<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Oosterschelde</id>
	<title>Oosterschelde - Bewerkingsoverzicht</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Oosterschelde"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;action=history"/>
	<updated>2026-04-30T15:58:40Z</updated>
	<subtitle>Bewerkingsoverzicht voor deze pagina op de wiki</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.45.1</generator>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114006&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Compartimenteringswerken */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114006&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:42:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Compartimenteringswerken&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:42&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l13&quot;&gt;Regel 13:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 13:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Compartimenteringswerken==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Compartimenteringswerken==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;right&lt;/del&gt;|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;left&lt;/ins&gt;|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde4.jpg|thumb|right|300px|Schelde-Rijnkanaal. Wachtende schepen voor de Kreekraksluizen. Foto: Prov. Zeeland/J. Wolterbeek, 2002. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 129848]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde4.jpg|thumb|right|300px|Schelde-Rijnkanaal. Wachtende schepen voor de Kreekraksluizen. Foto: Prov. Zeeland/J. Wolterbeek, 2002. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 129848]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114005&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Compartimenteringswerken */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114005&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:42:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Compartimenteringswerken&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:42&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l15&quot;&gt;Regel 15:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 15:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde4.jpg|thumb|&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;left&lt;/del&gt;|300px|Schelde-Rijnkanaal. Wachtende schepen voor de Kreekraksluizen. Foto: Prov. Zeeland/J. Wolterbeek, 2002. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 129848]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde4.jpg|thumb|&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;right&lt;/ins&gt;|300px|Schelde-Rijnkanaal. Wachtende schepen voor de Kreekraksluizen. Foto: Prov. Zeeland/J. Wolterbeek, 2002. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 129848]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114004&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Compartimenteringswerken */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114004&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:42:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Compartimenteringswerken&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:42&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l15&quot;&gt;Regel 15:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 15:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Oosterschelde3a&lt;/del&gt;.jpg|thumb|left|300px|&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;De pijlerdam bij storm&lt;/del&gt;. Foto: J. Wolterbeek, &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;ca. 2006&lt;/del&gt;. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;113264&lt;/del&gt;]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Oosterschelde4&lt;/ins&gt;.jpg|thumb|left|300px|&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Schelde-Rijnkanaal. Wachtende schepen voor de Kreekraksluizen&lt;/ins&gt;. Foto: &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Prov. Zeeland/&lt;/ins&gt;J. Wolterbeek, &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;2002&lt;/ins&gt;. