjaarden opgeworpen. Lag ten zuidoosten van de Staatse [Moffenschans].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
K.J.J. Brand, Fortificaties in Oost Zeeuws-Vlaanderen.&lt;br /&gt;
J .H. van Dale, Oorkonden Triniteit kerk te Neuzen.&lt;br /&gt;
Van Empel en Pieters, Zeeland.&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Tot de Elisabethsvloed van 1404 (2e dr., Dieren 1983); id., Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Van het begin der 15e eeuw tot de inundaties tijdens de tachtigjarige oorlog (Assen, 1955-1958).&lt;br /&gt;
[[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255386]]&lt;br /&gt;
H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen.   &lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) 40-49 (nr. 81), 82, 84.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
Visscher-Romankaart van Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de Encyclopedie van Zeeland 1982-1984&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Voormalige polder en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Kerk en kerkhof van Triniteit lagen even ten zuiden van het vroegere Terneuzen, in het noordwesten van de huidige [[Zuidpolder]]. De parochie ontstond op initiatief van Maria van Artois, weduwe van graaf Jan van Namen. Blijkens stukken van 19 sept. 1336 wendde zij zich met dit doel tot Jan van Diest, bisschop van Utrecht. Zij beloofde dat drie vierden van de tienden voor de pastoor en één vierde voor een aldaar te stichten hospitaal zou zijn. Haar zoon, Willem van Namen, liet op 14 mei 1339 weten dat de betreffende polder was bedijkt en dat hij de kerk drie vierendelen grond wilde schenken. Het pastoorsrecht wilde hij voor zichzelf, voor zijn erven en voor zijn opvolgers behouden. De officiaal van het bisdom Utrecht willigde het verzoek op 8 nov. 1339 in. Mits Maria in de nodige begiftiging van de kerk zou hebben voorzien, zou een bisschop deze inwijden. De inwijding van kerk en kerkhof vond plaats op St.-Agnesdag (21 jan.) 1340, door de wijbisschop, plaatsvervanger van de bisschop van Utrecht, met als bijzonder geschenk, dat al wie deze kerk zou bezoeken en met devotie rond het kerkhof zou gaan, aan deze kerk en haar kerkfabriek zijn aalmoezen zou hebben geschonken en aldaar zijn gebeden zou hebben uitgestort, mocht rekenen op 40 dagen aflaat. De eerste pastoor, gepresenteerd door de patrones Maria van Namen, was Johannes, zoon van Boudewijn (Jan Bouwinsz). Blijkens het beroepen van Lieve Coenen als predikant tijdens de classis te Beoostenblij op 1 aug. 1580, bestond de kerk toen nog. Ook deze omgeving werd getroffen door de militaire inundaties van 1584/85. Op de Visscher-Romankaart van ca. 1655 is de Triniteitpolder nog afgebeeld; op de kaart van Tirion (1747) valt het gebied van de voormalige polder binnen de Zuidpolder. 2. Voormalig fort bij Terneuzen, in 1584 door de Spanjaarden opgeworpen. Lag ten zuidoosten van de Staatse [[Moffenschans]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
J .H. van Dale, Oorkonden Triniteit kerk te Neuzen. H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. K.J.J. Brand, Fortificaties in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Van Empel en Pieters, Zeeland. Visscher-Romankaart van Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Polder]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Bouwkunde]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Krijgskunde]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Peerboom&amp;diff=14042</id>
		<title>Peerboom</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Peerboom&amp;diff=14042"/>
		<updated>2014-10-30T13:44:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Peerboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Lag in het ambacht van [[Assenede]], in het noorden van de in 1825 in het kader van de kanaalwerken tot stand gekomen [[Nieuw-Papeschorpolder]] en ten zuiden kan het huidige [[Sluiskil]]. Als parochie vermeld in 1250. De kerk behoorde aan het kapittel van St.-Salvator te Utrecht. Reeds in 1240 had de abdij van Ter Duinen hier de uithof Lepe, als onderdeel van Zande. Aan deze uithof was een hospitaal verbonden. Van 1263 tot 1275 zijn de gronden van Lepe ingepolderd, op voorwaarde dat de helft aan Ter Duinen zou komen en de helft aan de Vlaamse gravin. Deze laatste maakte echter in 1273 aanspraak op alle goederen. Peerboom verdween in 1488 onder water, in de eerste plaats door de inundaties tijdens de oorlog die Maximiliaan van Oostenrijk in deze streek voerde en vervolgens door de stormvloed van 1493. De naam leefde voort als naam van een schor ten noordwesten van [[Axel]], tussen de Schorre van Zevenaar en Koe Gors (latere poldernamen), en grenzend aan Axelse Gat/Souterick; het Soute Spuij liep erlangs.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger; bew. Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Fruijtier, Hontenisse. &lt;br /&gt;
Gottschalk, De Middeleeuwse Braakman.&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Tot de Elisabethsvloed van 1404 (2e dr., Dieren 1983); id., Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Van het begin der 15e eeuw tot de inundaties tijdens de tachtigjarige oorlog (Assen, 1955-1958).&lt;br /&gt;
[[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255386]]&lt;br /&gt;
Grijpink, Register op de parochiën. &lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) 40-49 nr. 83.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst in de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Lag in het ambacht van Assenede, in het noorden van de in 1815 ingedijkte [[Nieuw]]-Papeschorpolder en ten zuiden kan het huidige Sluiskil. Als parochie vermeld in 1250. De kerk behoorde aan het kapittel van St.-Salvator te Utrecht. Reeds in 1240 had de abdij van Ter Duinen hier de uithof Lepe, als onderdeel van Zande. Aan deze uithof was een hospitaal verbonden. Van 1263 tot 1275 zijn de gronden van Lepe ingepolderd, op voorwaarde dat de helft aan Ter Duinen zou komen en de helft aan de Vlaamse gravin. Deze laatste maakte echter in 1273 aanspraak op alle goederen. Peerboom verdween in 1488 onder water, in de eerste plaats door de inundaties tijdens de oorlog die Maximiliaan van Oostenrijk in deze streek voerde en vervolgens door de stormvloed van 1493.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Fruijtier, Hontenisse. Grijpink, Register op de parochiën. Gottschalk, De Middeleeuwse Braakman. S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Terneuzen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Peerboom&amp;diff=14041</id>
		<title>Peerboom</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Peerboom&amp;diff=14041"/>
		<updated>2014-10-30T13:42:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Peerboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Lag in het ambacht van [Assenede], in het noorden van de in 1825 in het kader van de kanaalwerken tot stand gekomen [Nieuw-Papeschorpolder] en ten zuiden kan het huidige [Sluiskil]. Als parochie vermeld in 1250. De kerk behoorde aan het kapittel van St.-Salvator te Utrecht. Reeds in 1240 had de abdij van Ter Duinen hier de uithof Lepe, als onderdeel van Zande. Aan deze uithof was een hospitaal verbonden. Van 1263 tot 1275 zijn de gronden van Lepe ingepolderd, op voorwaarde dat de helft aan Ter Duinen zou komen en de helft aan de Vlaamse gravin. Deze laatste maakte echter in 1273 aanspraak op alle goederen. Peerboom verdween in 1488 onder water, in de eerste plaats door de inundaties tijdens de oorlog die Maximiliaan van Oostenrijk in deze streek voerde en vervolgens door de stormvloed van 1493. De naam leefde voort als naam van een schor ten noordwesten van [Axel], tussen de Schorre van Zevenaar en Koe Gors (latere poldernamen), en grenzend aan Axelse Gat/Souterick; het Soute Spuij liep erlangs.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger; bew. Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Fruijtier, Hontenisse. &lt;br /&gt;