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;129848&lt;/ins&gt;]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114002&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Compartimenteringswerken */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114002&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:40:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Compartimenteringswerken&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:40&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l15&quot;&gt;Regel 15:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 15:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-side-deleted&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|left|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/ins&gt;&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114001&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Twijfels */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114001&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:37:41Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Twijfels&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:37&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l10&quot;&gt;Regel 10:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 10:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-side-deleted&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Op 15 juli 1974 koos de regering voor de bouw van een stormvloedkering, waarbij (later) aan de uitwerking drie voorwaarden werden gesteld: het plan moest technisch uitvoerbaar zijn, de bouw moest in 1985 kunnen zijn voltooid, de kosten mochten niet meer dan f 1.750 mln. 20% extra bedragen. Intussen zouden uiterlijk in 1980 de bestaan de dijken moeten worden versterkt om tot 1985 niet meer risico te lopen. Nieuw plan. Ondanks deze beslissing discussieerden voor- en tegenstanders door. Provinciale Waterstaat en met deze dienst de Staten wees dijkversterking af in het rapport &#039;Dijk verzwaring Oosterschelde&#039;. Uit een studie van Comite S.O.S. bleek nu juist dat dijkverzwaring vóór 1985 haalbaar zou zijn. In de regeringsnota &#039;Analyse Oosterschelde varianten&#039; werden dijkverhoging, de aanleg van een stormvloedkering en afsluiting met elkaar vergeleken. Uit het &#039;Eindrapport stormvloedkering Oosterschelde&#039; bleek dat aan de drie voorwaarden kon worden voldaan. Op basis daarvan besloot de regering op 17 juni 1976 tot aanleg van een stormvloedkering. Bepalend voor de (on)zekerheid over het behoud van het karakter van de Oosterschelde is het getijverschil, dat afhankelijk is van de grootte van de doorlaatopening in de storm vloedkering. Ondanks Zeeuwse pleidooien voor een grotere opening koos de regering voor een doorlaatprofiel van 14.000 m2 (handhaving van 77% van het getijverschil bij Yerseke). In maart 1982 gepubliceerde berekeningen komen op een nuttige door stroming van 16.480 m2 bij geheel open staande stormvloedkering. Bij doodtij gedurende hoog water betekent dit nu gemiddeld 19 cm hogere waterstand. Uitvoering (na oktober 1977). Al ruim de helft van de Oosterschelde is afgesloten. In de drie resterende geulen zullen 66 pijlers van elk 18,5 mln. kg met een speciaal hef schip op een tevoren geprepareerde bodem worden neergezet. Tussen de voeten van de pijlers, die onder het fundatiebed verdwijnen, ligt een drempel met een dorpelbalk. Daarop zal bij een gesloten kering de schuif rusten, die aan de bovenzijde aansluit op een bovenbalk. De gaten tussen die balken vormen de doorlaatopeningen. &lt;/ins&gt;&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-side-deleted&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;&lt;/ins&gt;&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-side-deleted&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;==Compartimenteringswerken==&lt;/ins&gt;&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde3a.jpg|thumb|right|300px|De pijlerdam bij storm. Foto: J. Wolterbeek, ca. 2006. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113264]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Op 15 juli 1974 koos de regering voor de bouw van een stormvloedkering, waarbij (later) aan de uitwerking drie voorwaarden werden gesteld: het plan moest technisch uitvoerbaar zijn, de bouw moest in 1985 kunnen zijn voltooid, de kosten mochten niet meer dan f 1.750 mln. 20% extra bedragen. Intussen zouden uiterlijk in 1980 de bestaan de dijken moeten worden versterkt om tot 1985 niet meer risico te lopen. Nieuw plan. Ondanks deze beslissing discussieerden voor- en tegenstanders door. Provinciale Waterstaat en met deze dienst de Staten wees dijkversterking af in het rapport &#039;Dijk verzwaring Oosterschelde&#039;. Uit een studie van Comite S.O.S. bleek nu juist dat dijkverzwaring vóór 1985 haalbaar zou zijn. In de regeringsnota &#039;Analyse Oosterschelde varianten&#039; werden dijkverhoging, de aanleg van een stormvloedkering en afsluiting met elkaar vergeleken. Uit het &#039;Eindrapport stormvloedkering Oosterschelde&#039; bleek dat aan de drie voorwaarden kon worden voldaan. Op basis daarvan besloot de regering op 17 juni 1976 tot aanleg van een stormvloedkering. Bepalend voor de (on)zekerheid over het behoud van het karakter van de Oosterschelde is het getijverschil, dat afhankelijk is van de grootte van de doorlaatopening in de storm vloedkering. Ondanks Zeeuwse pleidooien voor een grotere opening koos de regering voor een doorlaatprofiel van 14.000 m2 (handhaving van 77% van het getijverschil bij Yerseke). In maart 1982 gepubliceerde berekeningen komen op een nuttige door stroming van 16.480 m2 bij geheel open staande stormvloedkering. Bij doodtij gedurende hoog water betekent dit nu gemiddeld 19 cm hogere waterstand. Uitvoering (na oktober 1977). Al ruim de helft van de Oosterschelde is afgesloten. In de drie resterende geulen zullen 66 pijlers van elk 18,5 mln. kg met een speciaal hef schip op een tevoren geprepareerde bodem worden neergezet. Tussen de voeten van de pijlers, die onder het fundatiebed verdwijnen, ligt een drempel met een dorpelbalk. Daarop zal bij een gesloten kering de schuif rusten, die aan de bovenzijde aansluit op een bovenbalk. De gaten tussen die balken vormen de doorlaatopeningen. Compartimenteringswerken. &lt;/del&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &#039;gemaakt&#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &#039;gemaakt&#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Auteur==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114000&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel op 20 mrt 2025 om 09:36</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=114000&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:36:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:36&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l10&quot;&gt;Regel 10:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 10:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Oosterschelde1&lt;/del&gt;.jpg|thumb|right|300px|De &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;BRU 27, (Elisabeth), varend op de Oosterschelde&lt;/del&gt;. Foto: J. Wolterbeek, &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;2007&lt;/del&gt;. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;113778&lt;/del&gt;]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Oosterschelde3a&lt;/ins&gt;.jpg|thumb|right|300px|De &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;pijlerdam bij storm&lt;/ins&gt;. Foto: J. Wolterbeek, &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;ca. 2006&lt;/ins&gt;. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;113264&lt;/ins&gt;]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Op 15 juli 1974 koos de regering voor de bouw van een stormvloedkering, waarbij (later) aan de uitwerking drie voorwaarden werden gesteld: het plan moest technisch uitvoerbaar zijn, de bouw moest in 1985 kunnen zijn voltooid, de kosten mochten niet meer dan f 1.750 mln. 20% extra bedragen. Intussen zouden uiterlijk in 1980 de bestaan de dijken moeten worden versterkt om tot 1985 niet meer risico te lopen. Nieuw plan. Ondanks deze beslissing discussieerden voor- en tegenstanders door. Provinciale Waterstaat en met deze dienst de Staten wees dijkversterking af in het rapport &amp;#039;Dijk verzwaring Oosterschelde&amp;#039;. Uit een studie van Comite S.O.S. bleek nu juist dat dijkverzwaring vóór 1985 haalbaar zou zijn. In de regeringsnota &amp;#039;Analyse Oosterschelde varianten&amp;#039; werden dijkverhoging, de aanleg van een stormvloedkering en afsluiting met elkaar vergeleken. Uit het &amp;#039;Eindrapport stormvloedkering Oosterschelde&amp;#039; bleek dat aan de drie voorwaarden kon worden voldaan. Op basis daarvan besloot de regering op 17 juni 1976 tot aanleg van een stormvloedkering. Bepalend voor de (on)zekerheid over het behoud van het karakter van de Oosterschelde is het getijverschil, dat afhankelijk is van de grootte van de doorlaatopening in de storm vloedkering. Ondanks Zeeuwse pleidooien voor een grotere opening koos de regering voor een doorlaatprofiel van 14.000 m2 (handhaving van 77% van het getijverschil bij Yerseke). In maart 1982 gepubliceerde berekeningen komen op een nuttige door stroming van 16.480 m2 bij geheel open staande stormvloedkering. Bij doodtij gedurende hoog water betekent dit nu gemiddeld 19 cm hogere waterstand. Uitvoering (na oktober 1977). Al ruim de helft van de Oosterschelde is afgesloten. In de drie resterende geulen zullen 66 pijlers van elk 18,5 mln. kg met een speciaal hef schip op een tevoren geprepareerde bodem worden neergezet. Tussen de voeten van de pijlers, die onder het fundatiebed verdwijnen, ligt een drempel met een dorpelbalk. Daarop zal bij een gesloten kering de schuif rusten, die aan de bovenzijde aansluit op een bovenbalk. De gaten tussen die balken vormen de doorlaatopeningen. Compartimenteringswerken. Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Op 15 juli 1974 koos de regering voor de bouw van een stormvloedkering, waarbij (later) aan de uitwerking drie voorwaarden werden gesteld: het plan moest technisch uitvoerbaar zijn, de bouw moest in 1985 kunnen zijn voltooid, de kosten mochten niet meer dan f 1.750 mln. 20% extra bedragen. Intussen zouden uiterlijk in 1980 de bestaan de dijken moeten worden versterkt om tot 1985 niet meer risico te lopen. Nieuw plan. Ondanks deze beslissing discussieerden voor- en tegenstanders door. Provinciale Waterstaat en met deze dienst de Staten wees dijkversterking af in het rapport &amp;#039;Dijk verzwaring Oosterschelde&amp;#039;. Uit een studie van Comite S.O.S. bleek nu juist dat dijkverzwaring vóór 1985 haalbaar zou zijn. In de regeringsnota &amp;#039;Analyse Oosterschelde varianten&amp;#039; werden dijkverhoging, de aanleg van een stormvloedkering en afsluiting met elkaar vergeleken. Uit het &amp;#039;Eindrapport stormvloedkering Oosterschelde&amp;#039; bleek dat aan de drie voorwaarden kon worden voldaan. Op basis daarvan besloot de regering op 17 juni 1976 tot aanleg van een stormvloedkering. Bepalend voor de (on)zekerheid over het behoud van het karakter van de Oosterschelde is het getijverschil, dat afhankelijk is van de grootte van de doorlaatopening in de storm vloedkering. Ondanks Zeeuwse pleidooien voor een grotere opening koos de regering voor een doorlaatprofiel van 14.000 m2 (handhaving van 77% van het getijverschil bij Yerseke). In maart 1982 gepubliceerde berekeningen komen op een nuttige door stroming van 16.480 m2 bij geheel open staande stormvloedkering. Bij doodtij gedurende hoog water betekent dit nu gemiddeld 19 cm hogere waterstand. Uitvoering (na oktober 1977). Al ruim de helft van de Oosterschelde is afgesloten. In de drie resterende geulen zullen 66 pijlers van elk 18,5 mln. kg met een speciaal hef schip op een tevoren geprepareerde bodem worden neergezet. Tussen de voeten van de pijlers, die onder het fundatiebed verdwijnen, ligt een drempel met een dorpelbalk. Daarop zal bij een gesloten kering de schuif rusten, die aan de bovenzijde aansluit op een bovenbalk. De gaten tussen die balken vormen de doorlaatopeningen. Compartimenteringswerken. Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113997&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Twijfels */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113997&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:30:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Twijfels&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:30&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l7&quot;&gt;Regel 7:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 7:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Twijfels==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Twijfels==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:&lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Oosterschelde1&lt;/del&gt;.jpg|thumb|left|300px|De &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;BRU 27, (Elisabeth), varend op de Oosterschelde&lt;/del&gt;. Foto: J. Wolterbeek, &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;2007&lt;/del&gt;. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. &lt;del style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;113778&lt;/del&gt;]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;Oosterschelde2&lt;/ins&gt;.jpg|thumb|left|300px|De &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;pijlerdam in aanbouw&lt;/ins&gt;. Foto: J. Wolterbeek, &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;ca. 1984&lt;/ins&gt;. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;116148&lt;/ins&gt;]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113995&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel: /* Twijfels */</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113995&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:27:44Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;span class=&quot;autocomment&quot;&gt;Twijfels&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:27&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l10&quot;&gt;Regel 10:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 10:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-side-deleted&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;[[Bestand:Oosterschelde1.jpg|thumb|right|300px|De BRU 27, (Elisabeth), varend op de Oosterschelde. Foto: J. Wolterbeek, 2007. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113778]]&lt;/ins&gt;&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Op 15 juli 1974 koos de regering voor de bouw van een stormvloedkering, waarbij (later) aan de uitwerking drie voorwaarden werden gesteld: het plan moest technisch uitvoerbaar zijn, de bouw moest in 1985 kunnen zijn voltooid, de kosten mochten niet meer dan f 1.750 mln. 20% extra bedragen. Intussen zouden uiterlijk in 1980 de bestaan de dijken moeten worden versterkt om tot 1985 niet meer risico te lopen. Nieuw plan. Ondanks deze beslissing discussieerden voor- en tegenstanders door. Provinciale Waterstaat en met deze dienst de Staten wees dijkversterking af in het rapport &amp;#039;Dijk verzwaring Oosterschelde&amp;#039;. Uit een studie van Comite S.O.S. bleek nu juist dat dijkverzwaring vóór 1985 haalbaar zou zijn. In de regeringsnota &amp;#039;Analyse Oosterschelde varianten&amp;#039; werden dijkverhoging, de aanleg van een stormvloedkering en afsluiting met elkaar vergeleken. Uit het &amp;#039;Eindrapport stormvloedkering Oosterschelde&amp;#039; bleek dat aan de drie voorwaarden kon worden voldaan. Op basis daarvan besloot de regering op 17 juni 1976 tot aanleg van een stormvloedkering. Bepalend voor de (on)zekerheid over het behoud van het karakter van de Oosterschelde is het getijverschil, dat afhankelijk is van de grootte van de doorlaatopening in de storm vloedkering. Ondanks Zeeuwse pleidooien voor een grotere opening koos de regering voor een doorlaatprofiel van 14.000 m2 (handhaving van 77% van het getijverschil bij Yerseke). In maart 1982 gepubliceerde berekeningen komen op een nuttige door stroming van 16.480 m2 bij geheel open staande stormvloedkering. Bij doodtij gedurende hoog water betekent dit nu gemiddeld 19 cm hogere waterstand. Uitvoering (na oktober 1977). Al ruim de helft van de Oosterschelde is afgesloten. In de drie resterende geulen zullen 66 pijlers van elk 18,5 mln. kg met een speciaal hef schip op een tevoren geprepareerde bodem worden neergezet. Tussen de voeten van de pijlers, die onder het fundatiebed verdwijnen, ligt een drempel met een dorpelbalk. Daarop zal bij een gesloten kering de schuif rusten, die aan de bovenzijde aansluit op een bovenbalk. De gaten tussen die balken vormen de doorlaatopeningen. Compartimenteringswerken. Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;Op 15 juli 1974 koos de regering voor de bouw van een stormvloedkering, waarbij (later) aan de uitwerking drie voorwaarden werden gesteld: het plan moest technisch uitvoerbaar zijn, de bouw moest in 1985 kunnen zijn voltooid, de kosten mochten niet meer dan f 1.750 mln. 20% extra bedragen. Intussen zouden uiterlijk in 1980 de bestaan de dijken moeten worden versterkt om tot 1985 niet meer risico te lopen. Nieuw plan. Ondanks deze beslissing discussieerden voor- en tegenstanders door. Provinciale Waterstaat en met deze dienst de Staten wees dijkversterking af in het rapport &amp;#039;Dijk verzwaring Oosterschelde&amp;#039;. Uit een studie van Comite S.O.S. bleek nu juist dat dijkverzwaring vóór 1985 haalbaar zou zijn. In de regeringsnota &amp;#039;Analyse Oosterschelde varianten&amp;#039; werden dijkverhoging, de aanleg van een stormvloedkering en afsluiting met elkaar vergeleken. Uit het &amp;#039;Eindrapport stormvloedkering Oosterschelde&amp;#039; bleek dat aan de drie voorwaarden kon worden voldaan. Op basis daarvan besloot de regering op 17 juni 1976 tot aanleg van een stormvloedkering. Bepalend voor de (on)zekerheid over het behoud van het karakter van de Oosterschelde is het getijverschil, dat afhankelijk is van de grootte van de doorlaatopening in de storm vloedkering. Ondanks Zeeuwse pleidooien voor een grotere opening koos de regering voor een doorlaatprofiel van 14.000 m2 (handhaving van 77% van het getijverschil bij Yerseke). In maart 1982 gepubliceerde berekeningen komen op een nuttige door stroming van 16.480 m2 bij geheel open staande stormvloedkering. Bij doodtij gedurende hoog water betekent dit nu gemiddeld 19 cm hogere waterstand. Uitvoering (na oktober 1977). Al ruim de helft van de Oosterschelde is afgesloten. In de drie resterende geulen zullen 66 pijlers van elk 18,5 mln. kg met een speciaal hef schip op een tevoren geprepareerde bodem worden neergezet. Tussen de voeten van de pijlers, die onder het fundatiebed verdwijnen, ligt een drempel met een dorpelbalk. Daarop zal bij een gesloten kering de schuif rusten, die aan de bovenzijde aansluit op een bovenbalk. De gaten tussen die balken vormen de doorlaatopeningen. Compartimenteringswerken. Met België is overeengekomen dat het Schelde-Rijnkanaal getijdevrij zal worden. Door de aanleg van compartimenteringsdammen kan ook het bekken achter de kering (en dus de kering) worden verkleind. Bovendien kunnen de compartimenten achter de dammen worden gebruikt als zoetwaterreservoirs. De Commissie Compartimentering Oosterschelde rapporteerde uiteindelijk in april 1975 over twee varianten: een Philipsdam en een Oesterdam met kanalen bij resp. Krabbendijke en Rilland-Bath of een verbreed Kanaal door Zuid-Beveland. De regering koos op aandrang van Provinciale Staten voor de laatste variant. Van de Oosterschelde blijft 80% onder de in vloed van het getij, terwijl Volkerak, Een dracht en het Markizaat van Bergen op Zoom samen een zoet Zoommeer gaan vormen. Het tracé van de Philipsdam laat zoveel mogelijk schor onaangetast. Mede ter wille van de verkeersveiligheid werd een oostelijk tracé gekozen (de weg over de dam zal het veer Anna-Jacoba-Zijpe vervangen). In de dam zal voor de duwvaart en de watersport een groot sluizencomplex worden aangelegd. Omdat de Oesterdam vlak tegen het Schelde-Rijnkanaal wordt aangelegd blijft de kom van de Oosterschelde vrijwel onaangetast. Bij de aansluiting van (de weg over) de dam op Tholen is gekozen voor een westelijke oplossing om landbouwgrond te sparen. In de dam komt een kleine sluis. Voor de beheersing van het peil van het Zoommeer wordt parallel met het Schelde Rijnkanaal een lozingsmiddel naar de Westerschelde gegraven. Om te voorkomen dat na de aanleg van de Philipsdam een extra sluispassage ontstaat, worden bij de verbreding van het Kanaal door Zuid-Beveland de sluizen bij Wemeldinge buiten gebruik gesteld. Bij Hansweert worden grote nieuwe sluizen aangelegd, waarvoor Hansweert-Oost moet worden af gebroken. De afbraak is geschied, maar onder druk van de economische omstandigheden moest dit projekt zelve worden getemporiseerd: de tweede sluis bij Hansweert komt niet in 1985, zoals voorzien, maar eerst in 1990 gereed. Partiële dijkversterking. Toen de regering besloot een stormvloedkering te bouwen, betekende dit dat de beloofde veiligheid eerst in 1985 (in plaats van in 1978) zou zijn gewaarborgd. De regering zegde daarop toe dat uiterlijk in 1980 de dijken rond de Oosterschelde zouden zijn versterkt. Onder leiding van de (bestuurlijke) Stuurgroep Dijkversterkingen