Gottschalk, De Middeleeuwse Braakman.&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Tot de Elisabethsvloed van 1404 (2e dr., Dieren 1983); id., Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. Van het begin der 15e eeuw tot de inundaties tijdens de tachtigjarige oorlog (Assen, 1955-1958).&lt;br /&gt;
[[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|255386]]&lt;br /&gt;
Grijpink, Register op de parochiën. &lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) 40-49 nr. 83.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst in de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp en parochie in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Lag in het ambacht van Assenede, in het noorden van de in 1815 ingedijkte [[Nieuw]]-Papeschorpolder en ten zuiden kan het huidige Sluiskil. Als parochie vermeld in 1250. De kerk behoorde aan het kapittel van St.-Salvator te Utrecht. Reeds in 1240 had de abdij van Ter Duinen hier de uithof Lepe, als onderdeel van Zande. Aan deze uithof was een hospitaal verbonden. Van 1263 tot 1275 zijn de gronden van Lepe ingepolderd, op voorwaarde dat de helft aan Ter Duinen zou komen en de helft aan de Vlaamse gravin. Deze laatste maakte echter in 1273 aanspraak op alle goederen. Peerboom verdween in 1488 onder water, in de eerste plaats door de inundaties tijdens de oorlog die Maximiliaan van Oostenrijk in deze streek voerde en vervolgens door de stormvloed van 1493.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Fruijtier, Hontenisse. Grijpink, Register op de parochiën. Gottschalk, De Middeleeuwse Braakman. S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Terneuzen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Hamerstede&amp;diff=14040</id>
		<title>Oud-Hamerstede</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Hamerstede&amp;diff=14040"/>
		<updated>2014-10-30T13:29:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: /* Jan J.B. Kuipers */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Verdronken dorp beoosten [Wijtvliet] op Noord-Beveland. Het vormde met [Edekinge] één parochie.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Wapen&#039;&#039;&#039;: Dit komt voor op de wapenkaart van Smallegange. Het is een sprekend wapen: een strijdhamer. Het geslacht Van Hamerstede voerde in het familiewapen als eerste en vierde kwartier drie gouden ruiten op zwart.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Geschiedenis&#039;&#039;&#039;: De kerk van Oud-Hamerstede is al in 1304 buitengedijkt. Kerk en dorp zijn landinwaarts verplaatst; het dorp heette vervolgens Nieuw-Hamerstede of [Edekinge] (verdronken 1530/1532). Vondsten van Oud-Hamerstede dateren deels al uit de negende eeuw, terwijl in de omgeving zelfs een inheems-Romeinse nederzetting (boerderij) is aangetroffen. De site van Oud-Hamerstede, buitendijks gelegen ten noorden van het haventje van Kats, heeft veel te lijden gehad van aantasting door de Japanse oester. Dit diertje werd in de Oosterschelde geïntroduceerd na de strenge winter van 1962/1963, die voor de stand van de inheemse oester desastreus was. Vooral ten gevolge van deze aantasting is het verdronken dorp Oud-Hamerstede afgevoerd van de Archeologische Monumentenkaart AMK.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Grijpink, register op de parochiën.&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 29.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[N.B. Dit lemma vervangt het oude, nog niet gedigitaliseerde lemma Hamerstee, Oud]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Hamerstede&amp;diff=14039</id>
		<title>Oud-Hamerstede</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oud-Hamerstede&amp;diff=14039"/>
		<updated>2014-10-30T13:29:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Verdronken dorp beoosten [Wijtvliet] op Noord-Beveland. Het vormde met [Edekinge] één parochie. &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Wapen&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;: Dit komt voor op de wapenkaart van Smallegange. Het i...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Verdronken dorp beoosten [Wijtvliet] op Noord-Beveland. Het vormde met [Edekinge] één parochie.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Wapen&#039;&#039;&#039;: Dit komt voor op de wapenkaart van Smallegange. Het is een sprekend wapen: een strijdhamer. Het geslacht Van Hamerstede voerde in het familiewapen als eerste en vierde kwartier drie gouden ruiten op zwart.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Geschiedenis&#039;&#039;&#039;: De kerk van Oud-Hamerstede is al in 1304 buitengedijkt. Kerk en dorp zijn landinwaarts verplaatst; het dorp heette vervolgens Nieuw-Hamerstede of [Edekinge] (verdronken 1530/1532). Vondsten van Oud-Hamerstede dateren deels al uit de negende eeuw, terwijl in de omgeving zelfs een inheems-Romeinse nederzetting (boerderij) is aangetroffen. De site van Oud-Hamerstede, buitendijks gelegen ten noorden van het haventje van Kats, heeft veel te lijden gehad van aantasting door de Japanse oester. Dit diertje werd in de Oosterschelde geïntroduceerd na de strenge winter van 1962/1963, die voor de stand van de inheemse oester desastreus was. Vooral ten gevolge van deze aantasting is het verdronken dorp Oud-Hamerstede afgevoerd van de Archeologische Monumentenkaart AMK.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= Jan J.B. Kuipers =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
Grijpink, register op de parochiën.&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 29.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[N.B. Dit lemma vervangt het oude, nog niet gedigitaliseerde lemma Hamerstee, Oud]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Othene&amp;diff=14038</id>
		<title>Othene</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Othene&amp;diff=14038"/>
		<updated>2014-10-30T13:09:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Othene&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Ottenee, Otene, Noten, Notene). Buurtschap binnen de voormalige gemeente [Zaamslag], sedert 1 april 1970 gemeente [Terneuzen], gelegen ten oosten van de [Othenesche] Kreek in de [Zaamslagpolder], Oost Zeeuws-Vlaanderen. Reeds in 1160 wordt een kapel te Othene genoemd. Het eerste lid van de naam Othene is de genitief van de persoonsnaam Ow. In 1297 als parochie vermeld. Omvatte het noordwestelijk deel van Zaamslag. Behoorde tot het administratieve district van de Polder van [Namen], evenals het later ingepolderde [Triniteit]. De abdij van Baudeloo heeft er bezittingen gehad. In 1586 is Othene ten onder gegaan als gevolg van de militaire inundaties gedurende de Tachtigjarige Oorlog. Al in 1574 verwoestten Vlissingse en Middelburgse Watergeuzen [Triniteit], evenals [Axel], Othene, [Willemskerke] en Zaamslag. In 1584 stak men de zeedijken langs de Honte bij [Saeftinghe], Othene en Campen door. Nadat in 1586 ook het gebied rondom Axel onder water was gezet, konden de bewoners van deze streek niet meer terugkeren. Na herdijking is Othene bij Zaamslag gevoegd. Van het in 1586 geïnundeerde Othene zijn op diverse locaties archeologische vondsten en sporen bekend. In 2008 zijn bijvoorbeeld bij graafwerk voor een waterpartij in het Terneuzense uitbreidingsplan Othene-Zuid bewoningssporen en vondsten uit de veertiende eeuw tevoorschijn gekomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger; bew./aanvulling Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. Platteeuw, Zaamslag. Gysseling, Toponymie Zeeuws-Vlaanderen, 26.&lt;br /&gt;
Hans Jongepier, ‘Bewoningssporen veertiende eeuw in Othene-Zuid’, in: Zeeuws Erfgoed 2008 nr. 2.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1454345]&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 80.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. Grijpink, Register op de parochiën. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Ottenee, Otene, Noten, Notene). Buurtschap binnen de voormalige gemeente Zaamslag, sedert 1 april 1970 gemeente Terneuzen, gelegen ten oosten van de [[Othenesche]] Kreek in de [[Zaamslagpolder]], Oost Zeeuws-Vlaanderen. Reeds in 1160 wordt een kapel te Othene genoemd. In 1297 als parochie vermeld. Om vatte het noordwestelijk deel van Zaamslag. Behoorde tot het administratieve district van de Polder van Namen, evenals het later ingepolderde Triniteit. In 1586 is Othene ten onder gegaan. Na herdijking bij Zaamslag gevoegd. De abdij van Baudeloo heeft er bezittingen gehad. Het eerste lid van de naam Othene is de genitief van de persoonsnaam Ow.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. Grijpink, Register op de parochiën. H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. Platteeuw, Zaamslag. Gysseling, Toponymie Zeeuws-Vlaanderen, 26.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Terneuzen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Othene&amp;diff=14037</id>
		<title>Othene</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Othene&amp;diff=14037"/>
		<updated>2014-10-30T13:08:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Othene&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Ottenee, Otene, Noten, Notene). Buurtschap binnen de voormalige gemeente [Zaamslag], sedert 1 april 1970 gemeente [Terneuzen], gelegen ten oosten van de [Othenesche] Kreek in de [Zaamslagpolder], Oost Zeeuws-Vlaanderen. Reeds in 1160 wordt een kapel te Othene genoemd. Het eerste lid van de naam Othene is de genitief van de persoonsnaam Ow. In 1297 als parochie vermeld. Omvatte het noordwestelijk deel van Zaamslag. Behoorde tot het administratieve district van de Polder van Namen, evenals het later ingepolderde [Triniteit]. De abdij van Baudeloo heeft er bezittingen gehad. In 1586 is Othene ten onder gegaan als gevolg van de militaire inundaties gedurende de Tachtigjarige Oorlog. Al in 1574 verwoestten Vlissingse en Middelburgse Watergeuzen [Triniteit], evenals [Axel], Othene, [Willemskerke] en Zaamslag. In 1584 stak men de zeedijken langs de Honte bij [Saeftinghe], Othene en Campen door. Nadat in 1586 ook het gebied rondom Axel onder water was gezet, konden de bewoners van deze streek niet meer terugkeren. Na herdijking is Othene bij Zaamslag gevoegd. Van het in 1586 geïnundeerde Othene zijn op diverse locaties archeologische vondsten en sporen bekend. In 2008 zijn bijvoorbeeld bij graafwerk voor een waterpartij in het Terneuzense uitbreidingsplan Othene-Zuid bewoningssporen en vondsten uit de veertiende eeuw tevoorschijn gekomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger; bew./aanvulling Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. Platteeuw, Zaamslag. Gysseling, Toponymie Zeeuws-Vlaanderen, 26.&lt;br /&gt;
Hans Jongepier, ‘Bewoningssporen veertiende eeuw in Othene-Zuid’, in: Zeeuws Erfgoed 2008 nr. 2.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1454345]&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 80.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. Grijpink, Register op de parochiën. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Ottenee, Otene, Noten, Notene). Buurtschap binnen de voormalige gemeente Zaamslag, sedert 1 april 1970 gemeente Terneuzen, gelegen ten oosten van de [[Othenesche]] Kreek in de [[Zaamslagpolder]], Oost Zeeuws-Vlaanderen. Reeds in 1160 wordt een kapel te Othene genoemd. In 1297 als parochie vermeld. Om vatte het noordwestelijk deel van Zaamslag. Behoorde tot het administratieve district van de Polder van Namen, evenals het later ingepolderde Triniteit. In 1586 is Othene ten onder gegaan. Na herdijking bij Zaamslag gevoegd. De abdij van Baudeloo heeft er bezittingen gehad. Het eerste lid van de naam Othene is de genitief van de persoonsnaam Ow.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. Grijpink, Register op de parochiën. H.Q. Janssen, Kerkhervorming in Vlaanderen. Platteeuw, Zaamslag. Gysseling, Toponymie Zeeuws-Vlaanderen, 26.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Terneuzen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Monster&amp;diff=14036</id>
		<title>Monster</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Monster&amp;diff=14036"/>
		<updated>2014-10-30T13:02:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Monster (monstre)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdwenen dorp en parochie op het voormalig eiland [Borssele], Zuid-Beveland. De kerk, een dochter van de Westmonster te Middelburg en eigendom van het kapittel van St.-Pieter te Utrecht, was gewijd aan St.-Pieter. In de kerk was een vicarie ter ere van de H. Maagd. Monster wordt genoemd in een oorkonde van 1216 van paus Innocentius III. De kerken van [Vinninge] en [Ellewoutsdijk] waren vroege dochterkerken van Monster. De naam Monster is afgeleid van Monasterium, klooster. Er was een gasthuis. De parochie is verdronken in 1530/1532. Na de herdijking van het land van Borssele in 1616 werd, ongeveer op de plaats van het vroegere Monster, het huidige Borssele gebouwd. Van het oude dorp zijn diverse sporen aangetroffen; het meest in het oog springende restant van Monster is de Berg van Troje, waar ooit het mottekasteeel (en stamslot) stond van de heren van Borssele.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger; bew. Jan J.B. Kuipers (2014)=&lt;br /&gt;
= LITERATUUR=&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. &lt;br /&gt;
Van Heel, Na 500 jaar weer terecht.&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 40.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
Ovaa, Bodem en bewoning van Borssele&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de oude Encyclopedie vsn Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdwenen dorp en parochie op het voormalig eiland [[Borssele]], Zuid-Beveland. De kerk, een dochter van de Westmonster te Middelburg en eigendom van het kapittel van St.-Pieter te Utrecht, was gewijd aan St.-Pieter. In de kerk was een vicarie ter ere van de H. Maagd. Monster wordt genoemd in een oorkonde van 1216 van paus Innocentius III. De kerken van Vinninge en Ellewoutsdijk waren vroege dochterkerken van Monster. De naam Monster is afgeleid van Monasterium, klooster. Er was een gasthuis. De parochie is verdronken in 1530/1532. Na de herdijking van het land van [[Borssele]] in 1616 werd, ongeveer op de plaats van het vroegere Monster, het huidige Borssele gebouwd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Van Heel, Na 500 jaar weer terecht. Ovaa, Bodem en bewoning van Borssele.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuwvliet&amp;diff=13770</id>
		<title>Nieuwvliet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuwvliet&amp;diff=13770"/>
		<updated>2014-10-22T09:06:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Nieuwvliet&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dorp binnen de gemeente Oostburg in West Zeeuws Vlaanderen; 284 inw. (1980). Vóór 1 april 1970 een zelfstandige gemeente. Middelen van bestaan: landbouw en toerisme (o.a. veel campings in de nabijheid van de Noordzeekust). Wapen: Het oude heerlijkheidswapen werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. Het drietal manen verbeeldt de vroegere drie heerlijkheden: St.-Pieter, Nieuwvliet en Mettenije. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kermis op de tweede pinksterdag en dinsdag d. a. v. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Monumenten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het kerkje van Nieuwvliet (n.h.) is een bakstenen zaalkerkje van vijf traveeën, gebouwd in 1658/59 ter vervanging van een oudere kerk, die in de Spaanse tijd geheel werd vernield. De korenmolen uit ca. 1850 is een ronde, ongetailleerde stenen bovenkruier en grondzeiler. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwvliet ligt aan de kust de Verdronken Zwarte Polder, bestaande uit 62 ha strand, duin en schor. Botanisch en ook wel ornithologisch belangrijk natuurgebied; staatsdomeingrond in beheer bij de Stichting Het Zeeuwse Landschap; voorts uniek recreatiegebied. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Geschiedenis&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kerk was gewijd aan St. Pieter, vandaar nog steeds de naam Sinte Pier als de volksmond over Nieuwvliet spreekt. Het oorspronkelijke Nieuwvliet lag verder noordwestelijk dan het tegenwoordige. Het oude dorp lag aan de Kapelleweg; de kapel aldaar werd in 1527 tot parochiekerk verheven. Aan de stichting van de parochie was de naam van Jan Adornis verbonden, een handelsman uit Brugge, die de bedijking van de St.-Janspolder (ten westen van het huidige dorp) tot stand bracht. De St.-Baafsabdij te Gent had het patronaatsrecht over de parochie. &lt;br /&gt;