Oosterschelde (rijk, provincie en waterschappen) werd een bureau dijkversterking belast met het opstellen van de plannen. Daar waar in landelijke gebieden zo- wel binnen- als buitendijkse versterking mogelijk was, moest veelal worden gekozen tussen de belangen van landbouw en milieu. In enkele gevallen konden op Noord-Beveland nieuwe waardevolle natuurgebieden (inlagen) worden &amp;#039;gemaakt&amp;#039;. Specifieke problemen brachten de bebouwde kommen met zich mee, vooral als een deel van het plaatselijk bedrijfsleven op de dijk was gevestigd. Oplossingen konden vaak gevonden worden in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. In Colijnsplaat werd zo een jachthaven aangelegd, terwijl in Yerseke zowel een haven als een buitendijks bedrijventerrein werden voltooid. Een nieuwe Oosterschelde. Na voltooiing van de stormvloedkering zal het getijverschil afnemen, zullen de hoogwaters lagere en de laagwaters hogere niveaus hebben dan thans. Een deel van het getijde- en het intergetijdegebied zal verloren gaan. Voor het voortbestaan van de schelpdiercultures is met name het zoutgehalte van belang. Om dit in natte perioden te kunnen garanderen zullen wellicht beheersmaatregelen nodig zijn. De kering zal gedurende een storm worden gesloten als bij een kering in geopende toestand voor de dijken langs de Oosterschelde beperkte dijkbewaking zou moeten worden afgekondigd. Deze sluiting kan volledig zijn (vrijwel vast peil op het bekken) of slechts gedeeltelijk, waardoor een wisselende waterstand ontstaat. Een vast peil kan soms tot schade aan dijken en milieu leiden. Ter voorbereiding van het overheidsbeleid hebben Gedeputeerde Staten een stuurgroep Oosterschelde ingesteld. Hoofddoelstelling van het beleid is natuurbehoud, met inachtneming van de maatschappelijke functies van het gebied (met name visserij). Dat betekent dat de natuurfunctie bepalend is voor de aard, omvang en situering van de andere functies. Gezien de vele onzekerheden wijst de stuurgroep grote projecten af en kiest voor een terughoudend beleid. Zes inrichtingscombinaties zijn onderzocht met twee tot maximaal vijf nieuwe jachthavens, met in totaal 1.500 ligplaatsen. Het fourageergebied van vogels wordt hierdoor met 55 tot 85% verminderd. Het voorlopig standpunt van het dagelijks bestuur van de stuurgroep betekent maximaal 1.000 nieuwe ligplaatsen voor watersporters in Colijnsplaat, Zierikzee en Goes/Goese Sas. Zie kleurenplaat XXII. t.o. pag. 369.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113994&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel op 20 mrt 2025 om 09:26</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113994&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:26:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:26&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l7&quot;&gt;Regel 7:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 7:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Twijfels==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Twijfels==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-side-deleted&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;[[Bestand:Oosterschelde1.jpg|thumb|left|300px|De BRU 27, (Elisabeth), varend op de Oosterschelde. Foto: J. Wolterbeek, 2007. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113778]]&lt;/ins&gt;&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;In de loop van de jaren zestig werden steeds meer vraagtekens bij deze beslissing gezet, al was deze officieel definitief. Een bioloog van het ministerie van Landbouw en Visserij kreeg zelfs een spreekverbod opgelegd, toen hij in zijn vrije tijd voor een open Oosterschelde wilde pleiten. Voor en tegenstanders presenteerden zich gezamenlijk in 1967 tijdens een congres van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. In 1969 publiceerde de Studie groep Oosterschelde, die later zou opgaan in het comité Samenwerking Oosterschelde (S.O.S.) een memorandum. Hoewel ook hierin de enigheid centraal stond, werd een grotere prioriteit bepleit voor het milieubeheer. De Oecologische Kring en het Delta Instituut gaven de voorkeur aan dijkverhoging. Onder de voorstanders spraken de Zeeuwse Staten zich uit tegen iedere vertraging van de werken, al