Het dorp werd verwoest bij de St.-Felixvloed van 5 november 1530; herstel volgde in 1533. Vermoedelijk is Nieuwvliet in de Tachtigjarige Oorlog ten prooi gevallen aan plundering en brandstichting door soldaten uit Brugge. Na afdamming van het Zwarte Gat in 1602 was opnieuw vestiging mogelijk en ontstond het tegenwoordige dorp Nieuwvliet. Van 1626 af stroomden doopsgezinden uit de Zuidelijke Nederlanden toe. Zij hadden er eerder een vermaanhuis dan de gereformeerden een kerk. Tot 1779 heeft dit huis bestaan. Een arbeidershuis in de Grote St.-Annapolder wordt nog de Mennistenkerk genoemd, ter herinnering aan de gemeente die hier eens bestond. Pas in 1659 werd te Nieuwvliet een gemeente van gereformeerden gesticht; de eerste predikant was J. Eduardi. In Nieuwvliet ligt het begin van de Vrije Evangelische Gemeenten in West Zeeuws-Vlaanderen, initiatief van een jonge boer, Wouter de Smidt. In 1872 werd geïnstitueerd de Chr. Evangelische Gemeente, die zich aansloot bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. &lt;br /&gt;
Overblijfselen van het oude Nieuwvliet zijn in 1996 teruggevonden bij een booronderzoek en waarnemingen in een bouwput aan de Kapelleweg. Men trof mogelijke fundamenten van de Sint-Pieterskerk aan met een aantal begravingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger, S.J.M. Hulsbergen, H.J. Noordewier; aanvulling Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
J H. van Dale, Iets over de stichting van de kerk der hervormden te Nieuwvliet. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Empel en Pieters, Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gottschalk, Historische geografie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Broese van Grounau, Wijlen de gemeente te Nieuwvliet, Doopsgezinde bijdragen 1889/90. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Hullu, Over de oprichting. Zelandia Illustrara. Karelse, Zijn takken over de muur. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Hullu, Toevoegsels op Roos.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 108.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lambert, De molens van de Heerlijkheid Nieuwvliet, Meded. Heemk. Kring W.Z. Vl. nov. 1970, volgnr. 12. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mededelingen Heemk. Kring W.Z. mrt. 1973, nr. I, 21.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Smit, Bronnen tot de geschiedenis van den Nederlandschen Handel met Engeland, Schotland en Ierland I, 441-442, 651. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Sinte Pier). Dorp binnen de gemeente Oostburg in West Zeeuws Vlaanderen; 284 inw. (1980). Vóór 1 april 1970 een zelfstandige gemeente. Middelen van bestaan: landbouw en in toenemende mate toerisme (o.a. veel campings in de nabijheid van de Noordzeekust). Wapen: Het oude heerlijkheidswapen werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. Het drietal manen verbeeldt de vroegere drie heerlijkheden: St.-Pieter, Nieuwvliet en Mettenije. Varia: Kermis op de tweede pinksterdag en dinsdag d. a. v. Monumenten: Het kerkje van Nieuwvliet (n.h.) is een bakstenen zaalkerkje van vijf traveeën, gebouwd in 1658/59 ter vervanging van een oudere kerk, die in de Spaanse tijd geheel werd vernield. De korenmolen uit ca. 1850 is een ronde, ongetailleerde stenen bovenkruier en grondzeiler. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwvliet ligt aan de kust de Verdronken Zwarte Polder, bestaande uit 62 ha strand, duin en schor. Botanisch en ook wel ornithologisch belangrijk natuurgebied; staatsdomeingrond in beheer bij de Stichting Het Zeeuwse Landschap; voorts uniek recreatiegebied. Geschiedenis: De kerk was gewijd aan St. Pieter, vandaar nog steeds de naam Sinte Pier als de volksmond over Nieuwvliet spreekt. Het oude dorp lag aan de Kapelleweg; de kapel aldaar werd voor 1533 tot parochiekerk verheven. Aan de stichting van de parochie was de naam van Jan Adornis verbonden, een handelsman uit Brugge, die de bedijking van de [[St]].-Janspolder (ten westen van het huidige dorp) tot stand bracht. De St.-Baafsabdij te Gent had het patronaatsrecht over de parochie. In de 16e eeuw is het dorp onder water verdwenen. Na afdamming van het Zwarte Gat in 1602 was opnieuw vestiging mogelijk en ontstond het tegenwoordige dorp Nieuwvliet. Van 1626 af stroomden doopsgezinden uit de Zuidelijke Nederlanden toe. Zij hadden er eerder een vermaanhuis dan de gereformeerden een kerk. Tot 1779 heeft dit huis bestaan. Een arbeidershuis in de Grote St.-Annapolder wordt nog de Mennistenkerk genoemd, ter herinnering aan de gemeente die hier eens bestond. Pas in 1659 werd te Nieuwvliet een gemeente van gereformeerden gesticht; de eerste predikant was J. Eduardi. In Nieuwvliet ligt het begin van de Vrije Evangelische Gemeenten in West Zeeuws-Vlaanderen, initiatief van een jonge boer, Wouter de Smidt. In 1872 werd geïnstitueerd de Chr. Evangelische Gemeente, die zich aansloot bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
Overzichtskaart gemeente Nieuwvliet. Het hervormde kerkje van Nieuwvliet. Op het grond gebied van de vroegere gemeente Nieuwvliet ligt de Verdronken Zwarte Polder, een ongerept stuk natuur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Sluis]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuwvliet&amp;diff=13769</id>
		<title>Nieuwvliet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuwvliet&amp;diff=13769"/>
		<updated>2014-10-22T08:54:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Nieuwvliet&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dorp binnen de gemeente Oostburg in West Zeeuws Vlaanderen; 284 inw. (1980). Vóór 1 april 1970 een zelfstandige gemeente. Middelen van bestaan: landbouw en toerisme (o.a. veel campings in de nabijheid van de Noordzeekust). Wapen: Het oude heerlijkheidswapen werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. Het drietal manen verbeeldt de vroegere drie heerlijkheden: St.-Pieter, Nieuwvliet en Mettenije. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kermis op de tweede pinksterdag en dinsdag d. a. v. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Monumenten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het kerkje van Nieuwvliet (n.h.) is een bakstenen zaalkerkje van vijf traveeën, gebouwd in 1658/59 ter vervanging van een oudere kerk, die in de Spaanse tijd geheel werd vernield. De korenmolen uit ca. 1850 is een ronde, ongetailleerde stenen bovenkruier en grondzeiler. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwvliet ligt aan de kust de Verdronken Zwarte Polder, bestaande uit 62 ha strand, duin en schor. Botanisch en ook wel ornithologisch belangrijk natuurgebied; staatsdomeingrond in beheer bij de Stichting Het Zeeuwse Landschap; voorts uniek recreatiegebied. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Geschiedenis&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kerk was gewijd aan St. Pieter, vandaar nog steeds de naam Sinte Pier als de volksmond over Nieuwvliet spreekt. Het oorspronkelijke Nieuwvliet lag verder noordwestelijk dan het tegenwoordige. Het oude dorp lag aan de Kapelleweg; de kapel aldaar werd in 1527 tot parochiekerk verheven. Aan de stichting van de parochie was de naam van Jan Adornis verbonden, een handelsman uit Brugge, die de bedijking van de St.-Janspolder (ten westen van het huidige dorp) tot stand bracht. De St.-Baafsabdij te Gent had het patronaatsrecht over de parochie. &lt;br /&gt;
Het dorp werd verwoest bij de St.-Felixvloed van 5 november 1530; herstel volgde in 1533. Vermoedelijk is Nieuwvliet in de Tachtigjarige Oorlog ten prooi gevallen aan plundering en brandstichting door soldaten uit Brugge. Na afdamming van het Zwarte Gat in 1602 was opnieuw vestiging mogelijk en ontstond het tegenwoordige dorp Nieuwvliet. Van 1626 af stroomden doopsgezinden uit de Zuidelijke Nederlanden toe. Zij hadden er eerder een vermaanhuis dan de gereformeerden een kerk. Tot 1779 heeft dit huis bestaan. Een arbeidershuis in de Grote St.-Annapolder wordt nog de Mennistenkerk genoemd, ter herinnering aan de gemeente die hier eens bestond. Pas in 1659 werd te Nieuwvliet een gemeente van gereformeerden gesticht; de eerste predikant was J. Eduardi. In Nieuwvliet ligt het begin van de Vrije Evangelische Gemeenten in West Zeeuws-Vlaanderen, initiatief van een jonge boer, Wouter de Smidt. In 1872 werd geïnstitueerd de Chr. Evangelische Gemeente, die zich aansloot bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. &lt;br /&gt;
Overblijfselen van het oude Nieuwvliet zijn in 1996 teruggevonden bij een booronderzoek en waarnemingen in een bouwput aan de Kapelleweg. Men trof mogelijke fundamenten van de Sint-Pieterskerk aan met een aantal begravingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger, S.J.M. Hulsbergen, H.J. Noordewier; aanvulling Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
J H. van Dale, Iets over de stichting van de kerk der hervormden te Nieuwvliet. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van Empel en Pieters, Zeeland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gottschalk, Historische geografie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Broese van Grounau, Wijlen de gemeente te Nieuwvliet, Doopsgezinde bijdragen 1889/90. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Hullu, Over de oprichting. Zelandia Illustrara. Karelse, Zijn takken over de muur. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Hullu, Toevoegsels op Roos.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lambert, De molens van de Heerlijkheid Nieuwvliet, Meded. Heemk. Kring W.Z. Vl. nov. 1970, volgnr. 12. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mededelingen Heemk. Kring W.Z. mrt. 1973, nr. I, 21.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Smit, Bronnen tot de geschiedenis van den Nederlandschen Handel met Engeland, Schotland en Ierland I, 441-442, 651. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Sinte Pier). Dorp binnen de gemeente Oostburg in West Zeeuws Vlaanderen; 284 inw. (1980). Vóór 1 april 1970 een zelfstandige gemeente. Middelen van bestaan: landbouw en in toenemende mate toerisme (o.a. veel campings in de nabijheid van de Noordzeekust). Wapen: Het oude heerlijkheidswapen werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. Het drietal manen verbeeldt de vroegere drie heerlijkheden: St.-Pieter, Nieuwvliet en Mettenije. Varia: Kermis op de tweede pinksterdag en dinsdag d. a. v. Monumenten: Het kerkje van Nieuwvliet (n.h.) is een bakstenen zaalkerkje van vijf traveeën, gebouwd in 1658/59 ter vervanging van een oudere kerk, die in de Spaanse tijd geheel werd vernield. De korenmolen uit ca. 1850 is een ronde, ongetailleerde stenen bovenkruier en grondzeiler. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwvliet ligt aan de kust de Verdronken Zwarte Polder, bestaande uit 62 ha strand, duin en schor. Botanisch en ook wel ornithologisch belangrijk natuurgebied; staatsdomeingrond in beheer bij de Stichting Het Zeeuwse Landschap; voorts uniek recreatiegebied. Geschiedenis: De kerk was gewijd aan St. Pieter, vandaar nog steeds de naam Sinte Pier als de volksmond over Nieuwvliet spreekt. Het oude dorp lag aan de Kapelleweg; de kapel aldaar werd voor 1533 tot parochiekerk verheven. Aan de stichting van de parochie was de naam van Jan Adornis verbonden, een handelsman uit Brugge, die de bedijking van de [[St]].-Janspolder (ten westen van het huidige dorp) tot stand bracht. De St.-Baafsabdij te Gent had het patronaatsrecht over de parochie. In de 16e eeuw is het dorp onder water verdwenen. Na afdamming van het Zwarte Gat in 1602 was opnieuw vestiging mogelijk en ontstond het tegenwoordige dorp Nieuwvliet. Van 1626 af stroomden doopsgezinden uit de Zuidelijke Nederlanden toe. Zij hadden er eerder een vermaanhuis dan de gereformeerden een kerk. Tot 1779 heeft dit huis bestaan. Een arbeidershuis in de Grote St.-Annapolder wordt nog de Mennistenkerk genoemd, ter herinnering aan de gemeente die hier eens bestond. Pas in 1659 werd te Nieuwvliet een gemeente van gereformeerden gesticht; de eerste predikant was J. Eduardi. In Nieuwvliet ligt het begin van de Vrije Evangelische Gemeenten in West Zeeuws-Vlaanderen, initiatief van een jonge boer, Wouter de Smidt. In 1872 werd geïnstitueerd de Chr. Evangelische Gemeente, die zich aansloot bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
Overzichtskaart gemeente Nieuwvliet. Het hervormde kerkje van Nieuwvliet. Op het grond gebied van de vroegere gemeente Nieuwvliet ligt de Verdronken Zwarte Polder, een ongerept stuk natuur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Sluis]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuwvliet&amp;diff=13768</id>
		<title>Nieuwvliet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Nieuwvliet&amp;diff=13768"/>
		<updated>2014-10-22T08:53:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | above      = Nieuwvliet&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dorp binnen de gemeente Oostburg in West Zeeuws Vlaanderen; 284 inw. (1980). Vóór 1 april 1970 een zelfstandige gemeente. Middelen van bestaan: landbouw en toerisme (o.a. veel campings in de nabijheid van de Noordzeekust). Wapen: Het oude heerlijkheidswapen werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. Het drietal manen verbeeldt de vroegere drie heerlijkheden: St.-Pieter, Nieuwvliet en Mettenije. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kermis op de tweede pinksterdag en dinsdag d. a. v. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Monumenten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het kerkje van Nieuwvliet (n.h.) is een bakstenen zaalkerkje van vijf traveeën, gebouwd in 1658/59 ter vervanging van een oudere kerk, die in de Spaanse tijd geheel werd vernield. De korenmolen uit ca. 1850 is een ronde, ongetailleerde stenen bovenkruier en grondzeiler. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwvliet ligt aan de kust de Verdronken Zwarte Polder, bestaande uit 62 ha strand, duin en schor. Botanisch en ook wel ornithologisch belangrijk natuurgebied; staatsdomeingrond in beheer bij de Stichting Het Zeeuwse Landschap; voorts uniek recreatiegebied. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Geschiedenis&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kerk was gewijd aan St. Pieter, vandaar nog steeds de naam Sinte Pier als de volksmond over Nieuwvliet spreekt. Het oorspronkelijke Nieuwvliet lag verder noordwestelijk dan het tegenwoordige. Het oude dorp lag aan de Kapelleweg; de kapel aldaar werd in 1527 tot parochiekerk verheven. Aan de stichting van de parochie was de naam van Jan Adornis verbonden, een handelsman uit Brugge, die de bedijking van de St.-Janspolder (ten westen van het huidige dorp) tot stand bracht. De St.-Baafsabdij te Gent had het patronaatsrecht over de parochie. &lt;br /&gt;
Het dorp werd verwoest bij de St.-Felixvloed van 5 november 1530; herstel volgde in 1533. Vermoedelijk is Nieuwvliet in de Tachtigjarige Oorlog ten prooi gevallen aan plundering en brandstichting door soldaten uit Brugge. Na afdamming van het Zwarte Gat in 1602 was opnieuw vestiging mogelijk en ontstond het tegenwoordige dorp Nieuwvliet. Van 1626 af stroomden doopsgezinden uit de Zuidelijke Nederlanden toe. Zij hadden er eerder een vermaanhuis dan de gereformeerden een kerk. Tot 1779 heeft dit huis bestaan. Een arbeidershuis in de Grote St.-Annapolder wordt nog de Mennistenkerk genoemd, ter herinnering aan de gemeente die hier eens bestond. Pas in 1659 werd te Nieuwvliet een gemeente van gereformeerden gesticht; de eerste predikant was J. Eduardi. In Nieuwvliet ligt het begin van de Vrije Evangelische Gemeenten in West Zeeuws-Vlaanderen, initiatief van een jonge boer, Wouter de Smidt. In 1872 werd geïnstitueerd de Chr. Evangelische Gemeente, die zich aansloot bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. &lt;br /&gt;