bepleitten ook zij in juni 1972 onderzoek naar de milieuhygiënische kant van de afsluiting. Om aan de eisen van milieu en veiligheid tegemoet te komen, bepleitten de Staten later overigens wel de vaststelling van een nieuw compartimenteringsplan. Volgens Rijkswaterstaat noopten de veranderde inzichten echter niet tot wijziging van de plannen. Ook het milieu, dat na afsluiting zou ontstaan, zou volgens de dienst aantrekkelijk zijn. De opeenvolgende bewindslieden van Verkeer en Waterstaat deelden dit standpunt. Ook de Gewestelijke raad voor Zeeland van het landbouwschap en de Zeeuwse polderen waterschapsbond bleven afsluiting bepleiten. De Zeeuwse vissers dachten er anders over. Zij blokkeerden een boot, waarop de Staten een excursie naar de werkeilanden zouden maken, met de leus &amp;#039;Geen akkoord met jullie moord&amp;#039;. Heroverweging (mei 1973 tot 1975). Het kabinet-Den Uyl zei in zijn regeringsverklaring toe, te zullen pogen veiligheid en milieu te verzoenen. De daarop ingestelde Commissie Oosterschelde (Commissie-Klaasesz) hoor de alle betrokkenen en kwam met een synthese: een stormvloedkering. Hierdoor zou, vóór de aan te leggen Oesteren Keetendam, een getijverschil kunnen worden gehandhaafd (1.80 m bij Yerseke). Dat zou betekenen èn veiligheid èn behoud van schelpdier cultures en visserij, èn behoud van de kinderkamerfunctie van de Oosterschelde, èn de mogelijkheid om (achter beide dammen) zoetwaterbekkens aan te leggen. Alle betrokkenen drongen daarna aan op een spoedige regeringsbeslissing. Provinciale Staten achtten uitstel van de beloofde veiligheid tot na 1980 alleen aanvaardbaar als extra veiligheidsgaranties werden geboden.&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113993&amp;oldid=prev</id>
		<title>W. van Gorsel op 20 mrt 2025 om 09:26</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.encyclopedievanzeeland.nl/index.php?title=Oosterschelde&amp;diff=113993&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2025-03-20T09:26:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;/p&gt;
&lt;table style=&quot;background-color: #fff; color: #202122;&quot; data-mw=&quot;interface&quot;&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-marker&quot; /&gt;
				&lt;col class=&quot;diff-content&quot; /&gt;
				&lt;tr class=&quot;diff-title&quot; lang=&quot;nl&quot;&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;← Oudere versie&lt;/td&gt;
				&lt;td colspan=&quot;2&quot; style=&quot;background-color: #fff; color: #202122; text-align: center;&quot;&gt;Versie van 20 mrt 2025 09:26&lt;/td&gt;
				&lt;/tr&gt;&lt;tr&gt;&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot; id=&quot;mw-diff-left-l1&quot;&gt;Regel 1:&lt;/td&gt;
&lt;td colspan=&quot;2&quot; class=&quot;diff-lineno&quot;&gt;Regel 1:&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;−&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #ffe49c; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde1.jpg|thumb|right|300px|BRU 27, Elisabeth. Foto: J. Wolterbeek, 2007. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113778]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot; data-marker=&quot;+&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #a3d3ff; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Oosterschelde1.jpg|thumb|right|300px|&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;De &lt;/ins&gt;BRU 27, &lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;(&lt;/ins&gt;Elisabeth&lt;ins style=&quot;font-weight: bold; text-decoration: none;&quot;&gt;), varend op de Oosterschelde&lt;/ins&gt;. Foto: J. Wolterbeek, 2007. Bron: ZB/Beeldbank Zeeland, rec.nr. 113778]]&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;br&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Zeearm==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;td class=&quot;diff-marker&quot;&gt;&lt;/td&gt;&lt;td style=&quot;background-color: #f8f9fa; color: #202122; font-size: 88%; border-style: solid; border-width: 1px 1px 1px 4px; border-radius: 0.33em; border-color: #eaecf0; vertical-align: top; white-space: pre-wrap;&quot;&gt;&lt;div&gt;==Zeearm==&lt;/div&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/table&gt;</summary>
		<author><name>W. van Gorsel</name></author>
	</entry>
</feed>