Overblijfselen van het oude Nieuwvliet zijn in 1996 teruggevonden bij een booronderzoek en waarnemingen in een bouwput aan de Kapelleweg. Men trof mogelijke fundamenten van de Sint-Pieterskerk aan met een aantal begravingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= J.A. Trimpe Burger, S.J.M. Hulsbergen, H.J. Noordewier; aanvulling Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland. &lt;br /&gt;
J H. van Dale, Iets over de stichting van de kerk der hervormden te Nieuwvliet. &lt;br /&gt;
Van Empel en Pieters, Zeeland.&lt;br /&gt;
Gottschalk, Historische geografie. &lt;br /&gt;
Broese van Grounau, Wijlen de gemeente te Nieuwvliet, Doopsgezinde bijdragen 1889/90. &lt;br /&gt;
De Hullu, Over de oprichting. Zelandia Illustrara. Karelse, Zijn takken over de muur. &lt;br /&gt;
De Hullu, Toevoegsels op Roos.&lt;br /&gt;
Lambert, De molens van de Heerlijkheid Nieuwvliet, Meded. Heemk. Kring W.Z. Vl. nov. 1970, volgnr. 12. &lt;br /&gt;
Mededelingen Heemk. Kring W.Z. mrt. 1973, nr. I, 21.&lt;br /&gt;
Smit, Bronnen tot de geschiedenis van den Nederlandschen Handel met Engeland, Schotland en Ierland I, 441-442, 651. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst uit de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Sinte Pier). Dorp binnen de gemeente Oostburg in West Zeeuws Vlaanderen; 284 inw. (1980). Vóór 1 april 1970 een zelfstandige gemeente. Middelen van bestaan: landbouw en in toenemende mate toerisme (o.a. veel campings in de nabijheid van de Noordzeekust). Wapen: Het oude heerlijkheidswapen werd op 31 juli 1817 voor de gemeente bevestigd. Het drietal manen verbeeldt de vroegere drie heerlijkheden: St.-Pieter, Nieuwvliet en Mettenije. Varia: Kermis op de tweede pinksterdag en dinsdag d. a. v. Monumenten: Het kerkje van Nieuwvliet (n.h.) is een bakstenen zaalkerkje van vijf traveeën, gebouwd in 1658/59 ter vervanging van een oudere kerk, die in de Spaanse tijd geheel werd vernield. De korenmolen uit ca. 1850 is een ronde, ongetailleerde stenen bovenkruier en grondzeiler. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Nieuwvliet ligt aan de kust de Verdronken Zwarte Polder, bestaande uit 62 ha strand, duin en schor. Botanisch en ook wel ornithologisch belangrijk natuurgebied; staatsdomeingrond in beheer bij de Stichting Het Zeeuwse Landschap; voorts uniek recreatiegebied. Geschiedenis: De kerk was gewijd aan St. Pieter, vandaar nog steeds de naam Sinte Pier als de volksmond over Nieuwvliet spreekt. Het oude dorp lag aan de Kapelleweg; de kapel aldaar werd voor 1533 tot parochiekerk verheven. Aan de stichting van de parochie was de naam van Jan Adornis verbonden, een handelsman uit Brugge, die de bedijking van de [[St]].-Janspolder (ten westen van het huidige dorp) tot stand bracht. De St.-Baafsabdij te Gent had het patronaatsrecht over de parochie. In de 16e eeuw is het dorp onder water verdwenen. Na afdamming van het Zwarte Gat in 1602 was opnieuw vestiging mogelijk en ontstond het tegenwoordige dorp Nieuwvliet. Van 1626 af stroomden doopsgezinden uit de Zuidelijke Nederlanden toe. Zij hadden er eerder een vermaanhuis dan de gereformeerden een kerk. Tot 1779 heeft dit huis bestaan. Een arbeidershuis in de Grote St.-Annapolder wordt nog de Mennistenkerk genoemd, ter herinnering aan de gemeente die hier eens bestond. Pas in 1659 werd te Nieuwvliet een gemeente van gereformeerden gesticht; de eerste predikant was J. Eduardi. In Nieuwvliet ligt het begin van de Vrije Evangelische Gemeenten in West Zeeuws-Vlaanderen, initiatief van een jonge boer, Wouter de Smidt. In 1872 werd geïnstitueerd de Chr. Evangelische Gemeente, die zich aansloot bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AFBEELDING =&lt;br /&gt;
Overzichtskaart gemeente Nieuwvliet. Het hervormde kerkje van Nieuwvliet. Op het grond gebied van de vroegere gemeente Nieuwvliet ligt de Verdronken Zwarte Polder, een ongerept stuk natuur.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats Sluis]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Westende&amp;diff=13767</id>
		<title>Westende</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Westende&amp;diff=13767"/>
		<updated>2014-10-22T08:47:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Verdronken dorp in het westen van het voormalige eiland [[Wulpen]]. In 1213 wordt Westende-Sint-Precatus vermeld als een van de parochies op Wulpen. Met de stormramp van 24-29 november 1334 begon de aftakeling van Wulpen. Een document van 1363 beschouwt de parochies [[Briele]], Westende en [[Remboudsdorp]] als verloren. Het laatste kerkdorp op het eiland, [[Sint-Lambert Wulpen]], is waarschijnlijk in 1516 door de zee verwoest. Het restant van het eiland Wulpen ging verloren in het vervolg van de zestiende eeuw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen 2 dln. (Assen, 1955-1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 110.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Johan Termote, Ontstaan en landschapsgeschiedenis van de Zwinstreek&lt;br /&gt;
[http://www.west-vlaanderen.be/kwaliteit/leefomgeving/nme_1/documents/fort%20van%20beieren/ontstaansgeschiedenis.pdf]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Westende&amp;diff=13766</id>
		<title>Westende</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Westende&amp;diff=13766"/>
		<updated>2014-10-22T08:45:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Verdronken dorp in het westen van het voormalige eiland [[Wulpen]]. In 1213 wordt Westende-Sint-Precatus vermeld als een van de parochies op Wulpen. Met de stormramp van 24-29 november 1334 begon de aftakeling van Wulpen. Een document van 1363 beschouwt de parochies [[Briele]], Westende en [[Remboudsdorp]] als verloren. Het laatste kerkdorp op het eiland, [[Sint-Lambert Wulpen]], is waarschijnlijk in 1516 door de zee verwoest. Het restant van het eiland Wulpen ging verloren in het vervolg van de zestiende eeuw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen 2 dln. (Assen, 1955-1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 110.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Johan Termote, Ontstaan en landschapsgeschiedenis van de Zwinstreek&lt;br /&gt;
[http://www.west-vlaanderen.be/kwaliteit/leefomgeving/nme_1/documents/fort%20van%20beieren/ontstaansgeschiedenis.pdf]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Westende&amp;diff=13765</id>
		<title>Westende</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Westende&amp;diff=13765"/>
		<updated>2014-10-22T08:45:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Verdronken dorp in het westen van het voormalige eiland Wulpen. In 1213 wordt Westende-Sint-Precatus vermeld als een van de parochies op Wulpen. Met de stormram...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Verdronken dorp in het westen van het voormalige eiland [[Wulpen]]. In 1213 wordt Westende-Sint-Precatus vermeld als een van de parochies op Wulpen. Met de stormramp van 24-29 november 1334 begon de aftakeling van Wulpen. Een document van 1363 beschouwt de parochies [[Briele]], Westende en [[Remboudsdorp]] als verloren. Het laatste kerkdorp op het eiland, [[Sint-Lambert Wulpen]], is waarschijnlijk in 1516 door de zee verwoest. Het restant van het eiland Wulpen ging verloren in het vervolg van de zestiende eeuw.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
-M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen 2 dln. (Assen, 1955-1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 110.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-Johan Termote, Ontstaan en landschapsgeschiedenis van de Zwinstreek&lt;br /&gt;
[http://www.west-vlaanderen.be/kwaliteit/leefomgeving/nme_1/documents/fort%20van%20beieren/ontstaansgeschiedenis.pdf]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Mare&amp;diff=13735</id>
		<title>Mare</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Mare&amp;diff=13735"/>
		<updated>2014-10-21T12:55:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: /* LITERATUUR (aanvulling) */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
== Mare (die Maer, Ter Mare, Mara, Maire) ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp ten noordwesten van [[Rilland]], ongeveer bij de huidige buurtschap [[Stationsbuurt]]. Als parochie komt Mare voor op de tiendlijst van 1275-1280. Zij behoorde aan het kapittel van Oudmunster te Utrecht. In de kerk waren drie vicarieën gesticht ter ere van de heilige Maria, Nicolaas en een waarvan we de naam niet meer kennen. Mare viel binnen de Zuidwatering, die grotendeels samenviel met het voormalige eiland Rilland [[Tussen Honte en Hinkele]]. Op het gebied van Mare stond te [[Vinkenisse]] een kapel, gewijd aan St.-Cornelius. Door de vloeden van 1530 en 1532 is de parochie ten onder gegaan. Na de vloed van 2 november 1532 verbleven 50 inwoners twee dagen en drie nachten op het dak van de kerk, voor ze werden gered door een schip van de heer van Bergen op Zoom. Nadat in 1534 bekend werd dat de stad Antwerpen afzag van de herdijking van de Zuidwatering, verlieten de inwoners van Rilland en Mare hun dorp; slechts enig maatschappelijk uitschot (‘raspaille’) hield zich nog op in deze kernen, die alleen bij laag water nog gedeeltelijk droog lagen.&lt;br /&gt;
Vierhonderd gemeten van Mare is in 1534 herdijkt in de [[Westhinkelepolder]]. In 1604 zag een inspecteur vanaf de nieuwe dijk van Krabbendijke ‘een proper schor oft uuytgors ligghende op den grondt van Mare, daerop schaepen werden geweydt’. In 1773 is het dorpsgebied herdijkt in de [[Reigersbergsche polder]]. De naam van de [[Mairepolder]] uit 1694 herinnert aan het oude Mare. Het gebied van de parochie is aanvankelijk gevoegd bij de (voormalige) gemeente [[Krabbendijke]]. In het begin van de 19e eeuw is het grotendeels gevoegd bij de (voormalige) gemeente [[Bath]] (later Rilland-Bath). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Wapen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is het wapen van Willem Bert hoen van Mare, dat voorkwam op zijn zegel aan een document over de Scheldetollen in1276 (Smallegange, p. 169). Het werd op 31 juli 1817 voor de kort daarna opgeheven ge meente bevestigd. Op de wapenkaart van Smallegange komt voor ‘Moere’ op Zuid-Beveland echter een wapen voor van zwart met een zilveren schildhoofd, waarin een klein gouden schildje met een rode keper. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR[bewerken]=&lt;br /&gt;
= S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger; bew. Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR (aanvulling) =&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de16e eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 63.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst in de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp ten noordwesten van Rilland, op de plaats van de huidige [[Stationsbuurt]]. Als parochie komt Mare voor op de tiendlijst van 1275-1280. Het behoorde aan het kapittel van Oudmunster te Utrecht. In de kerk waren drie vicarieën gesticht ter ere van de heilige Maria, Nicolaas en een waarvan we de naam niet meer kennen. Op het gebied van Mare stond te [[Vinkenisse]] een kapel, gewijd aan St.-Cornelius. In 1530 is de parochie ten onder gegaan. Eerst in 1773, bij de bedijking van de [[Reigersbergsche]] polder viel het gebied van dit dorp weer droog. De [[Mairepolder]] die in 1694 werd bedijkt, bewaart de herinnering aan het oude Mare. Het gebied van de parochie is aanvankelijk gevoegd bij de (voormalige) gemeente Krabbendijke. In het begin van de 19e eeuw is het grotendeels gevoegd bij de (voormalige) gemeente Bath (later Rilland-Bath). Wapen: Dit is het wapen van Willem Bert hoen van Mare, dat voorkwam op zijn zegel aan een document over de Scheldetollen in1276 (Smallegange, p. 169). Het werd op 31 juli 1817 voor de kort daarna opgeheven ge meente bevestigd. Op de wapenkaart van Smallegange komt voor `Moere&#039; op Zuid-Beveland echter een wapen voor van zwart met een zilveren schildhoofd, waarin een klein gouden schildje met een rode keper.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Grijpink, Register op de parochiën. S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. De Nooyer, De Hinkelinge.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Mare&amp;diff=13734</id>
		<title>Mare</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Mare&amp;diff=13734"/>
		<updated>2014-10-21T12:53:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
== Mare (die Maer, Ter Mare, Mara, Maire) ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp ten noordwesten van [[Rilland]], ongeveer bij de huidige buurtschap [[Stationsbuurt]]. Als parochie komt Mare voor op de tiendlijst van 1275-1280. Zij behoorde aan het kapittel van Oudmunster te Utrecht. In de kerk waren drie vicarieën gesticht ter ere van de heilige Maria, Nicolaas en een waarvan we de naam niet meer kennen. Mare viel binnen de Zuidwatering, die grotendeels samenviel met het voormalige eiland Rilland [[Tussen Honte en Hinkele]]. Op het gebied van Mare stond te [[Vinkenisse]] een kapel, gewijd aan St.-Cornelius. Door de vloeden van 1530 en 1532 is de parochie ten onder gegaan. Na de vloed van 2 november 1532 verbleven 50 inwoners twee dagen en drie nachten op het dak van de kerk, voor ze werden gered door een schip van de heer van Bergen op Zoom. Nadat in 1534 bekend werd dat de stad Antwerpen afzag van de herdijking van de Zuidwatering, verlieten de inwoners van Rilland en Mare hun dorp; slechts enig maatschappelijk uitschot (‘raspaille’) hield zich nog op in deze kernen, die alleen bij laag water nog gedeeltelijk droog lagen.&lt;br /&gt;
Vierhonderd gemeten van Mare is in 1534 herdijkt in de [[Westhinkelepolder]]. In 1604 zag een inspecteur vanaf de nieuwe dijk van Krabbendijke ‘een proper schor oft uuytgors ligghende op den grondt van Mare, daerop schaepen werden geweydt’. In 1773 is het dorpsgebied herdijkt in de [[Reigersbergsche polder]]. De naam van de [[Mairepolder]] uit 1694 herinnert aan het oude Mare. Het gebied van de parochie is aanvankelijk gevoegd bij de (voormalige) gemeente [[Krabbendijke]]. In het begin van de 19e eeuw is het grotendeels gevoegd bij de (voormalige) gemeente [[Bath]] (later Rilland-Bath). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Wapen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit is het wapen van Willem Bert hoen van Mare, dat voorkwam op zijn zegel aan een document over de Scheldetollen in1276 (Smallegange, p. 169). Het werd op 31 juli 1817 voor de kort daarna opgeheven ge meente bevestigd. Op de wapenkaart van Smallegange komt voor ‘Moere’ op Zuid-Beveland echter een wapen voor van zwart met een zilveren schildhoofd, waarin een klein gouden schildje met een rode keper. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR[bewerken]=&lt;br /&gt;
= S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger; bew. Jan J.B. Kuipers (2014) =&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= LITERATUUR (aanvulling) =&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de16e eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg, 2004) o.a. 40-49 nr. 63.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tekst in de oude Encyclopedie van Zeeland&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verdronken dorp ten noordwesten van Rilland, op de plaats van de huidige [[Stationsbuurt]]. Als parochie komt Mare voor op de tiendlijst van 1275-1280. Het behoorde aan het kapittel van Oudmunster te Utrecht. In de kerk waren drie vicarieën gesticht ter ere van de heilige Maria, Nicolaas en een waarvan we de naam niet meer kennen. Op het gebied van Mare stond te [[Vinkenisse]] een kapel, gewijd aan St.-Cornelius. In 1530 is de parochie ten onder gegaan. Eerst in 1773, bij de bedijking van de [[Reigersbergsche]] polder viel het gebied van dit dorp weer droog. De [[Mairepolder]] die in 1694 werd bedijkt, bewaart de herinnering aan het oude Mare. Het gebied van de parochie is aanvankelijk gevoegd bij de (voormalige) gemeente Krabbendijke. In het begin van de 19e eeuw is het grotendeels gevoegd bij de (voormalige) gemeente Bath (later Rilland-Bath). Wapen: Dit is het wapen van Willem Bert hoen van Mare, dat voorkwam op zijn zegel aan een document over de Scheldetollen in1276 (Smallegange, p. 169). Het werd op 31 juli 1817 voor de kort daarna opgeheven ge meente bevestigd. Op de wapenkaart van Smallegange komt voor `Moere&#039; op Zuid-Beveland echter een wapen voor van zwart met een zilveren schildhoofd, waarin een klein gouden schildje met een rode keper.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
= AUTEUR =&lt;br /&gt;
= S.J.M. Hulsbergen, J.A. Trimpe Burger =&lt;br /&gt;
= LITERATUUR =&lt;br /&gt;
C. Dekker, Zuid-Beveland. Grijpink, Register op de parochiën. S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. De Nooyer, De Hinkelinge.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Topografie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[category:Plaats]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=13733</id>
		<title>Allerzielenvloed 1532</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Allerzielenvloed_1532&amp;diff=13733"/>
		<updated>2014-10-21T12:45:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039; Stormvloed op 2 november 1532, die in Zeeland het overgrote deel van de herstelwerkzaamheden na de Sint-Felixvloed van 5 november 1530 wegvaagde. Als gevolg va...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Stormvloed op 2 november 1532, die in Zeeland het overgrote deel van de herstelwerkzaamheden na de [[Sint-Felixvloed]] van 5 november 1530 wegvaagde. Als gevolg van beide vloeden bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). De parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, verdronken nu ook; alle drie verdwenen definitief door de Pontiaansvloed in 1552. De stad [[Reimerswaal]] werd pas in 1631 door zijn laatste inwoners verlaten. &lt;br /&gt;
In tegenstelling tot de vloed van 1530 trof die van 1532 ook Holland ten noorden van de Zuid-Hollandse eilanden en de westelijke en zuidelijke Zuiderzeekust in aanzienlijke mate. Ook een deel van Texel en de Friese westkust werd getroffen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 475-499.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[suggestie afbeelding: Gottschalk II, 1975, pag. 476 (scan kan ik aanleveren)]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13732</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13732"/>
		<updated>2014-10-21T12:43:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;&#039;Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[suggestie afbeelding: Gottschalk II, 1975, pag. 432 (scan kan ik aanleveren)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[N.B. Adriaan van Reimerswaal verdient ook wel een apart trefwoord.]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13731</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13731"/>
		<updated>2014-10-21T12:42:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;&#039;Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647]&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[suggestie afbeelding: Gottschalk II, 1975, pag. 432 (scan kan ik aanleveren)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[N.B. Adriaan van Reimerswaal verdient ook wel een apart trefwoord.]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13730</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13730"/>
		<updated>2014-10-21T12:42:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: /* Deelonderwerp */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;&#039;Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&lt;br /&gt;
 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647]&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[suggestie afbeelding: Gottschalk II, 1975, pag. 432 (scan kan ik aanleveren)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[N.B. Adriaan van Reimerswaal verdient ook wel een apart trefwoord.]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13729</id>
		<title>Sint-Felixvloed</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Sint-Felixvloed&amp;diff=13729"/>
		<updated>2014-10-21T12:41:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Jan JB Kuipers: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;&#039;Sint-Felixvloed (Sint Felix quade saterdach)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
== Deelonderwerp ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stormvloed op 5 november 1530, die het huidige zuidwestelijk Nederland en de hele kust van Vlaanderen tot soms diep landinwaarts trof, alsook kleinere gebieden in het noorden van Holland en langs Maas en Waal. Al op donderdag 3 november stak volgens de &#039;&#039;Excellente cronike van Vlaenderen&#039;&#039; (1531) een hevige storm op, die vrijdags voortwoedde. Op 5 november was het bovendien springtij bij volle maan. De storm was gedraaid van west naar noord, waardoor de zee in de ‘trechter’ van de Noordzee hoog opstuwde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Antwerpen brak de ‘dijk van Vlaanderen’ (linker Scheldeoever) door op drie plaatsen, onder andere bij [[Casuele]]. De Vlaamse kust brak door op veel plaatsen, van Calais tot voorbij Antwerpen (dus inclusief het huidige [[Zeeuws-Vlaanderen]]). Geheel Zeeland werd getroffen; de Zuid-Hollandse eilanden liepen eveneens zware overstromingsschade op. Als gevolg van de vloed bleef [[Noord-Beveland]] drijvend tot 1598 (bedijking [[Oud-Noord-Bevelandpolder]]), het land van Borssele tot 1616 (bedijking [[Borsselepolder]]) en Sint-Philipsland tot 1645 (bedijking [[Oude polder van Sint-Philipsland]]). In het oosten van Zuid-Beveland ontstond het huidige Verdronken land van Zuid-Beveland ([[Zuid-Beveland, Verdronken land van]]). Dit alles kon mede gebeuren, omdat de meeste herstelwerkzaamheden verloren gingen door de [[Allerheiligenvloed 1532]]; de parochies [[Agger]], [[Bath]] en [[Hinkelenoord]] in het uiterste zuidoosten van Zuid-Beveland, die in 1530 nog gespaard waren gebleven, overstroomden toen ook (en definitief in 1552).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een belangrijke oorzaak van de rampspoed was het slechte dijkonderhoud. Voor Noord-Beveland was in maart 1530 hiervoor al financiële hulp toegezegd door Karel V, maar voordat deze hulp werd gerealiseerd sloeg de Sint-Felixvloed toe. Adriaan van Reimerswaal, heer van [[Lodijke]], spande qua onverantwoordelijkheid de kroon. Het stroomgat bij Lodijke had nog makkelijk gedicht kunnen worden, maar de heer van Lodijke wilde dit niet om zijn haventje te ‘schueren’. Het haventje schuurde zodanig, aldus waterbouwer Andries [Vierling(h)], ‘dat mijnen heere van Lodijck alle zijn schoon goet verloos ende het geheel lant van Beoosten Yerseken daarbij’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Varia&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vóór de Reformatie kregen vloeden doorgaans de naam van de heilige op wiens naamdag ze vielen. De Sint-Felixvloed is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de ca. 303 overleden martelaar en priester Felix van Terracina, wiens naamdag samen met die van de monnik Eusebius valt op 5 november.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
AUTEUR&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LITERATUUR&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cornelis Dekker en Roland Baetens, Geld in het water. Antwerps en Mechels kapitaal in Zuid-Beveland na de stormvloeden in de zestiende eeuw (Hilversum 2010).&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1679647]&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Historische geografie van westelijk Zeeuws-Vlaanderen II (Assen, 1958). &lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|355973]&lt;br /&gt;
M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen, 1975) 432-470.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|106236]&lt;br /&gt;
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland (Middelburg/Vlissingen, 2004) o.a. 31-32.&lt;br /&gt;
[http://zoeken.zeeuwsebibliotheken.nl/?itemid=|library/vubissmart-zeeland|1511071]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[suggestie afbeelding: Gottschalk II, 1975, pag. 432 (scan kan ik aanleveren)]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[N.B. Adriaan van Reimerswaal verdient ook wel een apart trefwoord.]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Jan JB Kuipers</name></author>
	</entry>
</feed>